Tag Archives: sagrada familia

Gaudi(4)

20 mei

Sagrada Familia

gaudi

Sagrada Familia

De officiële benaming is Basilica i Temple Expiatori de la Sagrada Familia, kortweg Basiliek van de Heilige Familie. Ofschoon de bouw nog niet is voltooid, werd de kerk tot basiliek gewijd op 7 november 2010 door Paus Benediktus XVI. Dat er zolang aan de kerk wordt gewerkt, is een gevolg van het feit dat de kerk als Verzoeningskerk alleen met giften kan worden gebouwd.
La Fundació de la Junta Constructora del Temple Expiatori de la Sagrada Familia is een semi-kerkelijke organisatie, die het budget van de bouw beheert, alsmede de voortgang van de bouw regelt.
Tegenwoordig worden de entreegelden van de bezoekers (2½ miljoen per jaar) gebruikt voor de bouw. Het bouwbudget bedroeg in 2009 bijv. € 18 miljoen.
Er werken nu constant 100 mensen aan de bouw, waaronder 15 architecten. De bouw is omringd door kranen en vaak afgedekt met veiligheidsnetten. Men verwacht, dat de bouw voltooid zal zijn in 2026 (100 jaar na de dood van Gaudí), maar zeker is dat niet.

gaudi

Sagrada Familia

Historie van de bouw

In 1866 stichtte Josep Maria Bocabella i Verdaguer, een Catalaans boekhandelaar, de l’Associació Spiritual de Devots de Sant Josep. Na een bezoek in 1872 aan het Vaticaan nam Bocabella zich voor een kerk te bouwen ter ere van de Heilige Familie. Er kwamen donaties binnen en in 1881 verwierf de l’Associació een perceel in de wijk Gracia, ter grootte van 12.800 m2.
Op 19 maart 1882, een feestdag van de H. Jozef, werd met de bouw van de crypte begonnen. Als architect was aangesteld Francesc de Paula del Villar y Lozano. Hij plande de bouw van een neogotische kerk in de vorm van een Latijns kruis.
Na onenigheid met de opdrachtgever trok hij zich op 18 maart 1883 terug. Men had intussen Antoni Gaudí i Cornets aangezocht. Deze bouwde de crypte af volgens het plan van Paula del Villar, maar veranderde het concept van de bouw volledig.

gaudi

Sagrada Famila

In 1892 begon Gaudí met de oostgevel gewijd aan de Geboorte van Christus. Tussendoor werkte Gaudí ook aan andere projecten. De bouw van de Sagrada Familia kon immers alleen voortgang vinden, wanneer er giften waren binnengekomen. Na de  bouw van de La Pedrera in 1914 wijdde Gaudí zich volledig aan de bouw van de Sagrada Familia.
Op 30 november 1925 kwam de eerste klokkentoren, gewijd aan de apostel Sint Barnabé, gereed. Dit is de enige klokkentoren, die Gaudí tijdens zijn leven heeft gebouwd. Er waren er twaalf gepland, overeenkomstig het  getal van de twaalf apostelen. Gaudí toonde zich lyrisch over het resultaat van de toren. Hij vergeleek de toren met een lans, die de hemel met de aarde verbond.
In 1926 stierf Gaudí door een tragische ongeluk, waarover later meer.

In 1930 werden de vier klokkentorens van de gevel van de Geboorte afgebouwd. Een van de opvolgers van Gaudí was de architect Domènec Sugrañes i Gras. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd de crypte door brand verwoest alsmede de tijdelijke school, die Gaudí nog had gebouwd voor kinderen van de werklieden. Ook gingen door brand in bouwketen veel tekeningen, alsmede maquettes verloren.

Van 1939 tot 190 reconstrueerde de architect Francesc de Paula Quintana i Vidal de crypte, alsmede sommige maquettes van Gaudí. Hiermee zou men het werk van Gaudí kunnen voortzetten.

