Tag Archives: toon hermans

Toon Hermans

16 jun

Toon als artiest

Toon op het podium

toon hermans

Toon  Hermans

Toon Hermans heb ik tweemaal van nabij meegemaakt, eenmaal als artiest, eenmaal als privé.

Laat ik beginnen met Toon als artiest.

Toon trad in 1941 op in de Patronaatszaal in Grevenbicht, waarschijnlijk uitgenodigd door de plaatselijke voetbalclub Armada. Ik kan mij tenminste alleen maar voetballers onder het publiek herinneren. Waarschijnlijk was Toon blij met elke gage. Verder kan ik mij geen andere artiesten herinneren, ook geen muzikanten. Wie zou dat immers moeten betalen. Zijn vriendin Gertie van Houdt heb ik ook niet gezien.

De berooide dichter

Toon speelde verschillende sketches o.a. het Buziau-achtige ‘de berooide dichter’. Teksten kan ik mij niet meer herinneren. Wel staat mij helder voor de geest, dat tijdens de conference een lid van de voetbalclub, later werd hij zelfs hoofd der school in een Limburgs dorp, een geldstuk in de richting van Toon wierp. In de oorlog had je zinken munten,  dus het zal wel hooguit een dubbeltje geweest zijn. Maar zijn actie werd door anderen gevolgd, ik vermoed meestal met centen. Ik deed er niet aan mee, want zelfs die had ik niet. De entree was meen ik gratis voor leden van de voetbalclub.
Toon deed alsof hij het leuk vond. Hij draaide zich om op het podium en maakte met zijn rechterhand gebaren om maar te blijven gooien. Misschien zag hij het als een aanvulling op zijn gage.

Toon als dienstbode

Bij een andere sketch trad Toon op als dienstbode. Hij had een konijnenvacht om zijn hals. Dat noemde hij “Echt Lapin”.

Sittard

Tijdens een sketch hekelde hij het dagelijks leven in zijn woonplaats Sittard. Hieruit kan ik mij nog een zin herinneren. In Sittard was een gemengde hockeyclub opgericht en nu had Toon de zin bedacht: “Na afloop gaat de hockeyer met de hockeyin het hokkie-in” . Hij was toen al goed in woordspelingen.
Zover deze bonte avond.

Intermezzo

Dikke Ties

Ties Vencken (Dikke Ties) was een bekend figuur in Grevenbicht. Als zoon van de oud-burgemeester van Obbicht en Papenhoven genoot hij aanzien en hij had zeker organisatorische talenten. Zo had hij uit een groep patronaatjongens een voetbalclub geformeerd, die in alle klassen van de Limburgse voetbalbond kampioen werd en uiteindelijk promoveerde naar de KNVB. De club heette Armada en dank zij Ties werd ik zelfs eerste doelman. Dat moest wel, want hij had niemand anders. De eerste doelman uit de patronaatjongens, inmiddels jonge mannen, had er genoeg van. Hij was ook muzikant bij de harmonie en werd later zelfs dirigent bij diverse muziekgezelschappen.

Zuid-Nederlandsch Racket-Cabaret

Ties Vencken had ook een relatie met Toon Hermans. Jacques Klöters refereert in zijn biografie van Toon Hermans aan het optreden van Toon Hermans  in Grevenbicht, zoals voorgaand door mij beschreven. De avond was inderdaad georganiseerd door de voetbalclub. Na afloop moet Ties Vencken Toon meegenomen hebben naar zijn villa. Daar heeft hij hem het voorstel gedaan om zijn impresario te worden. Toon had nooit een impresario gehad en vond het een goed idee. Zij kwamen overeen om een revuegezelschap in het leven te roepen met de naam Zuid-Nederlandsch Racket-Cabaret. Toon had de artistieke leiding, Ties de zakelijke. Op 20 november 1941 beleefde het gezelschap de première in de stadsschouwburg te Maastricht. Daarna volgden nog voorstellingen in Heerlen, Geleen en Sittard. Er waren ook voorstellingen in Noord-Brabant, maar daar kende niemand Toon Hermans. De belangstelling was daar niet overweldig. In januari 1942 was een voorstelling gepland in Nijmegen. Volgens Jacques Klöters was op de dag van de uitvoering nog geen kaart verkocht, dus deze voorstelling ging niet door. Ties Vencken draaide op voor de kosten en het Zuid-Nederlandsch Racket-Cabaret stierf een zachte dood.

Het Nederlandsche Cabaret

De relatie tussen Ties Vencken en Toon Hermans werd echter niet verbroken, want er zijn twee handgeschreven brieven van Toon Hermans bewaard, waarin hij gewag maakt van Het Nederlandsche Cabaret, weer met Toon als artistiek leider en Ties als zakelijk leider. Toon trad met zijn gezelschap vooral op bij personeelsavonden. De prijs voor zo´n bonte avond lag tussen de 125 en 200 gulden. Maar ook dit gezelschap hield niet lang stand.

