Tag Archives: mexico

Eerbetoon aan J.H. (Hub) Frenken (deel 3)

22 nov

Hub als veelzijdig kunstenaar

De andere kant van Hub

Inleiding

Na zijn pensionering in 1976 en zijn vertrek naar Andorra had Hub veel vrije tijd. Hij ging zich met andere dingen bezighouden, waar hij vroeger geen tijd voor had gehad.
Ook hier blijkt weer de veelzijdigheid van Hub. Hij schreef boeken, verhalen en gedichten. Hij maakte schetsen, aquarellen en olieverfschilderijen. Hij experimenteerde ook nog met beeldhouwen, hetgeen hij niet onverdienstelijk deed.
Dit alles is te zien op de website http://www.jhfrenken.nl. Om mijn relatie met Obbicht te laten zien, volgt hieronder een samenvatting van zijn werk.

Hub als schrijver van verhalen en boeken

Hub begon zijn memoires vast te leggen in verhalen en boeken. Zijn losse verhalen gingen over zijn tijd als piloot, als arts in de West, als krijgsgevangene in de oorlog en als reizigers op zijn reizen naar Nepal, Macao en Japan.

Op de volgende afbeelding staan een aantal boeken.

frenken-26-cs2
Hub schreef in 1995 het boek ‘Piet Soer en anderen van de oude Indiëroute’, waarbij hij zijn ervaringen als piloot op de Indiëroute beschreef (op de afbeelding links).

Later publiceerde hij in 2000 het boek ‘Beelden uit mijn kinderjaren’ (zie midden op de afbeelding). Hub beschrijft hierin, onder het pseudoniem Bertje op de Kamp en min of meer semi-autobiografisch, in anekdotes zijn belevenissen uit zijn jeugdjaren. Opvallend is, dat hij zich  na een turbulent leven nog veel uit zijn jeugd herinnerde.

Ik heb dit boek met plezier gelezen, omdat ik veel figuren en situaties uit dit boek vanuit mijn eigen jeugdjaren herken. Zo heeft hij het over Pijpje Drop,  een man die met een hondenkar petroleum langs de deur uitventte. Over die man heb ik eerder in mijn weblogs geschreven, omdat hij bij ons in de straat (Maasstraat) woonde. Ook heeft hij verhalen over spelen aan de beek en langs de Maas, zoals wij later ook deden. Waarschijnlijk was in mijn tijd het dorp Obbicht nog niet veel veranderd.

Laatst kwam ik in de stadsbibliotheek het boek ‘Images from my Childhood’ tegen, een vertaling van voorgaand boek van Hub, aan de hand van de vertaler Sjef Frenken (een familielid?).

Hub als dichter

Hub schreef ook gedichten, meestal in Obbichts dialect.  Vele hiervan zijn in 1988 gebundeld in het boekje ‘Sjetse van vreuger’ (op de afbeelding rechts).

Hub was een echte familieman. Zijn vrouw Betta Pernot kende hij als vanaf zijn jeugdjaren. Samen kregen zij vijf kinderen. Betta volgde Hub in al zijn grillen naar nieuwe uitdagingen. Later vergezelde zij Hub op zijn reizen naar Nepal, Macao en Japan. Hub waardeerde waarschijnlijk de trouw van zijn vrouw en bracht dat tot uitdrukking in gedichten voor en na haar dood. Betta stierf op 3 september 1999.
Een gedicht, getiteld ‘De Kus’, druk ik hierbij af.

frenken-27-cs2
In ‘Sjetse van vreuger’ kwam ik een gedicht tegen, getiteld ‘Seè, seè rouke’, dat ik herkende uit mijn jeugdjaren. Wij zongen dit liedje op een bepaalde dag (Feest van de Onnozele Kinderen?).  Wij gingen dan in Obbicht langs de deur en zongen dit liedje. Dan werd er met appels of snoep gesmeten, waar wij dan om vochten. (In mijn optiek zongen wij echter “Sjèr, Sjèr, rouke. “). Let wel, er werd gesmeten, dus niet overhandigd. De sterkste had altijd het meeste. Volgens mij was het gebruik alleen in Obbicht traditie.
Een zo’n dag kan ik mij goed herinneren. Wij waren met een groepje kinderen aan het spelen, nabij de pastorie in de Dorpsstraat. Plotseling kwam de pastoor naar buiten  en smeet, zonder dat wij Seè, seè, rouke hadden gezongen, een handvol centen in ons midden. Waarschijnlijk genoot hij van ons vechten om de centen.