In 1954 werd begonnen met de  van de westgevel, het Lijden van Christus. Gaudí had hiertoe door middel van schetsen een indruk gegeven, hoe hij deze gevel dacht te realiseren. Het voornaamste werk werd opgedragen aan de beeldhouwer Josep Maria Subirachs. Deze week in belangrijke mate af van de architectuur van de oostgevel van Gaudi. Hij maakte alles hoekig en strak. Geen tierelantijnen dus. Men zegt, dat men de architectuur van Gaudí te ingewikkeld vond en te kostbaar in de realisatie. Anderen zeggen, dat men na de dood van Gaudí beter had kunnen stoppen en de Sagrada Familia als een onafgewerkt monument kunnen beschouwen. Nu werd de kerk in verschillende stijlen afgebouwd.
Eerst in 1990 werden de eerste sculpturen van Subirachs in de westgevel aangebracht.  Nu is de westgevel, alsmede de bijbehorende vier klokkentorens, afgebouwd. Wat de gevels betreft, rest nu nog de zuidoostgevel, de gevel van de Glorie. In 2000 werd hiervoor de fundering gelegd. Deze zuidoostgevel wordt een belangrijke gevel, omdat hij ingang geeft tot het hoofdschip.

gaudi

Klokkentorens van de westgevel het Lijden van Christus

Architectuur van de bouw

De eerste architect Francesc de Paula del Villar wilde een neogotische kerk bouwen, gebaseerd op een Latijns kruis met een driebeukig schip en een enkelbeukig transept.
Nadat Gaudí de bouw had overgenomen, veranderde hij het concept dramatisch. Hij wilde een kerk bouwen, gelijkend op een kathedraal. De kerk kreeg een vijfbeukig hoofdschip en een driebeukig dwarsschip.

De crypte waar Paula de Villar reeds mee begonnen was, hield hij aan. Hij legde een spoor aan op de bouwplaats om materialen te vervoeren, bouwde kranen om zware stukken op te hijsen, alsmede bouw- en werkketen op de bouwplaats. Ook bouwde hij een tijdelijke school voor de kinderen van de werklieden. Hij maakte steeds maquettes om zijn medewerkers te laten zien, hoe hij het werk wenste te realiseren. Deze maquettes zouden ook dienstbaar kunnen zijn voor architecten, die het werk van hem zouden overnemen.
Alle berekeningen voor de bouw maakte hij zelf. Nu maken de archiecten gebruik van computers, waardoor de bouw veel sneller kan plaatsvinden.
De te verwerken stenen werden in de tijd van Gaudí op de bouwplaats in de juiste maat gekapt. Nu kan men de stenen reeds in de fabriek in de juiste afmetingen laten brengen.

gaudi

Sagrada Familia

Gaudí ontwierp drie gevels, allen gebaseerd op het leven van Christus. De oostgevel, welke hij zelf voor het grootste deel realiseerde, was gewijd aan de Geboorte van Christus. De westgevel, welke werd afgebouwd door Josep Maria Subirachs stelde het Lijden van Christus voor. De nog te bouwen derde gevel, de zuidoostgevel, zal worden gewijd aan de Glorie van Christus, de Wederopstanding.
Elke gevel zal worden uitgevoerd met drie portalen. De portalen van de oostgevel werden door Gaudí toegewijd aan de thema´s Geloof, Hoop en Liefde. Elke gevel zal tevens worden bekroond met vier klokkentorens, voorstellend de twaalf apostelen. Elke toren wordt bekroond met een ornament van mozaïek  en draagt de naam van een apostel.

Boven de apsis zal een toren verschijnen toegewijd aan de H. Maagd Maria. Deze toren zal 125 m. hoog zijn.  Het  middenschip zal worden bekroond met vier torens van 110 m. hoogte, voorstellend de vier evangelisten, met in het midden een toren van 170 m., toegewijd aan Jezus Christus. De top van deze toren zal bestaan uit een 14 m. hoog kruis van metaal en kristal. Dit kruis zal schitteren in het zonlicht en van grote afstand zichtbaar zijn.  Als bijzonderheid gold, dat Gaudí deze toren met opzet iets lager bouwde dan de nabijgelegen berg Montjuïc (173 m.), uit nederigheid ten opzichte van de schepping van God.

gaudi

Oostgevel van de Sagrada Familia

Symboliek van de bouw

De symboliek van de bouw van Sagrada Familia is enorm. De hele kerk is gewijd aan de Heilige Familie en dat komt in alle aspecten van de bouw tot uitdrukking.

