Tag Archives: isabelle de boran

Charles Beltjens (deel 1)

20 Jan

Een vergeten dichter uit Sittard

Zijn leven en zijn werk

charles-beltjens-3

Inleiding

Als men vandaag de dag een Sittardenaar vraagt: “Noem eens een aantal bekende Sittardenaren”, dan zal hij of zij in negen van de tien gevallen de naam Toon Hermans noemen. Een aantal zal zich de naam van de stadsprofeet Zefke Mols herinneren of van de zanger Jo Erens. Een aantal mannen zal de namen van de voetballers Willy Dullens en Jan Notermans te binnen schieten.
Maar weinigen zullen de namen van de schrijver Felix Rutten of de dichter Charles Beljens  noemen. Grootheden waar in Sittard straten naar zijn genoemd en standbeelden voor zijn opgericht.

In deze serie weblogs wil ik de figuur Charles Beltjens nader belichten.

Biografie van Charles Beltjens

Charles Beltjens werd op 2 mei 1832 in Sittard geboren. Zijn vader, afkomstig uit Roermond, dreef een grote zaak in modeartikelen in de Limbrichterstraat. Zijn moeder, hoewel in Sittard geboren, was van Waalse afkomst. Zij was een dochter van een Luikse goudsmid, die zich in Sittard gevestigd had.

Eigenlijk was de familienaam volgens het geboorteregister Beltgens, maar aangezien de g in een j werd uitgesproken, had een of andere ambtenaar, dat in de loop der tijd aangepast. De vader van Charles tekende al met de naam Beltjens (Valkhoff 1940, p. 310).

Binnen de familie werd Frans gesproken. Dat was niet zo abnormaal, want binnen gegoede families in Roermond, Sittard en Maastricht werd Frans gesproken. De Waalse afkomst van de moeder zal daar zeker aan hebben bijgedragen.

Charles ging in Sittard naar de lagere school. Na beëindiging van de lagere school, stuurde zijn vader hem naar het College Kallen, een onderwijsinstituut in 1831 opgezet door de Sittardse priester Andreas Kallen. Aan deze onderwijsinstelling werd o.a. in Latijn en Grieks, Frans, Duits en Nederlands en wiskunde onderricht. Charles verbleef hier in het studiejaar 1842-1843

Rolduc

Waarschijnlijk achtte zijn vader deze opleiding niet adequaat en misschien hoopte hij wel dat Charles priester wilde worden Charles had nog vier broers, een priester in de familie was dus niet gek. Hij stuurde hem in 1843 naar de onderwijsinstelling in Rolduc. Rolduc had tussen 1830 en 1843 gefungeerd als klein seminarie van het bisdom Luik. De opleiding was dus Franstalig en gericht op ‘het ambt van priester.
Inmiddels was de opleiding overgegaan naar het pas opgerichte vicariaat in Limburg en inmiddels vrijgegeven voor niet-priesterstudenten. De opleiding bleef Franstalig. De van Weet afkomstige priester Hendrik Peters was de directeur. Hij had veel belangstelling voor de letterkunde en bracht dit over op de leerlingen. Merkwaardigerwijs was zijn belangstelling voor  de Vlaamse letteerkunde het grootst, terwijl voor de leerlingen van Rolduc een strafsysteem gold, wanneer zij niet Frans spraken tijdens en buiten de lessen. Bovendien ging hij later dichten in de Franse taal. Onmiskenbaar heeft hij een grote invloed gehad op de literaire ontwikkeling van Charles Beltjens, alsmede op diens voorliefde voor de Franse taal.
Bovendien legde Peters bij de opleiding een nadruk op de muzikale vorming van de leerlingen, Dit is waarschijnlijk de reden waarom Charles later viool  is gaan spelen (Nissen 1995, p. 10-11). Charles Beltjens had geen ambitie om priester te worden, maar de opleiding in Roldus zal hij met plezier hebben gevolgd.  Hij vertrok hier in 1849.

Verdere loopbaan

Of Charle in Rolduc al gedichten heeft geschreven, is niet bekend, maar kort na zijn vertrek aldaar moet hij met dichten zijn begonnen Hij schreef zijn gedichten uitsluitend in het Frans. Waarom hij zijn gedichten in het Frans schreef is niet zo verwonderlijk. Thuis sprak hij steeds Frans, zijn opleiding in Rolduc was Franstalig, zijn directeur Peters schreef als flamingant uitsluitend in het Frans. Bovendien schreven de Maastrichtse dichter André van Hasselt en Theodore Weustenraad in het Frans (Nissen 1995, p. 12).

Er is een schriftje gevonden, gedateerd 1851, waarin Charles met potlood voltooide en onvoltooide gedichten had geschreven. Een van de gedichten was getiteld ‘Adieu à Rolduc’. Op het schriftje had hij geschreven: II. Cahier de Poésies, hetgeen erop wijst dat er een eerder geschrift moet zijn geweest (Nissen 1995, p. 11). Valkhoff noemt dit geschriftje overigens een dik kladcahier (Valkhoff 1940, p. 311).

Als hij geen priester wilde worden, dan moest hij maar een vak leren. zo oordeelde de vader van Charles Beltjens en hij stuurde hem naar een oom in Leuven, om daar het vak van koopman te leren. Maar de dromerige Charles was niet geschikt voor het harde zakelijke leven. En na enige jaren keerde hij terug naar Sittard.

