Tag Archives: kerkbezoek

Dialect (13)

10 jul

Registratie kerkbezoek

Misdienaarkoor

De Meister

In de derde klas van de Lagere School te Obbeeg (Obbicht) hadden we geen juffrouw, maar ‘eine Meister’ (onderwijzer, aangesproken als meester). Ik kan mij niet veel van hem herinneren, ook geen naam en toenaam en hoe hij eruit zag. Zo’n sterk figuur was het dus ook weer niet. Wel kan ik mij twee akkefietjes met hem herinneren.

Registratie kerkbezoek 

Onlangs zag ik tussen mijn papieren een rapport van de Lagere School, zowel van mijn schooljaren in Obbeeg  als die in Beeg (Grevenbicht). Ik vond het zo”n waardevol document, dat ik dacht, dat moet je ‘goed’ opbergen. Met het gevolg dat ik nu niet weet, waar dat ‘goed’ precies was. Had ik het maar laten liggen. Maar ja, het zal toch wel eens te voorschijn komen.

Opvallend in het rapport was, dat in de derde klas met de pen een aantekening was gemaakt, vermeldend “Kerkbezoek:  13 van de 57”. Wij waren dus geregistreerd voor kerkbezoek voor aanvang schooltijd, naar ik meen zonder voorkennis. De registratie was dus wettelijk illegaal. Gelukkig waren er geen sancties aan verbonden.
Trouwens, wie had men moeten sanctioneren, de scholieren, die de H.Mis ’s morgens spijbelden, of de ouders, die de kinderen niet wekten en niet aandrongen op kerkbezoek.  Gezien mijn geringe deelname zou je dit laatste moeten veronderstellen, ik had als achtjarige nog geen wekker.

Haringen halen ‘bie de Beut

Ik kan mij herinneren, dat de Meester mij op een morgen voor het begin van de les vroeg, waarom ik de H.Mis niet had bezocht. Vol vertrouwen vertelde ik hem de waarheid. Mijn moeder had mij gewekt en voor een boodschap gestuurd. Volgens haar korte termijn-planning wilde zij die dag haringen in het zuur zetten. Daarvoor had zij echter haringen nodig, dus ik moest die maar even halen. De haringen kregen bij haar een hogere prioriteit dan de H.Mis.

Waarheidsgetrouw meldde ik aan de meester: “Meester, ik moest een boodschap doen”. “Wat voor een boodschap, dan”, zei de meester, waarop ik kon antwoorden: “Ik moest haringen halen bie de Beut, meester”.
Je zag de ongeloof op zijn gezicht. Een boodschap vóór de H.Mis en nog wel haringen. En wie was de Beut? Dat laatste vroeg hij niet, want dan had ik hem kunnen antwoorden, dat de Beut gewoon Beuten heette, een genaturaliseerde Belg met een onbestemde winkel.

De meester liet het erbij. Hij kon niets met mijn vroege boodschap. Waarschijnlijk was hij het, die met genoegen de welsprekende aantekening Kerkbezoek: 13 van de 57 in mijn rapport had geschreven.

De aantekening in het rapport verdween overigens weer, ook hier zonder kennisgeving. Voortschrijdend inzicht had waarschijnlijk het onderwijspersoneel duidelijk gemaakt, dat de beoordeling niet op de schoolgaande kinderen betrekking had, maar op de al of niet matineuze ouders.

Misdienaarkoor

Het werd Kerstmis en de meester vertelde ons, dat hij een koor uit zijn klas ging vormen, die tijdens de Kerstdagen de H.Mis met gezang stichtelijk zou opvrolijken. Wij vonden dat een goed idee. Nadeel was wel, dat je tijdens alle missen aanwezig moest zijn. Voordeel was, dat het iets onbekends inhield.

De meester organiseerde een zang-tryout, naar ik meen in de kerk voor een juiste akoestiek. Wij hadden een kerstliedje ingestudeerd en dat dirigeerde hij. Plotseling stopte hij, wees naar de jongen naast mij en zei: “Ga jij maar naar huis”.
Je kunt van de meester zeggen, wat je wil, maar een goed gehoor had hij wel. Hij hoorde dat het gezang van de jongen naast mij net iets slechter was, dan dat van mij.
Ik was opgelucht, dat mij die schande van wegsturen was bespaard. Ik kreeg niet de indruk, dat de weggestuurde jongen er erg onder gebukt ging. Na de Kerstmis zou het ad-hoc-koor immers weer worden ontbonden.

Op de dag van optreden hesen we ons in echte misdienaargewaden.  Wij kregen een kijkje achter de schermen in de sacristie.
De gelovigen zullen het mooi hebben gevonden. De optredens werden niet herhaald en er zijn geen contracten uit voortgevloeid. Holland’s Got Talent bestond toen nog niet.