Symboliek van de gevels

Guadí ontwierp drie gevels, elk met drie portalen. Misschien is dat al een verwijzing naar de H. Drieeenheid. De oostgevel werd gewijd aan de Geboorte van Christus, de westgevel aan het Lijden van Christus en de zuidoostgevel zal worden gewijd aan de Glorie van Christus.
In de oostgevel verwerkte Gaudí veel verwijzingen naar de natuur in de vorm van bloemen, planten, dieren etc. De portalen wijdde hij aan de thema’s Geloof, Hoop en Liefde.
In de gevel is een cipres te herkennen, symboliserend het leven. Een pelikaan aan de voet symboliseert de liefde. De pelikaan zou zich immers zelf opofferen, wanneer zijn jongen in gevaar zouden komen.  De top van de boom wordt gevormd door de T, de beginletter van het Hebreeuwse Tau (God) of van het Griekse Theos (God). Op de letter T staat een  de beginletter X van Xristos (Christus). Het geheel wordt afgerond door een duif met gespreide vleugels, voorstellend de H. Geest. Aldus wordt door Gaudí de H. Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de H. Geest weergegeven.

gaudi

Oostgevel, de gevel van de Geboorte van Christus

De scène van de Geboorte wordt omringd door engelen met bazuinen.Aan de ene zijde geflankeerd door de drie koningen, aan de andere zijde door de herders. Kolommen in het middenportaal zijn bedekt met palmbladeren en rusten aan de voet op schildpadden, symbolen van de stabiliteit van de kosmos.
Boven de scène is te zien de Aankondiging van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria en de kroning van Maria tot Koningin van de Hemel.
De gevel is verder versierd met episodes uit het leven van Christus. Een bijbel in beelden.

Gaudí wilde een ezel bij de geboortescène vereeuwigen. De geboorte vond immers plaats in een stal. Die ezel moest zo natuur getrouw mogelijk worden weergegeven. Dus ging Gaudí op zoek naar die ezel. Toen hij de juiste gevonden had, werd de oude dame, die de ezel bezat schadeloosgesteld. Een zigeuner schoor de ezel, waarna Gaudí met gips een model van hem maakte. Zo was de ezel natuurgetrouw. Het verhaal gaat dat de ezel en de mevrouw, die aanwezig was, de operatie hadden overleefd. De ezel kreeg zelfs een stal op de bouwplaats tot zijn dood. Misschien dacht Gaudi hem nog eens nodig te hebben.
Er liepen trouwens meer dieren rond op de bouwplaats en de omgeving, zoals geiten en kippen.

gaudi

Oostgevel, gevel van de Geboorte van Chistus

Gaudí heeft ideeën nagelaten, hoe de westgevel, het Lijden van Christus en de zuidoostgevel, de Glorie van Christus eruit moesten zien. Alleen de westgevel is gereed, voornamelijk het werk van de beeldhouwer Josep Maria Subirachs. Deze gevel is strakker, de beelden hoekiger en er is minder symboliek terug te vinden, dan in de oostgevel van Gaudí.

gaudi

Westgevel, gevel van het Lijden van Christus

Gaudí had benadrukt dat in deze gevel de wreedheid van het offer van Christus tot uitdrukking moest worden gebracht. De gebeeldhouwde scènes roepen episodes op van de Calvarieberg of Golgotha van Christus. Op het laagste niveau zijn scènes van de laatste avond van Christus te zien, zoals het Laatste Avondmaal, de Kus van Judas, Ecce Homo en het proces voor de Joodse Raad. Op het middelste niveau de Calvarieberg of Golgotha van Christus, zoals de drie Maria’s, Sint Veronica, Longinus en een Hollow-Face illusie van Christus. Op het derde niveau is de begrafenis en de wederopstanding van Christus te zien. Tussen de twee torens van de apostelen Bartholomeus en Thomas is een verbindingsbrug, waarop een bronzen figuur, voorstellend de Hemelvaart van Jezus.
Bij de voorstelling van de Kus van Judas is een magisch vierkant weergegeven met vier rijen van vier cijfers. De rijen vormen verticaal en horizontaal het getal 33, de leeftijd van Christus.

