Tag Archives: USA

Sculptors from Zimbabwe (deel 3)

10 aug

the first generation,

een bijzondere ontmoeting met een bijzondere man

Inleiding

Als je de beeldentuin Maastricht-Heerdeberg bezoekt, dan liggen de verhalen voor het oprapen. Zo ook op 5 augustus jl. Wij kochten bij José twee mooie beeldjes. José vertelde, dat de kunstenaar voor de beeldjes kobalt steen had gebruikt, een zeldzame steen met mooie kleurschakeringen.
Bovendien vertelde ze, dat de kunstenaar zelf op de beeldentuin aanwezig was.  Zijn naam is Edward Chiwawa, een van de nog weinig levende kunstenaars, die worden aangeduid als behorend tot ‘the first generation’ van Zimbabwaanse beeldhouwers in steen. Een ontmoeting met hem was te arrangeren, een kans die wij ons niet voorbij lieten gaan.

Ontmoeting met Edward Chiwawa

Foto A
Poseren met Edward Chiwawa
XIMG_8412-cs2a

Een bereidwillige medewerkster van de beeldentuin zorgde er voor, dat Edward Chiwawa met ons op de foto ging.  Hij moest het kappen van een beeld even onderbreken. Met een leeftijd van 79 jaar kapt hij nog ruim 13 uur per dag.

Een beetje ‘lullige’ foto. Twee oudjes, die triomfantelijk poseren met hun ‘behaalde’ trofee en een kunstenaar, die berustend kijkt: ‘moet ik weer op de foto’.
Ook lullig vind ik, dat ik het grootste beeldje mag vasthouden. Maar zeg eens eerlijk, met dat kleine beeldje zou nog lulliger geweest zijn.
Voor alle duidelijkheid Edward is met zijn 79 jaar de jongste op de foto (zie foto A).

Biografie van Edward Chiwawa 

Mijn voornaamste bron is Sculptors from Zimbabwe, geschreven door Ben Joosten. 

Edward Chiwawa is in 1935 geboren in Guruve (Zimbabwe).  Hij behoort tot de Shona groep en wel tot de Korekore stam.
Hij maakte kennis met het beeldhouwen in steen via zijn neef Henry Munyaradzi, een bekend beeldhouwer in steen.

Foto B

Edward Chiwawa aan het kappen in de beeldentuin

XIMG_8408-cs2a

Edward Chiwawa, voornamelijk werkzaam als landarbeider en korvenvlechter, besloot om in 1970 ook te beginnen met beeldhouwen in steen. Zijn leermeester was Wilson Chakawa.
Hij werkte een aantal jaren in Tengengenge, maar vertrok toen weer naar zijn geboorteplaats Guruve. Om zijn beelden onder de aandacht van kopers en galeriehouders te brengen, bracht hij zijn beelden naar een stand in Tengenenge.

In 1979 gedurende de Bevrijdingsoorlog in het toenmalige Rhodesië werd het te gevaarlijk in Guruve en ging Tengenenge zelfs dicht.  Met meerdere kunstenaars sloot Edward Chiwawa zich aan bij Tom Blomefield in Harare. Na de oorlog keerde Edward Chiwawa niet terug naar Guruve. Hij woont nu in Chitungwize, ten zuiden van Harare.

Edward Chiwawa slaagde er wel in om zijn beelden geplaatst te krijgen op ‘exhibitions’, zoals London (1981), Frankfurt (1985), Sydney (1986), Melbourne (1987), Rome (1987), Parijs (1987), Zwitserland en de USA in 1986. In 1986 won hij in Budapest de 1e prijs op de ‘7th International Small Sculpture Exhibition’.
Veel van zijn werken maken een permanent deel uit van de collecties van de National Gallery en het Chapunga Sculpture Park in Harare (Zimbabwe), de collectie van Manfred Kuhnigk in Bad Soden (Duitsland), het Afrika Museum in Berg en Dal en de collectie van Joseph Baerber in Zwitserland (bron: Franck MCEwen, THE AFRICAN WORKSHOP SCHOOL Rhodesia n.d.).

