Tag Archives: snoep

Dialect (14)

12 Jul

Familie Swillens in zaken

Snoep- en tabakswinkel

Harie, de kapper, had er wegens gebrek aan klanten de brui aan gegeven. De ‘gooi kamer’ werd weer ingericht en het normale leven hervond zijn gangetje. Totdat.

Op een gegeven middag kom ik thuis uit school, en zie ik een boel mensen voor ons huis staan. Het huis had wederom een transformatie ondergaan. Er hing een reclameplaat aan de gevel en achter het venster van de ‘gooi kamer’ was een winkeletalage opgebouwd.

Ook nu waren we niet bij de besluitvorming betrokken geweest en dus volkomen verrast. Mijn ouders, lees moeder, waren begonnen met een snoep- en tabakswinkel. Zonder vergunning en ervaring natuurlijk. De vergunning was nog niet noodzakelijk, de ervaring echter wel. Maar die hoopte mijn moeder in de loop der tijd op te bouwen.

BZK

De reclameplaat vermeldde met grote letters BZK. Ik weet niet meer waarvoor reclame werd gemaakt, misschien wel voor tabak. Ik hoorde dat een omstander zei:  “Dat beteikent BeZeikde Kraom”. Klonk niet hoopgevend, wat betreft de te verwachten klandizie. Nu had ik wel om mij heen kunnen slaan, maar ik had zelf nog niet gezien, of het soms waar was.

Winkelinventaris

Binnengekomen zag ik een keurige, wat ouderwetse, winkelinventaris. Op de kop getikt bij een winkelier, die zijn winkelinventaris gemoderniseerd had. Er waren rekken met vakken, een toonbank en een etalage. Alles paste precies in de ‘gooi kamer’. De rekken waren geel met groene randen, echte snoepkleuren.

Ons dagelijks leven zou weer een nieuwe wending nemen.

Winkelgoederen

De toonbank stond vol met snoep, de rekken vol pakjes sigaretten en tabak. Op de toonbank stond ook een grote doos met sigaren. Die doos zou nog een grote rol gaan spelen bij de zakelijke activiteiten van mijn vader.
De winkel werd voornamelijk bestierd door mijn moeder. Zij deed ook de inkopen en zorgde voor het beheer van de liquiditeiten. Zij had een vrij eenvoudig systeem: Zorg dat je op tijd het geld binnenkrijgt, dat je al uitgegeven hebt. Een soort omgekeerde cashflow dus. Het hield wel stand.

Beste klant

Mijn vader, als hij thuis was en tijd had, sprong wel eens in bij de verkoop. Als een kind met 1 cent een snoepje kwam kopen, dan wachtte hij geduldig tot het kind na tien minuten een keuze had gemaakt en de winkel verliet.
Vervolgens dook mijn vader in de reeds genoemde sigarendoos en bediende zich van een sigaar van 2 cent. Wat tabaksartikelen betreft, was hij de beste klant. “Zo” zei hij dan” dat is weer verdiend”. Ook hier weer het omgekeerde patroon: Winst omzetten in kosten.

Concurrentiepositie 

Ik was met acht jaar te jong voor inschakeling bij de verkoop. Wel werd ik ingeschakeld in het marketing beleid. Ik moest een analyse maken van de concurrentie-positie. Naast snoep en tabak verkochten we knikkers, gebakken van aarde met een rood glazuurlaagje. De knikkers waren met de hand gevormd, dus niet altijd mooi rond en niet altijd even dik. Maar je kreeg een heleboel voor 1 cent.

Nu was in Obbeeg (Obbicht), in een ander deel van het dorp, eenzelfde winkel als die van mijn ouders. Zij verkochten ook aarden knikkers. Om de concurrentiepositie te bekijken, moest ik daar gaan spioneren om te beoordelen hoeveel knikkers ze voor 1 cent verkochten. Ik kweet mij van die taak en kon rapporteren, dat zij achttien knikkers voor 1 cent verkochten.
Nu was mijn vader misschien niet zakelijk, maar hij was wel resoluut. Hij nam een stuk witte karton en een potlood en schreef hierop met ferme, wat onbeholpen, letters: 19 knikers voor 1 cent. Het karton zette hij in de etalage. Dat cent goed was geschreven, was blijkbaar een meevaller.
Ik vond knikers wel een raar woord, maar wie was ik om mijn vader te corrigeren.