gaudi

Magisch vierkant

Met de bouw van de zuidoostgevel, de gevel van de Glorie van Christus is in 2002 een aanvang genomen. Gaudí maakte een algemene schets hoe deze gevel eruit moest zien. Zeker is, dat dit de belangrijkste gevel wordt, omdat hij direct toegang geeft tot het hoofdschip.
Subirachs gebruikte, net als Gaudí overigens, het Alpha- en Omega-teken.

gaudi

Alpha- en Omegateken

Symboliek van de torens

In totaal verrijzen er 18 torens. Twaalf torens, vier per elke gevel, zijn gewijd aan de twaalf apostelen. Op elke toren is de naam van de apostel vermeld. De torens zijn bekroond met ornamenten in mozaïek.  De torens zijn rond de 100 m.

Op de apsis komt een toren, gewijd aan de H. Maagd Maria. Deze toren krijgt een hoogte van 125 m.
Centraal op het middenschip zijn er vijf torens. Vier torens van 110 m. voorstellend de vier evangelisten. Deze torens zijn elk voorzien van een symbool, een stier voor de H. Lucas, een gevleugelde man voor de H. Mattheus, een adelaar voor de H. Johannes en een leeuw voor de H. Marcus.
De meest centrale toren van 170 m. is de toren, gewijd aan Jezus Christus.

gaudi

Westgevel, gevel van het Lijden van Christus, Sculpturen van Josep Maria Subirachs.

Epiloog

In 1926 stierf Gaudí door een tragisch ongeval. Gaudí leefde de laatste weken voor zijn dood in een bouwkeet op de bouwplaats van de Sagrada Familia. Hij had zichzelf verwaarloosd. Maar hij ging elke dag naar de Vespers in de kerk van Sant Felip Neri in de binnenstad. Op een dag werd hem dat noodlottig en werd hij door een tram overreden.
Voorbijgangers dachten met een zwerver te doen hebben  en brachten hem naar het Armenziekenhuis. Hier werd hij herkend door een priester, maar binnen enkele dagen was hij dood.
Zijn begrafenis was een indrukwekkende plechtigheid. Een stoet van 1½ km. lengte volgde zijn lijkkist. Hij werd bijgezet in de crypte van de Sagrada Familia. De crypte werd hiertoe uitgebreid met een kapel, waarin een tombe voor Gaudí werd aangebracht. Zo blijft Gaudí voor eeuwig verbonden met de Sagrada Familia.

Er worden pogingen gedaan om Gaudi zalig te verklaren. Gaudí was een gelovig man en besteedde een groot deel van zijn leven aan het realiseren van een kerkelijk monument. Er gaan echter stemmen op, dat Gaudí behoorde tot de Vrijmetselarij, evenals overigens zijn mecenas Güell. Diegenen, die dat beweren menen dit af te leiden uit de symboliek, die Gaudí meermalen gebruikt. Dit zal na zijn dood niet worden opgelost. Gaudí gaf weinig uitleg over de betekenis van zijn symboliek. Daar moest men maar naar gissen.

Zijn werk wordt wel gewaardeerd door de Unesco. In 2005 werden de crypte en de Geboortegevel van de Sagrada Familia door de Unesco op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Opvallend dus, alleen het Gaudí-deel van de Sagrada Familia.

gaudi

Tombe van Gaudí

Gaudi (2)

6 mei

La Pedrera (Casa Milà)

gaudi

Historie van het gebouw

gaudi

Antoni Gaudí i Cornets

In 1905 kocht het echtpaar Pere Milà i Camps en Roser Segemón i Artells een perceel grond van ruim 1800 m2, gelegen op de hoek van de Passeig de Gracia en de Carrer de Provença. Het perceel was bebouwd met een woonblok van drie huizen en een tuin. Het was de bedoeling dat de huizen werden gesloopt en op die plaats een nieuw appartementencomplex zou worden gebouwd, waarin ook de familie Milà zou gaan wonen.
Pere Milà was gecharmeerd door de bouw/renovatie van Casa Batlló (zie vorige post) door Gaudí. Casa Batlló lag iets verderop, in de richting van de binnenstad, aan de Passeig de Gracia.
In 1906 kreeg Gaudí de opdracht tot de bouw van het appartementencomplex.