Werken van Edward Chiwawa

man_in_the n'jeelja_bush

In het verhaal van de Franck MCEwen school wordt het beeld van Edward Chiwawa met de moeilijke titel ‘Man in the N’Jeelja Bush’ genoemd als een mooi beeld. Het beeld is abstract, en gemaakt van serpentijnsteen. Het heeft afgeronde gladde kanten, geometrisch lijnenspel van de armen en het typische Edward Chiwawa gezicht.

Alle gezichten, man of vrouw, worden door Edward Chiwawa minimalistisch voorgesteld. De ogen bestaan uit twee concentrische cirkels, de neus is hoekig en plat, de mond vaak een streep. De beelden met enkel een gezicht bracht hij in relatie tot de maan, zoals ‘Moon Head’ of tot de zon zoals bijvoorbeeld in Rising Sun Head.’
Het beste voorbeeld hiervan kan ik geven door een foto te plaatsen van de door ons verkregen beeldjes van Edward Chiwawa. Op onze vraag hoe hij de beeldjes noemde, zei hij ‘Moon Head’.  Wij hebben hem helaas niet gevraagd of de beeldjes met elkaar verband hielden. Het grootste beeldje heeft hij duidelijk gesigneerd met E Chiwawa, het kleine niet. Misschien hoort het bij het grotere, zoiets als ‘Moeder en Dochter’ of ‘Vader en Zoon’. Het geslacht van het gezicht is moeilijk af te leiden, ofschoon op internet iemand beweert, dat het vrouwelijke trekken heeft.

Wel wil ik nog wijzen op de steen, een soort cobalt steen. met een mooie kleurschakering. Bij strijklicht komt er een paarse gloed over. Edward Chiwawa hecht veel waarde aan de steen. Hij schijnt eens gezegd te hebben: “De steen moet voor zichzelf spreken”.

Foto C
Dubbele ‘Moon Heads’\XIMG_8416-cs2-irf-cs2a
Voor een verdere indruk van Edward Chiwawas werk, zie de fotogalerij.

Pierre Swillens

Fotogalerij

Mijn diensttijd in Nederlands Indië (deel 2)

16 mrt

Soerabaja

Militaire Politie

Na een lange zeereis kwamen wij dus aan bij de haven van Soerabaja (Oost-Java). Hier werden we gelegerd in een kazerne. Van daaruit maakten wij een aantal marsen; zonder water om te wennen aan het klimaat en ontberingen. Op zekere dag werden we ingedeeld bij de diverse afdelingen van de Mariniersbrigade. Zo hoorde ik mijn naam afroepen bij een tiental mariniers, die ingedeeld werden bij de Militaire Politie. Nu was dit het laatste waar ik mij geschikt voor achtte.

Mariniersbrigade

De Mariniersbrigade werd opgericht op 13 september 1945 te Camp Davis (USA). De brigade werd gevormd door oorlogsvrijwilligers en langdienstverbanders van het Korps Mariniers. Na een opleiding in de USA werden zij in november/december 1945 verscheept naar Nederlands Indië.
Het eerste contingent slaagde erin om te landen in Batavia, maar de rest werd tegengehouden door de Engelsen, die de macht hadden overgenomen van de Jappen. Deze contingenten verbleven tijdelijk op Malakka, totdat zij in maart 1946 aan land mochten gaan in Soerabaja. De Mariniersbrigade zou op Oost-Java verantwoordelijk worden voor de handhaving van orde en veiligheid.

Opleiding bij de Militaire Politie (MP)

De MP was gehuisvest in een klein kampje, wat zij deelde met de Veiligheidsdienst. Deze dienst had een tiental krijgsgevangenen in afzondering. Jonge kerels waar wij vrijelijk contact mee mochten hebben. Door een van die jongens liet ik mijn haar knippen, hij had kennelijk bij een kapper gewerkt. Toen hij met een los Gilettemesje, tussen zijn vingers geklemd, mijn bakkebaarden bij schoor, kreeg ik het toch even benauwd.