frenken-28-cs2
Een ander gedicht, dat ik in de ‘Sjetse van vreuger’ tegenkwam, was getiteld ‘Veurjoar’. Ik druk dit hier af om aan te geven hoe moeilijk het is om het Obbichts dialect te lezen, dan wel te schrijven.frenken-29-cs2Hub als schilder en tekenaar

Met schilderen en tekenen was Hub als vroeg begonnen. Zo had hij reeds in 1966 in het Cultureel Centrum te Aruba een tentoonstelling van zijn werken.

Om een indruk te geven van zijn schetsen, aquarellen en olieverfschilderijen volgt onderstaand een fotogalerij.

Hub als beeldhouwer

Niet duidelijk is, wanneer Hub zich met beeldhouwen heeft beziggehouden, waarschijnlijk in zijn latere leven. Opvallend is wel het beeld, dat hij maakte van zijn eigen hoofd.

frenken-33
Nawoord

Ik hoop dat ik iedereen een goed overzicht heb gegeven van het uitzonderlijk leven van Hub Frenken. Hij getuigde van een veelzijdigheid, die hij alleen maar door wilskracht en doorzettingsvermogen kon bereiken. Ook was hij als arts een toegewijd persoon. Zeker is, dat hij in Mexico  twee jaar als arts onder de melaatsen heeft gewerkt.

Opvallend was, dat hij ondanks zijn turbulent leven een familieman bleef. Zijn vrouw en zijn kinderen zullen tot het laatst van hem hebben gehouden.

Ook is opvallend, dat hij in Nederland weinig bekendheid geniet, ofschoon hij wel eens in het nieuws was. Of hij ooit een koninklijke onderscheiding heeft gekregen, weet ik niet. De aan hem gewijde website praat er niet over.
Of het dorp Obbicht hem geëerd heeft als een belangrijk persoon of een markante inwoner weet ik ook niet. Misschien hebben ze wel een straat naar hem genoemd.

Het meest opvallend is wel, dat hij ondanks het rondzwerven over de gehele wereld het Limburgs dialect niet is vergeten en zich ook niet schaamde voor zijn roots in een klein dorp.

Misschien krijgt hij eens de eer, die hij verdient.

P.H. Swillens

p.s. Sjef Frenken (1935) blijkt een zoon te zijn van Hub en Betta. Toen hij met zijn ouders op Curaçao verbleef, werd hij door hen naar een Jezuïetenschool in Canada gestuurd. Sindsdien is hij in Canada gebleven.

Eerbetoon aan J.H. (Hub) Frenken (deel 2)

19 nov

Hub was van alle markten thuis

Een overzicht van zijn beroepen

Inleiding

Hub was veelzijdig, misschien ook wel wispelturig. Hij kon niet stilzitten en deed vele dingen tegelijk. Zo begon hij na zijn militaire  diensttijd als militair vlieger in 1932 aan een opleiding voor tandarts. Zijn studie bekostigde hij met gelden, die hij verdiende met zijn maandelijkse terugkeerdagen bij de Militaire luchtvaart. Die studie heeft hij niet afgemaakt, mogelijk doordat hij in 1933 door Albert Plesman als vlieger werd aangenomen bij de KLM.

Na zijn KLM-tijd, toen hij er genoeg van kreeg en verschillende collega’s verongelukten, begon hij in 1939 aan een studie medicijnen in Amsterdam. Hij was inmiddels in 1935 getrouwd met Catharina Elisabeth (Betta) Pernot, die hij al kende vanaf zijn jeugdjaren in Obbicht.
In die tijd moest je, om te kunnen trouwen in de leeftijd onder 30  jaar, de toestemming hebben van de ouders. Om een of andere reden kreeg Hub die niet. Hij verdiende een salaris als vlieger en mogelijk hadden zijn ouders dit nodig. Hub bleek niet voor een gat gevangen. Hij ‘schaakte’ Betta en trouwde met haar in 1935 in Londen. Hij deed dat tussen zijn vluchten door.