Gaudi bouwde van 1905 tot 1912 het gewenste appartementencomplex, zij het met enige complicaties, waarover later meer. In 1911 betrok de familie Milà een volledige verdieping van het gebouw. De rest van de appartementen zou worden verhuurd, wanneer het volledige gebouw gereed was. Dit gebeurde in oktober 1912.

gaudi

La Pedrera

Het verhuren ging niet al te voorspoedig, want de potentiële huurders werden afgeschrikt door de uitzonderlijke bouw, niets was rechttoe-rechtaan. Zij waren bang, dat zij daardoor hun meubels niet kwijt konden.
Gaudí had op verzoek van de familie, wellicht tot hun eigen genoegen, de bouw toegankelijk gemaakt voor koetsen. Later werden de koetsen vervangen door motorvoertuigen, zodat we misschien van de eerste parkeergarage kunnen spreken.

gaudi

La Pedrera bij avondlicht

In 1946 verkocht Roser Segimón, inmiddels weduwe, het complex aan Inmobiliaria Provença. Deze firma gaf in 1953 opdracht tot de bouw van 13 appartementen in de vliering.

Op 30 oktober 1962 wordt La Pedrera door de Stad Barcelona opgenomen op de lijst van artistieke erfgoederen.
De regering van Spanje volgt door op 20 augustus 1962 La Pedrera te erkennen als een ‘historisch-artistiek monument van nationaal belang’.
Uiteindelijk neemt de Unesco op 2 november 1984 La Pedrera op in de lijst van Werelderfgoederen.

gaudi

Dak van La Pedrera

In 1986 neemt de bank Caixa Catalunya La Pedrera over van Inmobiliaria Provença en beluit tot grootscheepse restauratie.  Het gebouw was nmiddels danig verouderd. De bank is van plan om van La Pedrera een cultureel centrum te maken ten dienste van de stad Barcelona.
In 1987 wordt het dakterras reeds opengesteld voor het publiek.

In juli 1992 wordt het appartement op de eerste verdieping, alwaar de familie Milà had gewoond, in gebruik genomen als tentoonstellingsruimte voor wisselende exposities.
De voormalige garage (koetshuis) wordt in 1994 omgebouwd tot een ruimte ten behoeve van de activiteiten van het Caixa Catalunya’s Social Work.

gaudi

Schoorstenen op het dak van La Pedrera, die er uit zien als krijgers

Het totale restauratiewerk eindigt in juni 1996. Op de vliering wordt het Espai Gaudí geopend, een tentoonstelling gewijd aan het leven en werk van Gaudí.
Uiteindelijk werd in juli 1999 het La Pedrera Appartement geopend, waarvan de inrichting met oorspronkelijke elementen werd teruggebracht naar de tijd van Gaudí.
De bank heeft sinds 1988 meer dan 48 milj. euro in de restauratie gestoken. Zij krijgt hiervoor erkenning van de Asociación Catalunya de Criticos de Arte (1996) en van de Generalitat de Catalunya (1997).

Pere Milà i Camps en Roser Segimón i Artells.

Pere Milà en Roser Segimón trouwden in 1905. Pere Milà was een succesvol zakenman in onroerend goed. Roser Segimón was een steenrijke weduwe, getrouwd geweest met de ‘indiano’  José Guardiola. ‘Indiano’ werd de Catalaan genoemd, die in Noord- of Zuidamerika schatrijk was geworden en vervolgens naar Barcelona was teruggekeerd.

Zoals reeds gememoreerd kocht het kersverse echtpaar in 1905 een lap grond ter grootte van 1835 m2 op de hoek van de Passeig de Gracia en de Carrer de Provença. De bestaande bebouwing op het complex werd gesloopt en Gaudí werd opdracht gegeven om er een appartementencomplex te bouwen, waarin zij ook konden wonen. De vergunning werd aangevraagd en met de bouw werd reeds begonnen. Door strubbelingen, waarover later meer, werd de vergunning eerst officieel in juli 1910 verleend.

gaudi

Overzicht dak La Pedrera met trappenhuizen en schoorstenen

Eind december 1911 signeerde Gaudí een certificaat vermeldende dat de bouw van de eerste verdieping ten behoeve van de familie Milà was voltooid. In oktober 1911 betrokken de Milàs het appartement.
In oktober 1912 signeerde Gaudí een certificaat, waarin hij verklaarde dat de bouw volgens plan was voltooid en dat de rest van de appartementen kon worden verhuurd.

