Tag Archives: saeffelen

Willy Dols (deel 3)

2 Mrt

De Sittardse diftongering

Postuum proefschrift van een taalgeleerde, die te vroeg overleed

Inleiding

In Willy Dols (deel 2) beschreef ik hoe Willy Dols in 1944 op tragische wijze om het leven kwam. Daarbij gaf ik aan, dat hij tot het einde van zijn leven aan zijn proefschrift had gewerkt om te promoveren tot doctor in de letteren aan de R.K. Universiteit te Nijmegen. Het handgeschreven proefschrift  had hij in bewaring gegeven bij de familie van Carel Beke, die het tot het einde van de oorlog bewaarde. Carel Beke overhandigde in 1945 het proefschrift aan de familie Dols. Willy Dols was inmiddels in 1944 in een werkkamp in Noord-Duitsland overleden.

Prof. dr. Jac van Ginneken, de promotor van Willy Dols, zinspeelde in zijn condoleancebrief van 31 juli 1945 aan de familie Dols, dat het proefschrift zo’n waarde had, dat het alsnog moest worden gepubliceerd (Limpens 2011:111).
Toen ook de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen het belang van het proefschrift voor de wetenschap erkende, begon in 1948 drs. Jan van de Bergh, destijds vriend en collega van Willy Dols, aan de bewerking en het druk klaar maken van het manuscript van het proefschrift. Door omstandigheden zou het tot 1953 duren voordat het proefschrift postuum werd gepubliceerd.

Wat is Sittardse diftongering?

Het proefschrift handelt over de Sittardse diftongering. Frans Walraven geeft in Respecteier dien taal 14 van mei 2015 een duidelijke uitleg wat de Sittardse diftongering inhoudt. (Frans Walraven is een van de samenstellers van Spelling 2003 voor de Limburgse dialecten en een van de eindredacteuren van ’t Gruin Buikske van ’t Zittesj, het Groene Boekje van het Sittards).
Hij zegt:
“(….) We kennen allen nog de begrippen korte klinkers (i-o-a-u…), lange klinkers (aa-oo-ee-uu…) en tweeklanken (ei-ou-au-ui…..). De korte en lange klinkers samen noemt men eenklanken of monoftongen; de tweeklanken heten diftongen”.
Hij vervolgt dan, dat in het Sittards onder bepaalde voorwaarden een klinker (monoftong) een tweeklank (diftong) wordt. Echter dit geldt alleen voor de lange klinkers, de korte klinkers zijn dus uitgesloten.
Bij de lange klinkers geldt dit bovendien alleen voor de ee – oo- en eu.

Frans Walraven stelt dat de Sittardse diftongering een complex gebeuren is, want de vervanging van een eenklank in een tweeklank treedt alleen op bij lange klinkers, die met een stoottoon (ook wel valtoon genoemd) worden uitgesproken. Dus de lange klinkers uitgesproken met een sleeptoon blijven ongewijzigd.

Niet-Limburgers zullen het verschil tussen de stoottoon en sleeptoon niet herkennen. Limburgers horen dit automatisch. Wanneer ze iemand ‘bein’ met een sleeptoon horen zeggen, dan weten ze dat men het over één been heeft. Horen ze ‘bein’, uitgesproken met een stoottoon, dan weten ze dat het over meer benen gaat, tenminste twee.

Komt  verder nog bij, dat er uitzonderingen op de regels van de Sittardse diftongering zijn. Er zijn toch woorden met de lange klinker ee-oo-eu, uitgesproken met een sleeptoon, die wel diftongeren, terwijl woorden met deze lange klinkers, uitgesproken met een stoottoon, juist niet diftongeren.
Zo zal het woord ‘neet’ (niet), uitgesproken met een sleeptoon, diftongeren tot ‘neit’, terwijl worden als ‘bees’ (beest) en ‘fees’ (feest), uitgesproken met een stoottoon juist niet diftongeren. Zij blijven dus ongewijzigd.

Duizelt het jullie van de uitzonderingen. De Sittardenaar past ze automatisch toe. Kennelijk wordt dat van generatie op generatie doorgegeven.

Verspreidingsgebied van de Sittardse diftongering

Scan-Willy Dols

Ten behoeve van zijn proefschrift verzamelde Willy Dols dialectgegevens binnen Sittard en de omgeving hiervan. Samen met zijn vriend Jan van de Bergh gingen ze per fiets erop uit om deze gegevens te vinden om ze later te kunnen analyseren.

Willy Dols zal in zijn proefschrift verklaren, dat hij zoveel ‘stof’ over de Sittardse diftongering bijeen heeft willen brengen, opdat een dialectgeograaf  het verschijnsel in kaart kon brengen en hierin een verklaring voor de verspreiding zou kunnen vinden  (Limpens 2011:105)

Hij maakte zelf een kaartje van hun waarnemingen (zie kaart, overgenomen uit Limpens 2011:104). Hieruit blijkt dat het gebied van de verspreiding van de Sittardse diftongering in het noorden wordt begrensd door Echterbosch, in het zuiden door Amstenrade, in het westen door Einighausen en in het oosten door Saeffelen (Duitse Selfkant).
Willy Dols vond ook ‘Sittardse’ diftongering in het Midden-Limburgse Herkenbosch en het Duitse Neu-Haaren.

