Tag Archives: fieberbrunn

Skivakantie(1)

28 mei

Als meligheid troef is

Oneliners

In mijn vorige ‘Post’ vertelde ik iets over de skivakanties in Fieberbrunn. Ik kan jullie vertellen skiën is leuk vooral als je aan het einde van de dag de ski’s kunt opbergen in de Ski-Stall, je in de Ski-Keller kunt ontdoen van de skischoenen en je vervolgens in de après-ski kunt storten. Niets fijner dan dat.

Om de meligheid overdag te verdrijven, ging ik tijdens het skiën ‘oneliners’ bedenken. Tijdens het eten ‘avonds kon ik die dan aan het gezelschap poneren. Ik had beloofd één per avond, je kunt niet aan de gang blijven.
Ik had zelf de regels vastgesteld. Niet meer dan twee zinnen. Moest mogelijk leuk zijn (geen vereiste) en minstens dubbelzinnig (wel een vereiste). Ik heb ze niet allemaal onthouden, wel de eerste en een paar, die ik zelf wel leuk vond.

Resultaat

Hier komt de eerste:
Een adellijke dame raakte met haar chauffeur in een slip. Eenmaal uit de slip, nam hij haar‘.
De tweede:
De timmerman maakte een wip. Toen hij klaar was, had hij nog genoeg hout over voor een tweede wip‘.
De laatste:
Piet en Riet zaten in het riet. Na enige tijd was het riet platter en werd Riet dikker’

Nu waren er een Piet en Riet in het gezelschap, dus de laatste werd geen succes.

Mopjes

Toen de ‘oneliners’ uitgeput raakten, ging ik over op korte mopjes. Meestal flauw en weinig origineel. Maar ja, als meligheid troef is.

Enkele voorbeelden:
Elly komt bij de dokter en zegt: “Dokter ik ben ziek”. Zegt de dokter: “Mevrouw, dat heb ik ook wel eens”.

Elly komt bij de bakker en zegt: “Bakker wat kost dat brood”. Zegt de bakker: “25 Cent, mevrouw”. Elly: “Eet het dan maar lekker op, bakker”.

Er was een Elly bij het gezelschap, dus dat werd ook al geen succes.

Nog een (zonder Elly):
Komt een man bij een Chinese dokter. De man zegt: “Dokter mijn zaakje wordt blauw”. De dokter bekijkt het zaakje en zegt ter geruststelling: “Geeft niet, meneer. Wordt eerst nog zwart en valt daarna vanzelf af”.

We hebben wat afgelachen op die skivakanties.

Goldegg

Een verhaal wil ik nog wel kwijt. Deze keer niet uit Fieberbrunn, maar uit Goldegg (Oostenrijk). Wij wilden eens een andere piste proberen en een ander gezelschap. Onbekende pistes zijn niet altijd leuk. Je mist de vertrouwdheid.

Op de piste was me een jongeman opgevallen. Hij skiede niet geweldig, maar wel fanatiek. Hij had er best schik in.
Ik stond in de sleeplift, een soort anker, waarvan je een arm onder je gat moest wurmen. De lift blijft constant doorlopen, dus veel tijd heb je er niet voor. De plaats voor de andere arm bleef vrij en daar stapte de eerder genoemde jongeman in.

Toen we in de lift stonden en voortgetrokken werden, probeerde ik in mijn beste Duits een praatje met hem aan te knopen. Je staat per slot van rekening een tijdje naast een vreemde. Net zoiets als in de bus naast een vreemde medepassagier. Of nog langer in een vliegtuig.
De jongeman gaf echter geen sjoege en bleek doofstom te zijn. Niet dat hij dat aangaf, want hij zag toch duidelijk dat mijn mond bewoog.  Hij was echter niet meer afgestemd op verbale communicatie.

Aan het einde van de rit uitstappen uit een sleeplift is een hachelijke situatie. Vooral als je met zijn tweeën bent. Enige verbale communicatie is dan gewenst, maar dat was ditmaal niet voorhanden. Bovendien stond de jongeman aan de vrije uitstapkant. Dus ik moest het sleepanker ‘sicher stellen’. Je kunt me daarin een ‘Hampelman’ noemen, dus ik was dubbel gehandicapt. Gelukkig niet blijvend, zoals hij.
De jongeman stapte zonder signaal op een bruuske wijze uit de lift, zodat ik wel op mijn snufferd moest vallen.

Ik weet zeker dat de jongeman niet omkeek. Ik had nog willen roepen ‘beroepsdeformist’ of ‘skiterrorist’, maar dat zou hij toch niet horen. Bovendien had hij al handicap 2, dus hem er nog een toewijzen, was ook al niet jofel. Misschien was hij al gestigmatiseerd genoeg. Ik was het voorval vergeten, tot nu.

De jongeman maakte het voorval niets uit. Hij ging zo op in zijn ‘non-verbaal’-wereldje, dat hij zijn handicaps vergat en plezier vond in datgene, waar hij goed in was. Misschien maakt hij de piste nog onveilig, zij het niet meer als jongeman.

.

Dialect(4)

27 mei

Eenregelige poëzie of proza?