Hub als piloot.

Zoals gezegd in deel 1 genoot Hub zijn vliegeropleiding bij de Militaire luchtvaart.  Door Albert Plesman was de KLM opgericht en deze maatschappij verzorgde o.a. de vluchten in de Indiëroute Amsterdam – Batavia. Plesman had hiervoor vliegers nodig en het is niet verwonderlijk, dat hij hiervoor piloten koos, die het militair brevet hadden behaald.
Zo werd Hub door hem aangenomen om als tweede piloot te vliegen op de Indiëroute en uiteraard voor andere vliegdiensten.

Het vliegen naar Nederlands Indië was in die tijd nogal een hele belevenis. Er werd alleen overdag gevlogen. Zo’n vlucht duurde 7 à 10 dagen, afhankelijk van de weersomstandigheden. Hub voerde tot mei 1938 zeventien vluchten uit als tweede piloot en van augustus 1938 tot juli 1939 zes vluchten als gezagvoerder.

frenken-21-cs2

Tijdens zijn eerste vluchten was Hub als tweede piloot meestal gekoppeld aan de gezagvoerder Piet Soer. Later zou Hub zijn belevenissen uit die tijd vastleggen in een boek: “PIET SOER en anderen van de oude Indiëroute”.
Piet Soer werd bekend, toen hij in 1933 als copiloot van Iwan Smirnoff mee vloog op de zgn kerstvlucht. Deze vlucht werd uitgevoerd met de Fokker F-XVIII ‘Pelikaan’. Zij vervoerden ook post in de vorm van kerst- en nieuwjaarswensen. Deze post moest op tijd arriveren, daarvoor was een vlucht in recordtijd nodig. Smirnoff en Soer slaagden hierin in vier dagen, hetgeen een enorme publiciteit opleverde.

Op 6 april 1935 stortte Piet Soer met de Fokker F-XVII PH-AFL ‘Leeuwerik’ neer nabij Brilon (Sauerland) tijdens een vlucht van Praag naar Amsterdam.
Aan de samenwerking met Piet Soer kwam toen een einde.

Een andere collega van Hub, Wim Beekman, was reeds eerder in 1934 verongelukt met de Douglas DC-2 PH-AJU ‘Uiver’.

De KLM had bij de Amerikaanse vliegtuigbouwer Douglas Aircraft Corporation, zeer tot ongenoegen van Fokker, een Douglas DC-2 besteld, die in de zomer van 1934 werd gebouwd. Het vliegtuig werd gedeeltelijk gedemonteerd en per schip naar Nederland vervoerd, alwaar het door de Technische Dienst van de KLM werd geassembleerd.  Na een proefvlucht op 19 september 1934 raakte de KLM zo enthousiast, dat zij alsnog veertien DC-2’s bestelde, die bij Fokker zouden worden geassembleerd.
Het vliegtuig had een voor die tijd moderne aluminium constructie.

frenken-23-cs2
De Uiver raakte bekend door de deelname aan de MacRobertson London – Melbourne luchtrace van 20 tot 24 oktober 1934. De bemanning stond onder de leiding van de gezagvoerder Koene Dirk Parmentier.
De Uiver slaagde erin als tweede vliegtuig in Melbourne aan te komen. De bemanning had het voordeel, dat zij het traject Amsterdam – Batavia kende, naar vanaf Batavia naar Melbourne was het traject nieuw.

Even dreigde het op het laatste traject mis te gaan. In de nacht van 23 op 24 oktober kwam de Uiver boven Zuid-Australië in noodweer terecht, zodat er een noodlanding moest worden gemaakt op de renbaan te Albury. Parmentier had gevraagd om de renbaan door auto’s met hun koplampen te laten verlichten.
De volgende ochtend werd vertrokken. De grond van de renbaan was echter drassig geworden, zodat de plaatselijke bevolking de Uiver naar een droger gedeelte moest slepen (zie foto).
Onder achterlating van de bagage en de passagiers lukte het Parmentier om het toestel weer in de lucht te krijgen.

frenken-25-cs2
Daar de Uiver als een gewoon lijnvliegtuig aan de race had deelgenomen, werd het toestel in het handicapklassement als eerste gerangschikt.