Moraal van het verhaal: Wie niet waagt, heeft niet gedurfd.

Pierre Swillens

Advertenties

Dialect (6)

4 Jun

Nering in het dorp Obbeeg (Obbicht)

Winkels in de Maasstraat

Bie de Beut

Er waren maar een paar winkels in de Maasstraat. In mijn gezichtsveld drie. De straat liep parallel aan de Maas, vandaar de naam Maasstraat. Weinig origineel dus. Ik neem aan dat de straat, van een zuidelijke in een noordelijke richting liep. De meest zuidelijke winkel was ‘bie de Beut’. Waarschijnlijk heette die mensen Beuten. Het was een Belgische familie. (Op internet achterhaald, dat een zekere Beuten uit Obbicht in 1910 van Belg tot Nederlander was genaturaliseerd. Hij werd kennelijk nog steeds als Belg beschouwd).
De winkel was in een gewoon huis en een beetje onbestemd. Zij verkochten ook vis, want ik moest er wel eens haringen halen.

Bie Betje 

Noordelijker volgde de winkel ‘bie Betje ‘.  Ik noem het maar zo, zeker ben ik er niet van. Het was wel een echte winkel, een kruidenierswinkel. Belangrijk was, dat ze ook snoep verkochten en de winkel was vlak naast onze deur. Sluitingstijden waren er toen niet, dus je kon elk moment van de dag nog iets kopen. Ze deden gewoon open.
Wanneer onze moeder in een royale bui was , dat deed zich gelukkig vaak voor. dat mocht ik voor mijn zusje en voor mezelf snoep kopen. Mijn zusje was kennelijk nog te klein, zij mocht niet mee. Zij moest dus genoegen nemen met mijn voorkeur. Meestal zocht ik iets zachts uit.
Als ik met de snoep bij mijn zusje arriveerde, knabbelde ik aan een snoepje en gaf het haar dan met de geruststellende woorden: “Hie, Lucieke”.  Dat ging een tijdje goed. Maar toen ze groter werd, bemerkte ze het en zette een keel op. Dat attendeerde mijn moeder en die greep onmiddellijk in. Ruilen met die snoepjes. Het spelletje was uit. Ik was door de mand gevallen en werd voortaan in de gaten gehouden. Later werd: “Hie, Lucieke” een gevleugeld woord voor misleiding.

Bie Pijpje Drop

Nog noordelijker was de winkel van Pijpje Drop. Nou ja winkel. Het was meer een handel in petroleum, een olieman dus. Pijpje Drop, was een bijnaam uiteraard. Hoe de mensen precies heetten, weet ik niet meer. Waar de bijnaam vandaan kwam, kon ik mij ook niet meer zo goed herinneren. Op het gevaar af van racisme te worden beschuldigd, moet ik het omschrijven, dat er op het huis een reclameplaat was bevestigd, waarop iemand met een afwijkende kleur petroleum aanbeval. Tot zover mijn geheugen.
Dat ik er niet zover naast zat, daar kwam ik achter via research op internet. Pijpje Drop was een stripfiguur, uitgevonden door P. Koenen. De strip werd gepubliceerd in de Automaat, een weekblad voor de olieman.

dialect

Pijpje Drop, de olieman

Pijpje Drop bracht de petroleum rond met een kar. Er was nog niet zo lang elektrisch licht in het dorp. Voor die tijd was petroleum nodig geweest voor de verlichting via een petroleumlamp. Een noodzakelijke grondstof dus. Soms hadden de mensen een petroleumbrander, waarop werd gekookt, of misschien wel voor verwarming. Het hele huis stonk dan wel naar petroleum. Petroleum was voor Pijpje Drop dus een aflopende zaak.

