Tag Archives: sinterklaas

Sinterklaas (2)

1 jun

Een echte doortrapper

Niet altijd verliepen Sinterklaas-optredens zo desastreus. De beste momenten waren altijd als er geen Sinterklaas in de buurt was. Op Sinterklaasdag (6 december) bijvoorbeeld. Wij hadden geen ‘pakjesavond’ (5 december). Dan kon je Sinterklaas of die Zwarte Piet nog verwachten. Neen, wij hadden Sinterklaasdag, dan had Sinterklaas ‘gereje’ en had snoep en cadeaus achtergelaten en een enkele wortel meegenomen.

De fiets

Ik herinner me een bijzondere Sinterklaasdag. Ik was toen 5 jaar, neem ik aan. Op 6 december werden mijn zus en ik ’s morgens uit bed gehaald, want Sinterklaas had inderdaad ‘gereje’. We hadden geen paard gehoord, maar we geloofden het wel. De wortel was immers weg.
Toen we in de woonkamer annex keuken kwamen, zag ik het cadeau al. Het was nog donker in de kamer, maar ik zag een rood reflecterend achterlichtje. Tegen de tafelpoot stond een fietsje. Het fietsje kwam niet boven het tafelblad uit, maar het was toch maar een fiets.

Samenstelling van de fiets

Het fietsje bestond uit een frame, een stuur, een zadel, twee wielen en twee trappers. Net voldoende om te fietsen dus. Geen verlichting, fiets was immers voor overdag. Geen kettingkast, voor een berijder in korte broek geen bezwaar. Geen jasbeschermers, een mooi-weer fiets dus. Geen bagagedrager, duopassagiers niet toegestaan, maar ook geen remmen. Het was een doortrapper. Als de wielen rondgingen, gingen ook de pedalen rond. Ik weet niet meer, hoe we met het ding stopten. Ik veronderstel dat dit enige behendigheid vereiste. Die was in het begin uiteraard niet voorhanden.

Rijles

Ik kon natuurlijk niet wachten om het fietsje te proberen. Maar dan moest mijn vader mij behulpzaam zijn. Hij begon met de fiets vast te houden, een soort evenwichtsoefening dus. Daarna werd je voorzichtig in een voorwaartse richting gestuurd. En toen kwam probleem 1. Het was een doortrapper en ik raakte voortdurend de trappers kwijt. Terugvinden van de trappers was dan moeilijk. Mijn vader was inventief. Dan binden we zijn voeten vast op de pedalen. Inmaakringen bleken hiertoe een goed middel te zijn. Zolang mijn vader de fiets vasthield, was dat geen probleem.

Op eigen kracht

Na enkele dagen oefenen, kreeg ik al toestemming op eigen kracht te rijden. Vastgebonden dat wel. Mijn vader liep zich zijn poten onder zijn gat vandaan.Een beetje oneerbiedig gezegd, want mijn vader had geen ‘poten’, maar benen en hij had ook geen ‘gat’, maar ‘é look’. Vandaar het gezegde: “doe höbs é look in de bóks”.

Gevaar dreigt

Ik legde steeds grotere afstanden af en mijn vader hield mij niet meer bij. Die dacht: ‘God zegen de greep’ en die kwam al heel snel.God heb ik niet gezien, maar de greep wel. Ik was driftig aan het fietsen en toen zag ik in de verte een autobus naderen. Ik had nog geen tegenligger gehad. Ik raakte dus in paniek. Ik zat nog steeds vastgebonden op de trappers. Mijn eerste gedachte was: ‘Hoe kom ik stil’. Stoppen en omvallen voor de autobus leek mij geen goede gedachte. Plaats voor een autobus en mijn fietsje zag ik ook niet. De redding diende zich aan, vandaar die greep. Toentertijd was het elektriciteitsnet nog boven de grond en op vaste afstanden stonden houten palen langs de weg. Ik besloot zo’n paal als rem te gebruiken door hem met beide armen te omarmen. De fiets was nog aan mij bevestigd, dus dat was geen probleem. De autobus passeerde mij met gemak. Er zal iemand geweest zijn, die mij uit mijn benarde positie heeft gered.