Nissen schrijft, dat niet bekend is, waar Charles Beltjens in de vijftiger en zestiger jaren van de negentiende eeuw precies heeft verbleven. Hij schrijft, dat dichters wel vaker een periode hebben, die zich aan de historische waarneming onttrekt (Nissen 1995, p. 13). Vast staat wel, dat hij zich bezig bleef houden met het maken van gedichten.

Romance met Isabelle de Borman.

In 1823 vestigde Frans Cornelis de Borman zich als geneesheer in Sittard. Hij had gestudeerd aan de univeriteit van Luik. Hij betrok een statig herenhuis aan de Markt. Daar achter lag een mooie Franse tuin, die reikte tot de Wal.
De Borman was een vermogend man en bereikte een hoog aanzien in Sittard. Zo was hij lid van de gemeenteraad.
Hij hield bijeenkomsten met gelijkgestelden en gelijkgezinden, waarbij gesproken werd over kunst en cultuur en gemusiceerd. Charles Beltjen kreeg toegang tot dit gezelschap, waarschijnlijk omdat hij kon vioolspelen. Het isook mogelijk, dat hij een klankbord vond voor zijn gedichten.

De Borman had een knappe dochter, Isabelle. Charles ontmoette haar en spoedig ontwikkelde zich een romance tussen beiden. Charles was met zijn lange haren en baard een flamboyante verschijning en Isabelle werd zijn muze. Urenlang zaten ze in de tuin en dan las Charles zijn liefdesgedichten, die hij voor haar geschreven had, voor.
Toen de rlatie serieus werd, verbrak vader De Borman deze. Hij vond Charles geen portuur voor zijn dochter. Charles raakte verbitterd en hij vertrok uit Sittard naar Brussel.

Brussel

Charles voelde zich als Franstalige dichter toch al meer Belg dan Nederlander. In 1855 schreef hij het lange gedicht ‘Ode sur le XXVme Anniversaire de l’Indépendance Nationale de la Belgique’ (Nissen 1995, p. 13).

Hij schreef een aantal brieven naar zijn ex-geliefde Isabelle, waarbij hij haar vader verweet, dat deze de relatie verbroken had vanwege standsverschillen. De Beltjens waren weliswaar welgesteld, maar het waren maar kooplieden. Het is de vraag of dat de enige reden was voor vader De Borman. Hij hield niet van de flamboyante bohemienachtige levensstijl van Charles, noch van diens liberale ideeën.

Parijs

Zeker is dat Charles Beltjens in de tweede helft van de zestiger jaren in Parijs verbleef. Deze jaren hebben grote invloed gehad op zijn dichten, zowel inhoudelijk als stilistisch. Hij kwam in contact met grote Franse schrijvers en dichters. Hij correspondeerde een jaar met Victor Hugo. Hij kwam in aanraking met het liberale gedachtengoed van Franse poëten. Hij zwoer het Godsbeeld af en maakte zich de ‘klassieke-heidense’ gedachtewereld in zijn gedichten eigen.
Hij zwoer eveneens de romantici af en sloot zich aan bij een groep jonge dichters, die zich de Parnassiens noemden en voor een minder hoogdravende stijl kozen (Nissen 1995, p. 15)..

Terug in Sittard

In 1872 keerde Charles Beltjens weer terug naar Sittard. Hier bleef hij de onbegrepen dichter en de eenling. De voedingsbodem, zoals in Parijs, ontbrak hier. Men beschouwde hem als een zonderling, een bohemien, die men dagelijks in een café kon aantreffen.

Wel bleek, dat Charles Beltjens zich in zijn laatste levensjaren weer met God verzoend had. Dat was te danken aan zijn relatie met de pater Godefridus Jonckbloet, leraar aan het Sittardse Aloysiuscollege aan de Oude Markt. Hij behandelde tijdens zijn lessen gedichten van Charles. Hij prees de stilistische kwaliteiten van Charles, ofschoon hij het vaak niet eens was met de inhoud.
Charles stierf op 20 juni 1890, voorzien van de laatste sacramenten, eenzaam, maar toch verzoend met God (Nissen 1995, p. 18).

Epiloog

Charles Beltjens is een ondergewaardeerde dichter. Hij had het lot, dat hij geboren werd in een provinciestadje, waar zijn werk niet werd begrepen. Bovendien had hij door zijn Franstalige gedichten een beperkte lezerskring. Er is weinig van hem gedrukt, tot 1995 geen enkele bundel. Eerst in 1995 bracht de Stichting Charles Beltjens de bundel Charles Beltjens Poésies uit.

Valkhoff schrijft:
(…) ik bedenk hoe geheel anders zijn lot had kunnen zijn, als hij, in Frankrijk geboren, daar geleefd had te midden van gelijkgezinde dichters. Zou hij dan niet voortdurend tot  meer en beter werk geïnspireerd zijn, waarvoor de aanleg bij hem aanwezig was?  (…) (Valkhoff 1940, p. 322).

Woorden waar weinig aan toe te voegen is.

Maastricht, 18 januari 2017

Bronnen:

Nissen, Peter J.A.
Charles Beltjens in zijn tijd, een biografische schets, in Charles Beltjens Poésies, 1995

Kusters, Wiel
Condor en papegaai, in Charles Beltjens Poésies, 1995

Valkhoff, P
Een vergeten Limburgse romanticus, in De Gids, Jaargang 104, 1940

 

.

 

 

 

 

Advertenties