Stage

Voor deze ‘Post’ ga ik iets terug in de tijd. Onze dochter Patricia studeerde aan de Pedagogische Academie (Pedac) in Maastricht. Hier legde zij de basis voor een serieuze carrière in het onderwijs. Maar om zover te komen, moest ze stage lopen en wel in het basisonderwijs. Ik weet niet of het toen nog klassen waren. Wel begrijp ik, dat zij les moest geven in een der hogere klassen of groepen, zeg bij de elfjarigen.
Het was tegen de tijd van Carnaval en Patricia had een vrije opdracht. Zij moest de kinderen minstens één uur bezighouden. Patricia had bedacht, ik laat ze iets over Carnaval vertellen, hoe ze tegen Carnaval aankijken.
Zij verdeelde de klas in drie groepen en gaf elke groep een speciale opdracht. Een groep moest een gedicht maken over Carnaval, een groep een verhaaltje over een Carnavalsoptocht en een groep de tekst van een liedje over Carnaval.

Inventiviteit

Zij dacht daar heb ik de kinderen minstens een half uur zoet mee. Maar dat viel tegen. Na vijf minuten was een jongetje klaar met zijn gedicht en ging demonstratief met zijn armen over elkaar zitten. Patricia constateerde, dat hij het volgende gedicht had geproduceerd: ‘Aan de bar staat de nar, de nar staat aan de bar’.
Korter kon niet. Je zou nu zo’n trend ‘poëzie van het minimalisme’ kunnen noemen.
Heeft de zin betekenis?  Als je het eerste gedeelte van de zin bekijkt, dan is dat een beschouwing of vaststelling van een situatie, het tweede gedeelte een bevestiging van deze situatie. In de zin van logica, als het eerste gedeelte waar is, dan is het tweede gedeelte ook waar. Maar met logica zal het jongetje zich niet bezig hebben gehouden.

Eigen vondst of geleend

Ik weet niet, of Patricia heeft doorgevraagd. Bijvoorbeeld of de zin een eigen bedenksel van het jongetje was, of dat hij het ergens had opgevangen. Ik weet ook niet, of Patricia hem nog een andere opdracht heeft gegeven, of dat hij echt een time-out had gekregen.

Ander voorbeeld

De zin intrigeerde mij wel. Ik ging erover nadenken om de zin nog sterker te maken, bijvoorbeeld door te schrijven: ‘Aan de bar staat een nar, die nar staat aan de bar’. Veel had het niet uitgemaakt. Maar wel ging ik erop letten, of dergelijke zinnen nog meer voorkomen.
En jawel hoor, ik kwam ze tegen. Helaas heb ik ze niet genoteerd en het is al een tijdje geleden. Cruijff zou bijvoorbeeld gezegd kunnen hebben: ‘Elk nadeel heb zijn voordeel, elk voordeel heb zijn nadeel’. Naar ik aanneem, heeft hij alleen het eerste gedeelte gezegd.
Een voorbeeld heb ik echter onthouden, omdat ik het zo mooi vond.

Skivakantie in Fieberbrunn

Jarenlang gingen wij met een vast gezelschap op skivakantie in Fieberbrunn (Oostenrijk). Wij boekten steevast bij Pension Geisler, bekend als ‘Pension mit gutbürgerlicher Küche’. Maar Pension Geisler had nog een ander voordeel, het lag vlak aan de piste . Als je een kamer op de begane grond had, kon je met de ski’s aan naar de kamer. Maar dat mocht niet van de Inhaberin Frau Geisler. Ski’s moesten in de Ski-Stall, und die Schuhe im Ski-Keller. Je kon blij zijn, dat je je ballen mee mocht nemen naar de kamer.

Schützt das Land, das Land schützt uns

Naast de Ski-Keller was een fitnessruimte. Maar die was duidelijk voor de zomer bedoeld. In de winter kreeg je genoeg fitness door het ‘sjravele’ op de piste. In deze ruimte hing een grote poster van de Landesregierung Oberösterreich  of van de Kreis Tirol, weet ik veel. In een grote opmaak stond er de zin op: ‘Schützt das Land, das Land schützt uns.’ Het eerste gedeelte was als een aansporing te zien, het tweede gedeelte als een geruststelling.

Het was even moeilijk om te begrijpen wat ze met Land bedoelden. Kon een natie zijn, maar ook natuur, milieu, omgeving etc. De Engelsen zeggen zo mooi ‘Environment’. Maar ik hield het erop, dat de omgeving werd bedoeld, ’s winters de skipistes en de bergen en ’s zomers de weilanden en akkers en de bergen.

Lawines

Als je de zin bekijkt, is de aansporing goed te volgen. Je ‘schützt’ niet, of juist wel. Maar de geruststelling ‘das Land schützt uns’ is niet altijd te volgen, vooral ’s winters. En de koninklijke familie kan daarover meepraten. De ‘schützung’ sluit natuurgeweld helaas niet uit.

Wat men ook met de zin bedoelde, ik vond het een mooi voorbeeld dat de zin van het jongetje ook in de praktijk werd getoetst.

Dialect 

Jullie zullen wel denken, Wat heeft dit allemaal met dialect te maken. Ik was intussen de ‘bar’ en ‘das Land’ vergeten. Onlangs zat ik met een gezelschap, onder het genot van een alcoholische versnapering, te discussiëren. Geen hoogstaande onderwerpen, maar toch. Plotseling hoorde ik iemand zeggen: ‘Es ’t neet mie geit, geit ’t neet mie.’ (Als het niet meer gaat, gaat het niet meer). Ik dacht meteen aan het jongetje en nam me voor dit te onthouden. Ik was weer terug bij af, bij de éénregelige poëzie of proza.

Nu denk ik, wat zou er van het jongetje zijn geworden. Bankdirecteur misschien. Efficiënt was hij wel en hij gaf ook aan niet lang ergens mee bezig te willen zijn.

Pierre Swillens