Bochtenwerk

Gelukkig bleef ik niet vastgebonden. Keren in de straat was echter nog moeilijk en menigmaal belandde ik in een heg. Je hoorde aan de andere kant de kippen kakelend wegstuiven, die werden gestoord in hun siësta.
Nog een voorval wil ik jullie niet onthouden. Allengs verlengde ik mijn werkterrein tot verkenningen in het dorp, Obbeeg (Obbicht) dus. Men had mij op het hart gedrukt zoveel mogelijk rechts te rijden. Ik wist echter niet of dit ook gold voor bochten. Voor mij pleit, dat het uitzicht in de bocht, die zich aankondigde, door begroeiing belemmerd was. Tegen mij pleit, dat ik besloot om hem uiterst links te nemen. Dat kwam mij duur te staan. Tegenliggers was ik nauwelijks gewend, maar nu diende zich er een aan, die besloten had om de bocht uiterst rechts te nemen. Een botsing was onvermijdelijk. Ik was sneller bij de grond, dan de mijnheer die mij tegemoet kwam.

Aan de verkaerde kendj fitse

Gelukkig was het een heer van stand. Hij had mij voor hetzelfde geld een vriendschappelijke ‘aai’ over mijn kop kunnen geven. Hij zei een beetje flegmatiek: ‘Jung, doe fits aan de verkaerde kéndj’. Hebt u het nog: ‘Aan de kéndj van het léndj ……’. Wij waren dus in Obbeeg.
Overigens vond ik zijn opmerking tamelijk overbodig. Tot die conclusie was ik ook al gekomen. Bovendien had ik nu pas geleerd, dat rechts houden ook gold voor bochten. Gelukkig mankeerde er niets aan de fietsen, aan die van mij kon niet veel kapot. Er waren ook geen verwondingen, dus er viel niets te claimen. Voorzichtig werd ik wel, ik ging rekening houden met tegenliggers en soms ook met dwarsliggers.

Moraal:
houdt altijd rechts, ook als de bocht naar links is.

Pierre Swillens

Sinterklaas (1)

29 mei

Sinterklaas als boeman

Dreigementen

Sinterklaastijd was altijd een nare tijd. Enerzijds verwachtte je cadeautjes, anderzijds werd, als onderdeel van je opvoeding, al maanden van te voren  gedreigd met de zak van Sinterklaas. Moeilijk te rijmen.

Eerste Sinterklaasbelevenis

Ik was, denk ik, vier jaar oud. Ik kon namelijk het Weesgegroetje bidden, maar dan moest mijn vader wel de zinnen voorzeggen. Mijn zusje was toen 14 maanden jonger en zou dat ook blijven. Het zal een van de avonden voor Sinterklaas zijn geweest. Het was vroeg donker en we zaten aan tafel in de woonkamer annex keuken, zeg maar het dagverblijf. Er hing iets onheilspellend in de lucht. Er was iets gepland.

Plotseling werd er op de deur geklopt en er kwam een heuse Sinterklaas binnen, vergezeld door een Pietermanknecht. Ik geloofde in Sinterklaas, mijn zusje geloofde nog nergens in. De Sinterklaas zag er mooi uit, volle baard, mijter en mantel. Of hij een staf had, weet ik niet. Ik denk het niet, want hij was niet per paard, maar per fiets. En dan is een staf niet handig. De Pieterman was helemaal opgepoetst met schoensmeer. Hij speelde slechts een ondergeschikte rol. Voor hem hoefde je niet bang te zijn.