In 1940 stierf Pere Milà. In 1946 verkoopt de weduwe Roser Segimón het complex aan Inmobiliaria Provença. De kosten van het onderhoud van het complex waren haar te hoog geworden. Zij bleef wel in het  complex wonen tot haar dood in 1964.

gaudi

Certificaat van Gaudí aangevende dat de bouw van het appartementencomplex is voltooid.

Kenmerken van de bouw

Gaudí moest bij de bouw rekening houden met de voorschriften, die golden voor een bouw in de wijk l´Eixample.  Het ontstaan van de wijk l´Eixample is reeds uitgelegd in de vorige post over Casa Batlló. Op de hoek van de straten moest de gevel afgeschuind zijn (te zien op de volgende luchtfoto).

gaudi

luchtfoto van La Pedrera

Gaudí paste bij de bouw het ‘Plan Libre’ toe. Dit ging er vanuit dat de krachten niet zouden worden opgevangen door dragende muren, maar door kolommen van steen en ijzer. De gevel werd daardoor ontlast en kon naar vrijheid worden ontworpen. Gaudí gebruikte zandsteen als bekleding van de gevel. De zandsteen werd gedolven in de buurt van Barcelona en ter plaatse in de gewenste vorm gemodelleerd. Hierdoor ontstond een lichtgolvende gevel (zie ook de luchtfoto).

gaudi

Gevel van La Pedrera

De bouw van zes verdiepingen omvatte eigenlijk twee appartementencomplexen binnen één gevel. De appartementen waren hierbij gebouwd rond twee patio’s. Hierdoor was het mogelijk, dat het daglicht doordrong tot alle inpandige appartementen. Op de luchtfoto zijn die twee patio’s duidelijk te zien.

gaudi

Balkons La Pedrera

De verdiepingen kwamen uit op balkons in de voorgevel, die afgewerkt werden met een smeedijzeren balustrade. Gaudí kreeg bij de bouw assistentie van Josep Maria Jujol, die we ook al tegenkwamen bij de renovatie van Casa Battló. Jujol ging zich bezig houden met de balkons, die allemaal verschillend werden uitgevoerd.  Gaudí, zelf zoon van een kopersmid, had echter het eerste model ontworpen en zelf gesmeed. Het is aan te nemen dat het smeedwerk werd uitgevoerd door de gebroeders Badia, die reeds op jeugdige leeftijd bij Gaudí in de leer waren gekomen. De gebroeders Badia smeedden ook de grote toegangsdeuren tot de appartementencomplexen.
Gaudí moest ook rekening houden met de wens van de opdrachtgever, dat de appartementen per koets inpandig bereikbaar waren. Iets wat in veel gebouwen toepasbaar was.

gaudi

Smeedijzeren balustrade op balkons

Op de vliering bouwde Gaudí cilindervormig parabole boogconstructies van steen om het dak te ondersteunen. Het dak werd uitgevoerd in verschillende niveaus. Vanaf het dak kon men in de patio’s kijken.
Alle delen van het dak, zoals trappenuitgangen, ventilatiekanalen en schoorstenen werden verborgen in morfologische figuren. De zes trappenuitgangen werden bekleed met scherven keramiek (trencadis) met een egale lichtgrijze kleur. Eén van trappenhuizen werd uitgevoerd met het bekende vierarmige Gaudiaans kruis.
Het lijkt alsof de ventilatie- en schoorsteenkanalen een helm dragen, vandaar dat men het dak wel eens de ‘tuin van de krijgers’ noemt. De kanalen hebben allemaal een egale lichtbruine kleur. Een aantal kanalen zijn aan de top bekleed met scherven van lege champagneflessen. Het verhaal gaat dat Gaudí hiervoor de lege champagneflessen gebruikte, overgebleven na de feestelijke opening.

gaudi

De tuin van de krijgers op het dak van La Pedrera

De bouw werd uiteindelijk beschouwd als een voorbeeld van de Art-nouveaustijl. In de volksmond werd het gebouw al snel ‘La Pedrera’ (steengroeve) genoemd, omdat het gebouw op geen enkele wijze beantwoordde aan de gangbare architectuur.