Een lang bestaan bleef de Uiver niet beschoten. Op 20 december 1934 maakte de Uiver een tweede vlucht op de route Amsterdam – Batavia. Het was een extra vlucht, mede om de kerstpost te vervoeren. De vlucht stond onder de leiding van de gezagvoerder Wim Beekman.
Na een tussenstop in Caïro wilde Beekman wegens de slechte weersomstandigheden niet vertrekken, maar hij werd door de KLM-directie, waarschijnlijk vanwege de post, daartoe gedwongen.  Door het slechte weer verongelukte de machine bij Ruthbah Wells in het Irakese deel van de Syrische woestijn. De vierkoppige bemanning, waaronder Wim Beekman, en drie passagiers kwamen hierbij om.

Ook Koene Dirk Parmentier kwam door een vliegongeluk om het leven. In de nacht van 20 op 21 oktober 1948 verongelukte hij met de Lockheed Constellation PH-TEN ‘Nijmegen’ nabij het vliegveld Prestwick in Schotland.

Hub als arts

Hub was reeds in 1939 te Amsterdam met de studie medicijnen begonnen.  Na de inval van de Duitsers weigerde hij in 1943 om de loyaliteitsverklaring te ondertekenen. Mede omdat de Duitsers in 1943 de Nederlandse officieren weer in krijgsgevangenschap wilden interneren, trachtte Hub te vluchten naar Engeland. Zoals reeds gesteld in deel 1 werd Hub hierbij in Parijs door de Gestapo gevangen genomen en belandde hij uiteindelijk in kamp Neu-Brandenburg.
Ten tijde van zijn vlucht stond Hub vlak voor zijn doctoraal examen.

Na zijn bevrijding in 1945 pakte Hub zijn studie medicijnen weer op. waarna hij in 1947 in Amsterdam afstudeerde. Gedurende die tijd bleef Hub als piloot werkzaam, maar zijn hart lag niet meer bij de vliegerij. In 1948 voer hij als scheepsarts mee op de KNSM ‘Bonaire’, die voer op de Nederlandse Antillen. Hij kreeg toen een aanbod om op Curaçao een aantal jaren in een huisartsenpraktijk waar te nemen. In 1949 stopte Hub met actief vliegen  en vertrok met zijn gezin naar Curaçao om zich daar te wijden aan zijn medisch beroep.

Na acht jaar in de huisartsenpraktijk vond Hub dit genoeg. Hij had inmiddels ook hartklachten gekregen, maar dit lette hem niet om in 1957 in Mexico een studie dermatologie en leprologie te beginnen. Omdat in Nederland andere criteria voor deze studie golden, zette hij in 1960 deze studie in Rotterdam voort. In 1963 studeerde hij hier af.
Tussendoor was Hub in 1962 aan de Universiteit van Utrecht gepromoveerd op het proefschrift ‘De Diffuse Lepra van Lucio en Letapi’.

Hub vertrok weer naar de Nederlandse Antillen, nu naar Aruba, waar  hij zich vestigde als dermatoloog.  Daar bleef hij tot 1973, waarna hij weer naar Europa terugkeerde.

Hij vestigde zich te Antwerpen(België), van waaruit hij als scheepsarts een aantal reizen maakte met de Holland-Amerika lijn.  Tussendoor bekwaamde hij zich in de acupunctuur.
Hub woonde ook nog twee jaar in Maastricht, waar hij een praktijk had als acupuncturist.

In 1976 kwam een einde aan zijn werkzaam leven als arts, waarna hij zich definitief vestigde in Andorra.

In het laatste deel 3 laat ik zien hoe Hub toen zijn tijd ging invullen met schrijven, schilderen en beeldhouwen. Hub was tot rust gekomen en nu kwam zijn creatieve geest boven.

P. Swillens