Maar hij was ook bakker. Geen broodbakker van professie, maar hij bakte vlaaien af, die door de mensen werden aangeleverd. Vooral voor de feestdagen zag je vrouwen lopen op weg naar Pijpje Drop met rekken met vlaaien. Je moest wel zorgen voor een naam of een ander kenteken op de vlaai, anders kreeg  je ze niet terug.
Het hele bakkersgedeelte stond vol met vlaaien. Hij zette ze overal neer, vooral de vloer was er mee gevuld. Hij kon immers alleen bakken, als hij de oven voldoende had opgestookt,

Het verhaal gaat, dat hij wel eens in een vlaai trapte. Hij fatsoeneerde de vlaai dan een beetje en bakte ze verder af. Als de mensen reclameerden, dan vertelde hij dat de vulling er tijdens het bakken af was gesprongen. Hij was niet voor een ‘pijpje’ te vangen.

Ik weet het niet meer zo goed, maar volgens mij had Pijpje Drop een hond voor de kar. Zeker geen paard en hijzelf stond er ook niet voor.

Pierre Swillens

p.s. Ik vind het jammer zijn naam te hebben vergeten. Hij had zeker kinderen, waaronder jongens. Toch bij gelegenheid mijn zus vragen, wat zij zich er nog van herinnert.

Sinterklaas (1)

29 Mei

Sinterklaas als boeman

Dreigementen

Sinterklaastijd was altijd een nare tijd. Enerzijds verwachtte je cadeautjes, anderzijds werd, als onderdeel van je opvoeding, al maanden van te voren  gedreigd met de zak van Sinterklaas. Moeilijk te rijmen.

Eerste Sinterklaasbelevenis

Ik was, denk ik, vier jaar oud. Ik kon namelijk het Weesgegroetje bidden, maar dan moest mijn vader wel de zinnen voorzeggen. Mijn zusje was toen 14 maanden jonger en zou dat ook blijven. Het zal een van de avonden voor Sinterklaas zijn geweest. Het was vroeg donker en we zaten aan tafel in de woonkamer annex keuken, zeg maar het dagverblijf. Er hing iets onheilspellend in de lucht. Er was iets gepland.

Plotseling werd er op de deur geklopt en er kwam een heuse Sinterklaas binnen, vergezeld door een Pietermanknecht. Ik geloofde in Sinterklaas, mijn zusje geloofde nog nergens in. De Sinterklaas zag er mooi uit, volle baard, mijter en mantel. Of hij een staf had, weet ik niet. Ik denk het niet, want hij was niet per paard, maar per fiets. En dan is een staf niet handig. De Pieterman was helemaal opgepoetst met schoensmeer. Hij speelde slechts een ondergeschikte rol. Voor hem hoefde je niet bang te zijn.

Bidde, bidde, bidde

De Sinterklaas speelde zijn rol perfect, als een echte acteur. Bovendien had hij nog geen neuten op, zoals de Sinterklaas van Toon Hermans. De vocabulaire van Sinterklaas was echter beperkt. Ik hoorde hem alleen maar zeggen: “Bidde, bidde, bidde”. En die opdracht was duidelijk aan mij gericht. Mijn zus hield zich buiten schot.Vol angst wilde ik daar best aan voldoen, door met behulp van mijn vader het Weesgegroetje op te zeggen. Zonder de autocue van mijn vader zou dat niet gaan. We hadden al samen ‘Wees gegroet’ gezegd, tot mijn vader geroepen werd om onze hond, een keffer, het zwijgen op te leggen. De hond vond het maar vreemd bezoek, zo laat in de avond, en liet dit duidelijk blijken.
Na samen ‘Maria’ te hebben gezegd, begon de hond weer opnieuw en werd mijn autocue even afgedekt. ‘Vol van genade’, lukte net. Intussen stond ik doodsangsten uit. Ik wist niet of mijn gehaspel de goedkeuring van Sinterklaas zou wegdragen, of dat ik toch in de zak terecht zou komen. Misschien zou ik wel met toestemming van mijn ouders naar Spanje worden ontvoerd. Mijn vader deed zijn best in zijn dubbelrol. Mijn moeder vond ik tamelijk passief. Zij had niet eens een enkele rol.
Ik zal het Weesgegroetje tot een einde hebben gekregen. De hond had zich inmiddels ook bij de situatie neergelegd. Waarschijnlijk waren mijn inspanningen voldoende geweest, want we kregen een zak vol snoep. Eigenlijk was dit niet eerlijk. Mijn zus had niets gedaan, had zich een beetje achter mij verscholen en deelde toch volop mee. Maar ja, ik was al blij, dat ik er vanaf was.

