Tag Archives: hulppolitir

Voor het eerst in aanraking met Vrouwe Justitia

28 Nov

Niet opvolgen van een ambtelijk bevel

First offender

 

justitia-3Inleiding

Laats zei mijn vrouw Mientje tegen me: “Je schrijft altijd blogs over jezelf . Schrijf ook eens iets over mij. Dat ik op 15-jarige leeftijd in aanraking ben geweest met de politie”. “Prima”, zei ik, “maar dan moet je me eerst het hele verhaal vertellen”. Mientje wist zich echter maar weinig te herinneren van het voorval. Het onderstaand verhaal is authentiek, maar grotendeels gereconstrueerd.

Dansen op zondag

Als jong meisje was Mientje dol op dansen. En daarom trok ze met haar hartsvrienden Mia (de tweede uit de vele Mia’s in Mientjes leven) op zondag vaak erop uit om in het dorp Born of de omliggende dorpen te gaan dansen. Dat ze als 15-jarige nog niet de toegestane leeftijd (16 jaar)  had, dat deerde haar niet. Daarvoor vond ze dat dansen veel te leuk. Van haar moeder mocht ze, mits ze maar om tien uur ’s avonds thuis was. En dat was een strike regel, bij te laat thuiskomen geen dansen.

Dansen in Obbicht

Op een zondag in het voorjaar van 1949 was er dansen in Obbicht en wel in de danszaal van Tom Op de Kamp. Mientje en Mia besloten om daar naar toe te gaan. Mia had echter geen fiets, dus Mientje was verplicht om haar achter op de bagagedrager van haar fiets mee te nemen. Dat was bij de wet verboden, maar een kniesoor die daar op lette.

Het dansen verliep voorspoedig en de dames amuseerden zich. Af en toe was er controle van de politie. Dan werd er het sein “Politie” gegeven en vluchtten alle dames-onder-de-16-jaar naar de WC, zo ook Mientje en Mia. Als het sein veilig was, kwamen ze weer te voorschijn.
De politie wist dat wel, maar ze waagden zich niet op de dames-WC. Zij gingen naar buiten om daar te wachten, de dames in overtreding zouden toch een keer naar buiten komen.

Stopbevel politie

Aan het dansfestijn kwam een einde en ze moesten zich haasten om op tijd (10 uur) thuis te zijn. Ze waren net bij de danszaal vertrokken, toen ze het bevel “Halt politie” hoorden. Mientje raakte in paniek. Als ze zich nu met de politie moesten bezighouden, dan werd de klok van tien uur in Born niet gehaald. Mientje besloot door te fietsen en zette er een vaartje in. Om in Born te komen, moesten ze de sluis over het Julianakanaal overteken. De weg er naar toe was een lange onverlichte weg. Bij de oprit naar de sluis gekomen, kon Mientje niet meer en ze vroeg Mia om af te stappen en de oprit te lopen. We zijn ze nu toch wel kwijt. Maar hier had Mientje buiten de waard gerekend, in dit geval de dienders van de Heilige Hermandad.  Ze waren door de politieagenten te fiets gevolgd en waarschijnlijk wachtten deze tot de overgang van de sluis, die uitstekend verlicht was. Maar nu moesten ze wel ingrijpen en confronteerden de dames met hun aanwezigheid. Met behulp van een zaklamp werden de personalia genoteerd, waarna de dames hun weg konden vervolgen. Het recht had gezegevierd. Twee volwassen agenten in achtervolging van twee gevaarlijke tieners, die niet hadden willen stoppen op hun daartoe gegeven bevel.  Mientje vertelde wijselijk thuis niets van het voorval. Het was wel een enerverend avontuur geweest na een avondje dansen.