Zoals eerder gezegd, voelde ik mij niet geschikt voor politiewerk. Ik hoorde dat de ‘schrijver’ naar Nederland zou repatriëren en dat men daardoor met een groot probleem kwam te zitten. Zijn werk bestond namelijk uit het tikken van de processen -verbaal, die door de MP werden opgemaakt van alle incidenten, waarbij mariniers waren betrokken. Deze processen-verbaal werden afgehandeld door de Krijgsraad van de Zeemacht in Soerabaja. Belangrijk werk dus, waarbij voor continuïteit moest worden gezorgd.

Ter oplossing van dit probleem stelde ik mij voor als ervaren typist (ik kon in ieder geval met een schrijfmachine omgaan). Dankbaar nam men dit voorstel aan en ik werd snel tot ‘schrijver’ bevorderd. Dit leverde meteen een aantal prettige voordelen op, ik was immers de enige schrijver. Ik hoefde geen wacht te lopen en was vrijgesteld van politiediensten. Het enige wat ik moest doen was het halen van de deadlines van de in te dienen processen-verbaal.
Deze werden wel getikt in zes- of zevenvoud. Dus als ik een tikfout maakte, kwam de techniek van de losse blaadjes achter de carbons van pas. Het was dus zaak om zo weinig mogelijk tikfouten te maken.

Huisvesting

soerabaja-8Na het kampje werd de MP ingekwartierd in villa’s, waarvan de laatste (zie foto) ik mij het beste herinner. Dit was een luxe villa, waarschijnlijk gebouwd door een rijke Chinees, die toen de Jappen kwamen de benen had genomen.
Centraal in het gebouw was een grote en hoge eetzaal, waarvan de vier wanden waren bekleed met donker hout. In dit hout waren door ervaren houtsnijders taferelen uitgesneden, waarbij elke wand een der vier jaargetijden voorstelde. Het tafereel winter was dus erg vreemd in de tropen.

Het gebouw omzoomde een grote binnenhof, waarlangs de dienstgebouwen waren gevestigd. In een van die vertrekken hing een elektrisch nummerbord. Kennelijk was het de ruimte, waar het personeel verbleef in afwachting of hun nummer naar beneden viel. In dat geval werden zij geacht om voor de heer of vrouw des huizes op te draven.  Dit bordje illustreerde de onderdanigheid van de inlanders en de macht van de rijken.

Marinierskantine

m_soerabaja-3

De vrije tijd mochten we doorbrengen in de stad Soerabaja. Meestal bezochten wij dan de Marinierskantine (zie foto). De Marinierskantine was gelegen aan de Toendjoengan, een brede winkelstraat.
Het gebouw was tijdens de Japanse bezetting een warenhuis geweest en nu ingericht om de mariniers vertier te bezorgen. Er werden films vertoond en er speelde een combo, gevormd uit muzikanten onder de mariniers. Ook herinner ik mij een optreden van Pia Beck met het Miller Sextet.
Tijdens Oranjefeesten was er een Oranje-diner voor fl. 4,-. Toch gingen we liever voor fl. 2,50 naar de Chinees.

De Lintworm

soerabaja-1

Wij maakten hierbij gebruik van de Lintworm. Dit vervoermiddel had een vaste lijn vanaf de Darmo-kazerne naar de stad met diverse op- en afstap plaatsen.  Het vervoermiddel was ontwikkeld door de Eerste Luitenant der Mariniers HC.Th.Lindner en bestond uit een truck met een verlengde oplegger. Het voertuig bood plaats aan 113 personen (77 zit- en 36 staanplaatsen).  Er kon gemakkelijk worden opgestapt, dan wel afgestapt. Aan het einde van de dag gingen we met de Lintworm naar huis.
Andere vervoermiddelen waren onze eigen trucks, dan wel de ‘bedjaks’ (driewielige fietsen met een bak voor twee personen) met de bestuurder achterop.
Motto: waar een lintworm al niet goed voor is.

Pierre  Swillens

(wordt vervolgd)