Geschillen tijdens de bouw

Het begon al bij de opdracht. Mevrouw Roser Segimón was niet gecharmeerd van Gaudí, maar ze legde zich bij de beslissing van haar man neer. Maar toen Gaudí in 1926 stierf was mevrouw Roser Segimón er als de kippen bij om de inrichting van hun appartement te wijzigen en het meubilair naar haar smaak aan te passen.

Nadat de bouw twee jaar aan de gang was, kregen de Milàs c.q. Gaudí heibel met het stadsbestuur. De vergunning was nog steeds niet verleend en werd opgehouden, omdat Gaudí  met een kolom een meter over het voetgangersgedeelte kwam. Gaudí zei tegen het stadsbestuur, dat hij de kolom wel wilde afzagen, maar dat hij er een bord bij zou zetten, waarom dit was gebeurd. Toen het stadsbestuur de aanmaning aanbood aan de familie Milà op hun vakantieverblijf in Reus, werd de brief niet door het personeel aangenomen. De zaak bloedde een beetje dood.

gaudi

Trappenhuis, bekleed met trencadis

Een half jaar later was er opnieuw onenigheid met het stadsbestuur. Nu verweten ze de Milàs c.q. Gaudi, dat zij zich niet hielden aan de bouwvoorschriften, zoals die golden in de wijk l’Eixample. De bouw was te hoog, het volume overschreed de normen. Een ‘welstandscommissie’ boog zich over de bezwaren en kwam tot de conclusie, dat de architectonische uitstraling van het gebouw meer waarde had, dan het handhaven van een aantal voorschriften.
Het duurde tot juli 1910 voordat de vergunning uiteindelijk werd verleend.

gaudi

Smeedijzeren toegangsdeur appartementencomplex

Gaudí kreeg ook een geschil met de Milà-familie. Gaudí was een gelovig man. Hij was reeds bezig met de bouw van de Sagrada Familia. La Pedrera zou zijn laatste klus worden voor een privé-persoon. Na de bouw van La Pedrera ging hij zich volledig wijden aan de bouw van de Sagrada Familia.
Gaudí wilde de La Pedrera kronen met een beeldengroep van 4½ meter hoog met de H. Maagd Maria, geflankeerd door de aartsengelen Gabriël en Michaël. Onduidelijk is of hij een beeldengroep prominent op de top van de gevel wilde plaatsen of een 4½ m. hoog medaillon in de voorgevel.
Het feest ging echter niet door en wel om twee redenen. De beeldhouwer Carles Mani (1866-1911) was reeds begonnen om Gaudí’s idee uit te werken. Hij ontwierp een model van de H.Maagd, maar dat werd door de Milàs afgekeurd. Bovendien ontstonden in die tijd onlusten in Barcelona, toen Spaanse soldaten moesten gaan vechten in Marokko. De soldaten kwamen in conflict met de werkende klasse. Anarchisten, socialisten, republikeinen en antimilitaristen zagen hun kans schoon om aan de rellen mee te doen. Het gevolg was dat in de laatste week van juli1909 een aantal kerken in brand werd gestoken. Deze week werd later de Setmana Tràgica (Tragische Week) genoemd.
De Milàs waren nu bang, dat wanneer hun huis met een dergelijk opvallend religieus werk zou worden getooid, dit ook wel eens een doelwit bij onlusten zou kunnen worden.
Gaudí zag uiteindelijk van zijn plan af.

gaudi

Trencadis op trappenhuis

De verhouding van Gaudí met de Milà-familie werd er niet beter op. Na oplevering van de bouw kreeg Gaudí een geschil met de familie over de betaling van zijn honorarium. Uiteindelijk krijgt Gaudí in 1916 gelijk van de rechter. De Milàs moesten een hypotheek op het gebouw nemen om aan Gaudí een bedrag van 105.000 peseta’s te betalen. Toentertijd een behoorlijk bedrag.

Deze diashow vereist JavaScript.