Wolf & Hertzdahl

De snoep moest worden opgeborgen. Toentertijd was er in Sittard een bekende winkel in herenkleding, genaamd Wolf & Hertzdahl. Als je een kostuum kocht, werd dat mooi opgevouwen in een grote kartonnen doos met het opschrift Wolf & Hertzdahl. De doos werd ter plaatse gevouwen door de hoeken in elkaar te steken. Mensen liepen graag met zo’n doos over straat, want een kostuum kocht je niet elke dag. Er gaan zelfs verhalen, dat er soms helemaal geen kostuums inzaten, maar dat de schijn werd opgehouden. Net zoals in de Engelse serie van Hyacinth Bucket.
Maar mijn ouders hadden kennelijk eens een kostuum gekocht en de doos werd waarschijnlijk bewaard voor de schijn. Maar nu kwam de doos goed uit om de snoep van Sinterklaas te bewaren. Allemaal suikerbeestjes, in alle kleuren. Maar we mochten er niet van snoepen, want we moesten direct naar bed.

Ontnuchtering

De andere morgen stormden we samen (mijn zus en ik deden altijd alles samen, vanwege een eerlijke verdeling) naar de doos. Maar  de doos was leeg. Helemaal leeg, of toch niet helemaal. Toen ik goed keek, ontdekte ik een suikerbeestje (ik zie het nog steeds voor me), dat in een hoek ingeklemd zat tussen de vouwpunten van de deksel. Men had kennelijk het beestje over het hoofd gezien. Ik vond, dat ik er het meeste recht op had. Ik had het als eerste gezien, had de vorige avond het meeste werk ervoor moeten verrichten en bovendien het meeste in angst gezeten. Niemand protesteerde.
Van onze ouders kregen we een verklaring, dat Sinterklaas weer alles had opgehaald, omdat hij het nodig had voor andere kindertjes. Waarom hij ons dan eerst de stuipen op het lijf had gejaagd, werd er niet bij gezegd.

Moraal 1:
Je hebt niet altijd de situatie in eigen hand.

Ontmaskering

Vele jaren later, toen we inmiddels van Sinterklaas waren afgestapt, hoorden we de werkelijkheid. Sinterklaas was de jongste broer van mijn moeder, achttien jaar schat ik, maar een volleerd acteur. Om op die leeftijd al een betrouwbare Sinterklaas te kunnen spelen. Zijn beste vriend speelde voor Pieterman, duidelijk ongeschikt in die bijrol.

Het raadsel waar de snoep was gebleven, werd ook opgelost. De beide acteurs hadden er zo’n schik in gekregen, dat ze alle gezinnen met kinderen in de straat hadden bezocht. Telkens waren ze uit de voorraad in de Wolf & Hertzdahl-doos komen putten, totdat er niets meer overbleef (behalve dat ene beestje  natuurlijk). Mijn ouders speelden hierin vrolijk mee, niet wetende wat voor  onheil ze in een kinderziel opriepen.

Moraal 2:
Span je niet in, als het je niets oplevert.

Pierre Swillens

p.s. De kinderen in de straat waren de lachende derde, dankzij onze snoep.