Tag Archives: de limburger

Bemanning Wellington geëerd

17 Okt

Neerstorten Brits vliegtuig boven Grevenbicht in Tweede Wereldoorlog

Herdenking gebeurtenis 75 jaar geleden

Inleiding

wellington-3
afb. 1 Vickers Wellington bommenwerper

In de krant De Limburger van 5 oktober jl. stond een artikel met als kop: Bemanning Wellington geëerd. Het artikel vermeldt, dat het op 15 december 2016 vijf en zeventig jaar geleden is, dat boven Grevenbicht een Brits vliegtuig neerstortte, gedurende de Tweede Wereldoorlog.
Het ging om een Vickers Wellington bommenwerper (zie afb. 1), die beladen met bommen op weg was naar de stad Keulen in Duitsland.
In het artikel wordt Ger Wagemans opgevoerd als ooggetuige. Aangezien het toestel dicht bij zijn woonhuis neerstortte, was hij snel ter plaatse van de rampplek.

Ook ik, toen 15 jaar oud, was ooggetuige, zij het dat ik midden in het dorp Grevenbicht woonde en niet wist waar het toestel precies was terechtgekomen.

Wat was er gebeurd

In de avond van 15 oktober 1941 vertrokken 27 Vickers Wellington bommenwerpers, alsmede 7 Short Stirling bommenwerpers vanaf Engelse vliegvelden om de stad Keulen te bombarderen. Onder de Wellington vliegtuigen bevond zich de Vickers Wellington X9978. Dit vliegtuig had een 6-koppige bemanning, waaronder een Australische piloot en vijf Britse bemanningsleden.
De bemanning was zeer ervaren. Vier van hen hadden gezamenlijk meer dan twintig vluchten naar Duitsland gemaakt. Nieuw was de Australische piloot en een Brits bemanningslid.
Voor de piloot Keith John Miller was dit zijn vijfde vlucht (zie afb. 2).
Het vliegtuig was beladen met zes bommen, een zware van 500 kg en vijf lichtere van 250 kg.
knipsel-keith_john_miller

 

afb. 2 De Australische piloot Keith John Miller

Toen de vliegtuigen Duitsland naderden, begonnen de Duitsers met sterke zoeklichten het luchtruim af te zoeken. Zij slaagden erin om de Vickers Wellington X9978 in het vizier te krijgen. Onmiddellijk sloten twee andere zoeklichten aan. Soms slaagde een vliegtuig erin om zich aan de stralen te onttrekken, maar de Wellington X9978 lukte dat niet.
Inmiddels was er vanaf de Fliegerhorst Venlo een Duitse nachtjager opgestegen, met als piloot Feldwebel Heinz Maier. Waarschijnlijk ging het hier om de Messerschmitt Me-110, een beruchte nachtjager. De Messerschmitt Me-110 was oorspronkelijk een tweemotorige lichte jachtbommenwerper. Maar door zijne geringe wendbaarheid overdag niet opgewassen tegen de eenmotorige jachtvliegtuigen, zoals de Spitfires en de Hurricanes. Maar als nachtjager was het toestel door zijn grote actieradius, zijn ruimte voor radarapparatuur en zijn zwaardere bewapening, zeer gevreesd.

De Messerschmitt Me-110 slaagde erin om de Wellington X9978 tijdens een gevecht boven de Staatsmijn Maurits in Geleen-Lutterde in brand te schieten.  De Wellington X9978 boog af naar het noorden en verloor snel hoogte. Volgens ooggetuigen kwam het toestel boven de dorpen Obbicht en Grevenbicht terecht. De bemanning wist deze dorpen te ontwijken en loste een aantal bommen boven het vrije veld.