Opmerkelijk vond hij de dialectgrens tussen de dorpen Einighausen en Guttecoven in het westen. De dorpen liggen vlak naast elkaar. In Einighausen wordt gediftongeerd, in Guttecoven niet. De isoglosse loopt dus duidelijk tussen de twee dorpen. Als mogelijke verklaring noemt hij dat Guttecoven sinds de 14e eeuw behoorde tot de schepenbank Urmond en het voormalige ambt van Born, terwijl Einighausen, samen met Limbricht, een aparte schepenbank vormde. Bovendien had Guttecoven sinds 1400 kerkelijke rechten, terwijl Einighausen dat eerst in de tweede helft van de 19e eeuw ten deel viel.
Willy Dols concludeerde hieruit dat politieke, kerkelijke, economische  en culturele aspecten een mogelijke rol hebben gespeeld bij het verloop van de isoglosse (Limpens 2011:106).

Mogelijke verklaring van de Sittardse diftongering

Ook Willy Dols wist in zijn proefschrift geen verklaring te geven voor het verschijnsel de Sittardse diftongering. Hij wist dat het iets te maken had met de stoottoon, maar dat kon geen verklaring zijn, omdat elders in Limburg de klinkers met een stoottoon werden gebruikt zonder te diftongeren.
Hij wist wel dat de diftongering reeds in de 14e eeuw moet zijn ontstaan. Hij deed uitgebreid onderzoek in oude Sittardse archieven. Zo vond hij het woord ‘breiff’ (brief) in een geschrift van 1378 (Limpens 2011: 108-109).

Opmerkelijk is, dat Frans Walraven schrijft dat het eerste schriftelijk bewijs van Sittardse diftongering dateert van 1571 (Walraven 2 feb. 2012). In een later geschrift verduidelijkt hij dat Willy Dols dat uit een geschrift van dat jaar had vastgesteld. Waarschijnlijk doelt Walraven hier op het woord ‘beir’ (bier), dat Willy Dols wel in een nota van 1571 zal hebben gevonden (Walraven 10 juli 2015).
Overigens is ook Walraven van mening, dat de Sittardse diftongering dateert vanuit de 14 eeuw.

Overigens meent Willy Dols, dat naast de stoottoon ook andere factoren een rol hebben gespeeld bij het ontstaan van de Sittardse diftongering. Zo spreekt hij zich voorzichtig uit, dat dit een gevolg kan zijn van een mechanisch proces, waarbij hij doelt op een bepaalde wijze van articuleren (Limpens 2011:108).

De toekomst van de Sittardse diftongering

Frans Walraven wijdt in een geschrift een beschouwing aan het feit of de eeuwenoude Sittardse diftongering ook een eeuwig leven beschoren zal zijn. Hij meent dat dit niet het geval zal zijn. Hij noemt een drietal factoren, die een negatieve rol kunnen spelen in het voortbestaan van de Sittardse diftongering, en wel:

  • de complexiteit van de regels van de Sittardse diftongering zelf. Vormt dit niet een barrière en ondergraaft het niet het hanteren van de regels.
  • Het steeds opener worden van de taalgemeenschappen. Men komt dagelijks in aanraking met mensen uit andere taalgebieden. Typische taalverschijnselen zullen onder druk komen te staan en mogelijk helemaal verdwijnen.
  • Een belangrijke factor is de invloed van de Standaardtaal, het Nederlands. Als voorbeeld noemt hij, dat men in de omgangstaal in plaats van het woord ‘regeiering’, het Nederlandse woord regering ongewijzigd overneemt (Walraven 10 juli 2015).

Epiloog

Alhoewel Willy Dols in zijn proefschrift geen duidelijke verklaring van het ontstaan van het verschijnsel van de Sittardse diftongering kan geven, werd zijn proefschrift alom gewaardeerd. Hij zou er zeker op gepromoveerde zijn tot doctor in de letteren. Zijn promotor, prof. dr. Jac van Ginneken, had na het lezen van een niet afgewerkte versie van het proefschrift besloten om Willy Dols als zijn opvolger voor te dragen. Prof. Van Ginneken trad in 1945 terug. In datzelfde jaar overleed hij. Zijn beoogde opvolger Willy Dols was reeds in 1944 overleden. Zo kreeg de verwachting dat deze een gerespecteerde taalgeleerde zou worden, geen vervulling. Aan de Griekse tragedie rond Willy Dols was een einde gekomen.

Pierre Swillens

Bronnen:

  • Gussenhoven, Carlos
    Over het waarom van de Sittardse diftongering (niet gedat.). Ook integraal opgenomen in Limpens 2011;
  • Hermans, Ben en Marc van Oostendorp
    Synchrone beperkingen op de Sittardse diftongering  (niet gedat.)
  • Limpens, Lei
    Willy Dols 1911 – 1944, Uitgave Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen, 2011
  • Walraven, Frans
    De Sittardse Diftongering, 2 feb. 2012, Willy Dols Stichting;
    Respecteier dien taal 13, 15 april 2015, Willy Dols Stichting;
    Respecteier dien taal 14, mei 2015, Willy Dols Stichting;
    Respecteier dien taal 15, 10 juli 2015, Willy Dols Stichting.

 

 

 

 

Advertenties