Tournee-gezelschap Toon Hermans

Toon gaf het nog niet op. En er is een aankondiging van een revue-voorstelling op 9 april 1942 in Hotel de Zwaan te Sittard onder de naam Tournee-gezelschap Toon Hermans.

toon hermans

Eerste cabaretgezelschap Zuid-Nederlandsch Racket-Cabaret

Toon als privé

Feestavond voetbalclub

Ties Vencken had ook in 1942 een feestavond voor de voetbalclub georganiseerd, waarbij ditmaal lokale artiesten zouden optreden. De feestavond werd gehouden in een danszaal, waarbij de stoelen op de dansvloer waren geplaatst. Er was ook een podium, al of niet geïmproviseerd.
Ties had Toon, gezien hun relatie, uitgenodigd als privé-persoon. Toon zat op de eerste rij, naast mevrouw Vencken. Toevallig zat ik in de tweede rij direct achter Toon en mevrouw. Er waren trouwens niet veel rijen, want een dorpsvoetbalclub telt niet veel leden.

Ties was ook de ceremoniemeester, de aankondiger van de nummers. Als er iets te organiseren viel, dan deed Ties zoveel mogelijk zelf. Hij had er kennelijk zin in. Zo had hij ook gezorgd voor een accordeonist, een lokale huisschilder die verdienstelijk accordeon speelde. Volgens Ties zou hij spelen het toen bekende ´Fliegende Blätter´, of op zijn Hollands ´Vliegende ….´. Ties had geen directe vertaling voorhanden en stokte even. Na enige aarzeling zei hij: `Nou ja, Blätter` en liep weg.

Ik zag dat Toon er hartelijk om moest lachen. Volgens hem improvisatie uit de kunst.

Hoe verging het Toon Hermans verder

Toon Hermans ging in 1942 naar het westen en trad er op in het gezelschap Carl Tobi, het Leidschepleintheater en Frans Mikkenie’s theaterproducties.
Na de oorlog trad hij jaren op in Theater Plezier. In augustus 1953 startte hij met een eigen gezelschap Toon Hermans: Ballot, later Toon Hermans: Zaza.
In 1955 begon hij met try-outs voor een One Man Show, waar hij in 1956 mee startte. Hij zou 12 One Man Shows schrijven en spelen. Tussendoor speelde hij in 1958 een rol in de film ‘Moutarde van Sonaansee’.
Toon had wel succesvolle optredens in Duitsland en Oostenrijk, maar tot een tournee in de Verenigde Staten is het nooit gekomen.
De laatste One Man Show was in december 1998 in Maastricht.

Op 22 april 2000 overleed Toon Hermans in het ziekenhuis Nieuwegein.

Geïnteresseerden mag ik verwijzen naar de website http://www.toonhermans.nl, welke wordt bijgehouden door de Erven Hermans. Deze geven ook een periodiek uit met de titel ‘Weet ik feel’, dat viermaal per jaar verschijnt.

toon hermans

Kolderliedje uit One Man Show

toon hermans

Toon en Rietje

Verantwoording:
De foto’s in deze Post zijn overgenomen uit de periodiek ‘Weet ik feel’, nieuwsbrief voor vrienden en fans over leven en werk van Toon Hermans.

Pierre Swillens

Advertenties

Sinterklaas (1)

29 mei

Sinterklaas als boeman

Dreigementen

Sinterklaastijd was altijd een nare tijd. Enerzijds verwachtte je cadeautjes, anderzijds werd, als onderdeel van je opvoeding, al maanden van te voren  gedreigd met de zak van Sinterklaas. Moeilijk te rijmen.

Eerste Sinterklaasbelevenis

Ik was, denk ik, vier jaar oud. Ik kon namelijk het Weesgegroetje bidden, maar dan moest mijn vader wel de zinnen voorzeggen. Mijn zusje was toen 14 maanden jonger en zou dat ook blijven. Het zal een van de avonden voor Sinterklaas zijn geweest. Het was vroeg donker en we zaten aan tafel in de woonkamer annex keuken, zeg maar het dagverblijf. Er hing iets onheilspellend in de lucht. Er was iets gepland.

Plotseling werd er op de deur geklopt en er kwam een heuse Sinterklaas binnen, vergezeld door een Pietermanknecht. Ik geloofde in Sinterklaas, mijn zusje geloofde nog nergens in. De Sinterklaas zag er mooi uit, volle baard, mijter en mantel. Of hij een staf had, weet ik niet. Ik denk het niet, want hij was niet per paard, maar per fiets. En dan is een staf niet handig. De Pieterman was helemaal opgepoetst met schoensmeer. Hij speelde slechts een ondergeschikte rol. Voor hem hoefde je niet bang te zijn.