Bidde, bidde, bidde

De Sinterklaas speelde zijn rol perfect, als een echte acteur. Bovendien had hij nog geen neuten op, zoals de Sinterklaas van Toon Hermans. De vocabulaire van Sinterklaas was echter beperkt. Ik hoorde hem alleen maar zeggen: “Bidde, bidde, bidde”. En die opdracht was duidelijk aan mij gericht. Mijn zus hield zich buiten schot.Vol angst wilde ik daar best aan voldoen, door met behulp van mijn vader het Weesgegroetje op te zeggen. Zonder de autocue van mijn vader zou dat niet gaan. We hadden al samen ‘Wees gegroet’ gezegd, tot mijn vader geroepen werd om onze hond, een keffer, het zwijgen op te leggen. De hond vond het maar vreemd bezoek, zo laat in de avond, en liet dit duidelijk blijken.
Na samen ‘Maria’ te hebben gezegd, begon de hond weer opnieuw en werd mijn autocue even afgedekt. ‘Vol van genade’, lukte net. Intussen stond ik doodsangsten uit. Ik wist niet of mijn gehaspel de goedkeuring van Sinterklaas zou wegdragen, of dat ik toch in de zak terecht zou komen. Misschien zou ik wel met toestemming van mijn ouders naar Spanje worden ontvoerd. Mijn vader deed zijn best in zijn dubbelrol. Mijn moeder vond ik tamelijk passief. Zij had niet eens een enkele rol.
Ik zal het Weesgegroetje tot een einde hebben gekregen. De hond had zich inmiddels ook bij de situatie neergelegd. Waarschijnlijk waren mijn inspanningen voldoende geweest, want we kregen een zak vol snoep. Eigenlijk was dit niet eerlijk. Mijn zus had niets gedaan, had zich een beetje achter mij verscholen en deelde toch volop mee. Maar ja, ik was al blij, dat ik er vanaf was.

Wolf & Hertzdahl

De snoep moest worden opgeborgen. Toentertijd was er in Sittard een bekende winkel in herenkleding, genaamd Wolf & Hertzdahl. Als je een kostuum kocht, werd dat mooi opgevouwen in een grote kartonnen doos met het opschrift Wolf & Hertzdahl. De doos werd ter plaatse gevouwen door de hoeken in elkaar te steken. Mensen liepen graag met zo’n doos over straat, want een kostuum kocht je niet elke dag. Er gaan zelfs verhalen, dat er soms helemaal geen kostuums inzaten, maar dat de schijn werd opgehouden. Net zoals in de Engelse serie van Hyacinth Bucket.
Maar mijn ouders hadden kennelijk eens een kostuum gekocht en de doos werd waarschijnlijk bewaard voor de schijn. Maar nu kwam de doos goed uit om de snoep van Sinterklaas te bewaren. Allemaal suikerbeestjes, in alle kleuren. Maar we mochten er niet van snoepen, want we moesten direct naar bed.

Ontnuchtering

De andere morgen stormden we samen (mijn zus en ik deden altijd alles samen, vanwege een eerlijke verdeling) naar de doos. Maar  de doos was leeg. Helemaal leeg, of toch niet helemaal. Toen ik goed keek, ontdekte ik een suikerbeestje (ik zie het nog steeds voor me), dat in een hoek ingeklemd zat tussen de vouwpunten van de deksel. Men had kennelijk het beestje over het hoofd gezien. Ik vond, dat ik er het meeste recht op had. Ik had het als eerste gezien, had de vorige avond het meeste werk ervoor moeten verrichten en bovendien het meeste in angst gezeten. Niemand protesteerde.
Van onze ouders kregen we een verklaring, dat Sinterklaas weer alles had opgehaald, omdat hij het nodig had voor andere kindertjes. Waarom hij ons dan eerst de stuipen op het lijf had gejaagd, werd er niet bij gezegd.

Moraal 1:
Je hebt niet altijd de situatie in eigen hand.

Ontmaskering

Vele jaren later, toen we inmiddels van Sinterklaas waren afgestapt, hoorden we de werkelijkheid. Sinterklaas was de jongste broer van mijn moeder, achttien jaar schat ik, maar een volleerd acteur. Om op die leeftijd al een betrouwbare Sinterklaas te kunnen spelen. Zijn beste vriend speelde voor Pieterman, duidelijk ongeschikt in die bijrol.

Het raadsel waar de snoep was gebleven, werd ook opgelost. De beide acteurs hadden er zo’n schik in gekregen, dat ze alle gezinnen met kinderen in de straat hadden bezocht. Telkens waren ze uit de voorraad in de Wolf & Hertzdahl-doos komen putten, totdat er niets meer overbleef (behalve dat ene beestje  natuurlijk). Mijn ouders speelden hierin vrolijk mee, niet wetende wat voor  onheil ze in een kinderziel opriepen.

Moraal 2:
Span je niet in, als het je niets oplevert.

Pierre Swillens

p.s. De kinderen in de straat waren de lachende derde, dankzij onze snoep.