Pierre Swillens

Lagere school (2)

11 jun

Het hoofd der school laat zich gelden

Akkefietjes

Aan de schandpaal

De lagere school te Obbeeg (Obbicht) stond onder leiding van meester Beek, hoofdonderwijzer en hoofd der school. Een lange en bovendien strenge man, een autoriteit.  Hij gaf uiteraard les aan de hoogste klassen.
Op een gegeven moment maakte ik met hem kennis. Ik werd bij hem geroepen in zijn klaslokaal tijdens zijn lesuur. Er was gerapporteerd, dat ik gevochten had. Dat leek mij zeer onwaarschijnlijk, ik had niet eens het lef om te vechten. Ik kon mij dan ook geen enkele akkefietje herinneren, dat op vechten leek. Even was ik gevleid, dat ik als vechtersbaas werd aangezien, maar dat ging snel over.

Ten overstaan van de klas, waarin ik een aantal klunzen uit de straat herkende, werd ik aan de schandpaal genageld. Terwijl helemaal niet vaststond of ik wel iets onoorbaars had gedaan. De hoofdonderwijzer zei, dat als ik bleef vechten bloemkooloren kreeg, een platte neus en nog een aantal ongemakken. De klas apprecieerde de lesonderbreking. De leerlingen zaten tersluiks te lachen. Een aantal jongens schudden met hun hoofd ten teken dat het niet waar was, wat de hoofdonderwijzer zei. Ik stond echter te trillen op mijn benen, wie moest ik nu geloven.

Het hele geval leverde mij alleen maar psychische schade op. De pedagogische waarde was nul komma nul. Ik had het gehad met meester Beek.

Kerkbezoek

Een tijdje later kwam ik weer met hem in aanvaring. Wij moesten elke morgen voor schooltijd de H. Mis bijwonen. Een van de onderwijzers was bij toerbeurt supervisor. Zo ook, was het de week van meester Beek. Hij zat altijd linksachter, naast het gangpad. Dan had hij een goed overzicht over de meute. Als iemand een scheet liet, dan zag hij aan het centrum van de beroering, wie de mogelijke dader was.

Ik herinner mij, dat de mis gedaan was en ik langs zijn bank naar de uitgang moest lopen. Hij keek mij aan en trok zijn gezicht in een grimas. Met een scheve mond beet hij mij iets toe. Hij spuwde als het ware de woorden in mijn richting. Hij sprak niet hardop, dat mocht immers niet in de kerk. Ik had totaal geen notie wat hij gezegd had. Praten met een scheve mond is moeilijk te liplezen. Ik moest dus gissen, wat hij had gezegd. In mijn naïviteit dacht ik, dat hij mij een compliment had gemaakt, omdat ik zo braaf was in de kerk.

Maar gaandeweg ging ik twijfelen. Voor het maken van een compliment hoef je niet je gezicht in een grimas te trekken. Hij had zich duidelijk aan mij geërgerd. Ik weet zeker dat ik mijn mond niet had opengedaan tijdens de mis. Maar ik weet ook zeker, dat ik geen minuut heb stilgezeten. Dat kon ik namelijk niet. Als iets mij niet lang boeide, dan ging ik draaien. Van links naar rechts en van voren naar achter. Nu zouden ze zeggen het jongetje heeft ADHD. Waarschijnlijk was ik de enige draaitol, dus ik moet hem wel zijn opgevallen.
Hij heeft mij dat duidelijk willen maken. Maar pedagogisch had het geen effect. Hij beschouwde het als een reprimande, ik als een compliment. Over misverstand gesproken.

Omdat we later naar Grevenbicht verhuisden, heb ik hem niet als klassenonderwijzer gehad. Gezien de akkefietjes zou hiervoor ook geen goede basis aanwezig zijn geweest.

Voetbalspel

Ik heb meester Beek nog een keer ontmoet. Op afstand weliswaar. Misschien wel zo’n twintig jaar later, dan de bovenvermelde akkefietjes. Ik voetbalde in Grevenbicht in de plaatselijke voetbalclub Armada. Ik heb het er al over gehad in de ‘Post’ van de reserve-doelman. Ik was eerste doelman en we speelden in Obbeeg tegen de plaatselijke voetbalclub Obbicht.  Meester Beek was kennelijke een fervent supporter van Obbicht. Het was een lange man en ik hoorde hem tijdens de wedstrijd luid commentaar geven. Ik speelde een dijk van een wedstrijd en het bleef lang 0-1.
Ik weet niet of de meester mij herkende als een van de vroegere leerlingen van zijn school. Ik denk het niet. Ik hoorde later wel wat hij allemaal geroepen had.

Een van zijn uitroepen was geweest: “Die man heeft alles, zelfs als hij op zijn rug ligt”.  Dat gaf me even voldoening, want de schandpaal was ik nog niet vergeten.

Pierre Swillens