Bidde, bidde, bidde

De Sinterklaas speelde zijn rol perfect, als een echte acteur. Bovendien had hij nog geen neuten op, zoals de Sinterklaas van Toon Hermans. De vocabulaire van Sinterklaas was echter beperkt. Ik hoorde hem alleen maar zeggen: “Bidde, bidde, bidde”. En die opdracht was duidelijk aan mij gericht. Mijn zus hield zich buiten schot.Vol angst wilde ik daar best aan voldoen, door met behulp van mijn vader het Weesgegroetje op te zeggen. Zonder de autocue van mijn vader zou dat niet gaan. We hadden al samen ‘Wees gegroet’ gezegd, tot mijn vader geroepen werd om onze hond, een keffer, het zwijgen op te leggen. De hond vond het maar vreemd bezoek, zo laat in de avond, en liet dit duidelijk blijken.
Na samen ‘Maria’ te hebben gezegd, begon de hond weer opnieuw en werd mijn autocue even afgedekt. ‘Vol van genade’, lukte net. Intussen stond ik doodsangsten uit. Ik wist niet of mijn gehaspel de goedkeuring van Sinterklaas zou wegdragen, of dat ik toch in de zak terecht zou komen. Misschien zou ik wel met toestemming van mijn ouders naar Spanje worden ontvoerd. Mijn vader deed zijn best in zijn dubbelrol. Mijn moeder vond ik tamelijk passief. Zij had niet eens een enkele rol.
Ik zal het Weesgegroetje tot een einde hebben gekregen. De hond had zich inmiddels ook bij de situatie neergelegd. Waarschijnlijk waren mijn inspanningen voldoende geweest, want we kregen een zak vol snoep. Eigenlijk was dit niet eerlijk. Mijn zus had niets gedaan, had zich een beetje achter mij verscholen en deelde toch volop mee. Maar ja, ik was al blij, dat ik er vanaf was.

Wolf & Hertzdahl

De snoep moest worden opgeborgen. Toentertijd was er in Sittard een bekende winkel in herenkleding, genaamd Wolf & Hertzdahl. Als je een kostuum kocht, werd dat mooi opgevouwen in een grote kartonnen doos met het opschrift Wolf & Hertzdahl. De doos werd ter plaatse gevouwen door de hoeken in elkaar te steken. Mensen liepen graag met zo’n doos over straat, want een kostuum kocht je niet elke dag. Er gaan zelfs verhalen, dat er soms helemaal geen kostuums inzaten, maar dat de schijn werd opgehouden. Net zoals in de Engelse serie van Hyacinth Bucket.
Maar mijn ouders hadden kennelijk eens een kostuum gekocht en de doos werd waarschijnlijk bewaard voor de schijn. Maar nu kwam de doos goed uit om de snoep van Sinterklaas te bewaren. Allemaal suikerbeestjes, in alle kleuren. Maar we mochten er niet van snoepen, want we moesten direct naar bed.

Ontnuchtering

De andere morgen stormden we samen (mijn zus en ik deden altijd alles samen, vanwege een eerlijke verdeling) naar de doos. Maar  de doos was leeg. Helemaal leeg, of toch niet helemaal. Toen ik goed keek, ontdekte ik een suikerbeestje (ik zie het nog steeds voor me), dat in een hoek ingeklemd zat tussen de vouwpunten van de deksel. Men had kennelijk het beestje over het hoofd gezien. Ik vond, dat ik er het meeste recht op had. Ik had het als eerste gezien, had de vorige avond het meeste werk ervoor moeten verrichten en bovendien het meeste in angst gezeten. Niemand protesteerde.
Van onze ouders kregen we een verklaring, dat Sinterklaas weer alles had opgehaald, omdat hij het nodig had voor andere kindertjes. Waarom hij ons dan eerst de stuipen op het lijf had gejaagd, werd er niet bij gezegd.

Moraal 1:
Je hebt niet altijd de situatie in eigen hand.

Ontmaskering

Vele jaren later, toen we inmiddels van Sinterklaas waren afgestapt, hoorden we de werkelijkheid. Sinterklaas was de jongste broer van mijn moeder, achttien jaar schat ik, maar een volleerd acteur. Om op die leeftijd al een betrouwbare Sinterklaas te kunnen spelen. Zijn beste vriend speelde voor Pieterman, duidelijk ongeschikt in die bijrol.

Het raadsel waar de snoep was gebleven, werd ook opgelost. De beide acteurs hadden er zo’n schik in gekregen, dat ze alle gezinnen met kinderen in de straat hadden bezocht. Telkens waren ze uit de voorraad in de Wolf & Hertzdahl-doos komen putten, totdat er niets meer overbleef (behalve dat ene beestje  natuurlijk). Mijn ouders speelden hierin vrolijk mee, niet wetende wat voor  onheil ze in een kinderziel opriepen.

Moraal 2:
Span je niet in, als het je niets oplevert.

Pierre Swillens

p.s. De kinderen in de straat waren de lachende derde, dankzij onze snoep.