Dagvaarding

Enkele weken later viel er een grote bruine enveloppe met een aantal papieren in de brievenbus. Het bleek om een dagvaarding te gaan voor een rechtszitting in Sittard. Mientje moest toen wel alles opbiechten. Wonderlijk genoeg reageerde haar moeder erg laconiek. Zij (Mientje) had zich in de nesten gewerkt en moest maar zien hoe ze er uit kwam. Mientje noteerde datum, tijd en plaats in Sittard. Zij moest zelf uitzoeken waar ze moest zijn en ze herinnert zich nu alleen nog maar een groot gebouw met een grote deur, een lang gang en weer een grote deur. Die deur maakte ze open en toen kwam ze terecht in een rechtszitting, die op dat moment plaatsvond. Bij de deur stond een rij van vijf politieagenten. Een van de agenten bekommerde zich om haar en vroeg, wat ze kwam doen. Mientje liet haar dagvaarding zien, welke de politieagent grondig bestudeerde. Uiteindelijk zei hij:  “Juffrouw, deze zaak is al geweest, U had hier om negen uur moeten zijn en niet om tien uur”. Mientje had zich dus een uur in het tijdstip vergist. Boos nam zij afscheid met de mededeling: “Hier zullen ze mij nooit meer zien”.

Juridische consequenties

Mientje kan zich niets meer herinneren van de documenten. Helaas zijn ze ook niet bewaard gebleven. Nu zouden ze interessant zijn geweest, want naast de dagvaarding met de tenlastelegging, zal er ook het proces-verbaal van de politieagenten bij gezeten hebben. Dan was ook duidelijk geweest bij welke rechtbank ze zich had moeten vervoegen. Nu valt er allen maar te gissen.

Aan te nemen is, dat de verbaliserende politieagenten melding hebben gemakt van drie overtredingen en een misdrijf, waaraan Mientje zich had schuldig gemaakt.

Mientje had en was

– aanwezig geweest op een danszaal zonder de leeftijd van 16 jaar te hebben bereikt;
– gereden met een fiets zonder verlichting;
– gereden op een fiets met een persoon op de bagagedrager en
– niet voldaan aan een ambtelijk bevel.

Genoeg voor een dagvaarding dus. Mia kreeg geen dagvaarding, waarschijnlijk werd haar alleen de aanwezigheid onder de zestien jaar op een dansvloer ten laste gelegd.

Wat zal de rechter hebben beslist. Zeker is, dat Mientje bij verstek is veroordeeld. Nu kan de rechter haar als ‘first offender’ hebben vrijgesproken. Een boete opleggen aan een vijftienjarige is ook niet zinvol. Hij kan haar ook schuldig hebben verklaard zonder strafoplegging. We zullen het waarschijnlijk nooit meer te weten komen, tenzij er hier of daar een aantekening in haar dossier staat. Zelf heeft zij nooit meer iets van de rechtszitting gehoord. Voor haar ging het leven weer verder. De enveloppe met papieren verdween op een gegeven moment, waar moet je ook zo’n grote enveloppe in een gezin met zes kinderen bewaren.

Epiloog

In 1949 stond handhaving bij de politie hoog in het vaandel. De politie was na de oorlog in 1945 opnieuw opgebouwd en er was veel hulppolitie aangetrokken. Mogelijk waren deze dienders van de hulppolitie en moesten ze zich nog bewijzen. Dan ga je op een zondag de aanwezigheid van onder-de-zestien-jarige-meiden op een danszaal controleren. Als ze dan ook nog zonder licht en met een persoon op de bagagedrager rijden en bovendien niet reageren op een stopbevel, dan is het kat-in-het-bakkie. En een gedegen achtervolging waard. De andere onder-de-zestien-jarigen maakten zich ijlings uit  de voeten, er was immers geen politie meer.
De vraag is, of de rechter een dergelijke handhaving op een stel in weze onschuldige tieners wel adequaat vond en derhalve tot vrijspraak oordeelde.

Dansen heeft Mientjes leven wel verder beïnvloed. Op Pinksteren 1949 kwam ik terug van mijn militaire diensttijd in het vroegere Nederlands Oost-Indië. In juni daaraanvolgend trof ik Mientje voor het eerst op een provisorische dansvloer in een wei tijdens een Federatief Schuttersfeest te Buchten, gemeente Born. In september trof ik haar weer, nu in een danszaal op de kermis in Born. Sinds die tijd zijn we samen blijven dansen.
Ik ken Mientje dus 67 jaar, waarvan 61 jaar in de echt.

Mientje heeft woord gehouden en zij is, behoudens een enkele bekeuring voor een snelheidsovertreding, niet meer in aanraking geweest met Vrouwe Justitia.

Maastricht, 28 november 2016

Pierre Swillens

 

 

 

 

 

Advertenties