Het vliegtuig raakte onbestuurbaar en kwam met brullende motoren brandend terecht nabij het dorp Grevenbicht in een gebied, dat aangeduid werd als ‘de Deiler’.
Waarschijnlijk had het vliegtuig nog bommen aan boord, want de inslag vormde een krater van wel zes à zeven meter breed en diep. Ger Wagemans ws na de inslag snel ter plaatse en heeft de ontzielde lichamen van twee bemanningsleden gezien. Zij hadden geprobeerd zich met parachutes in veiligheid te stellen, maar de parachutes waren niet opengegaan, waarschijnlijk door de geringe hoogte.

De rest van de bemanning bevond zich nog in het vliegtuig. De zes bemanningsleden werden op last van de bezetter begraven op een oorlogskerkhof in Venlo. In 1945 werden ze herbegraven op de Engelse militaire begraafplaats Jonkerbos te Nijmegen.

De andere dag

knipsel-wellington_kraterkopie

afb. 3 Krater van de inslag van het neergestort toestel, na enkele dagen gevuld met grondwater.

De dag erna nam ik het initiatief om de plaats van de inslag te zoeken. Door de dijk langs de uiterwaarden van de Maas af te lopen, kwam ik automatisch bij de plaats van de inslag terecht. De krater, die het neerstortend vliegtuig had veroorzaakt, lag niet ver van de dijk (zie afb. 3). Ik trof er een aantal jongens van het dorp aan, alsmede een meisje van onze leeftijd. Bovendien waren er een aantal Duitse soldaten van de Luftwaffe, die de wacht hielden bij de krater. Er was verder niets te zien, de Duitsers hadden de lichamen en mogelijke resten van het vliegtuig reed afgevoerd.
Wij mochten de krater niet bezoeken. Wel nam een militair ons mee in de richting van de krater en wees ons op een afgescheurde hand van een bemanningslid, dat in de modder lag. Kennelijk was deze door de opruimploeg over het hoofd gezien.
Ook liet de militair ons een loods parachute zien. Een kleine parachute, die dienst doet om de grote parachute uit te vouwen.

Ik kon het gesprek van de Duitse militairen goed volgen. Het was nog al melig, per slot van rekening zaten ze op wacht bij een groot leeg gat. Onze aanwezigheid werd getolereerd en wij zaten op een rij op de dijk. De militair met de loods parachute aan de ene zijde, het meisje aan de andere zijde. Plotseling zag ik dat de militair de parachute in de richting van het meisje wierp, dat daar niet op bedacht was. Toen de parachute aan mij voorbij vloog, plukte ik ze uit de lucht.  De militair werd boos en barstte uit: “Lass doch fliegen, Mensch”.  Woorden, die ik niet meer ben vergeten. Ik weet niet wat de opzet van de militair was, het meisje onverhoeds raken, of haar de parachute geven.
Merkwaardigerwijs vroeg hij, noch een andere militair, de parachute terug, zodat ik ze mee naar huis kon nemen. Kennelijk wisten ze ook geen raad met het ding en was op die manier de zaak opgelost.

Zo had ik een stoffelijk aandenken aan de ramp. Helaas ben ik de parachute kwijt geraakt. Er zat weinig zijde aan de kleine parachute en er zal iemand ze hebben opgeruimd, toen ze in de weg lag.

Epiloog

Volgens de berichten, gebaseerd op ooggetuigen, heeft de bemanning er alle aan gedaan om niet op de dorpen Obbicht en Grevenbicht neer te storten. Ze deden er alles aan om het vliegtuig in de lucht te houden. Je kunt je afvragen, waarom sprongen ze niet eerder uit het vliegtuig en waarom losten ze niet alle bommen.

Reden om de bemanning te eren. Op 15 oktober j.l is om 21.17 uur in Grevenbicht een gedenkplaat met de namen van de bemanning onthuld. Het initiatief hiertoe is genomen door de heren Ger Wagemans en Bas Bruls en door de heemkundevereniging ‘Bicht’ overgenomen. Bas Bruls dient overigens genoemd te worden, want dankzij zijn jarenlang onderzoek naar de ware toedracht, is al die informatie boven water gekomen. Hij raadpleegde archieven en documenten, sprak met ooggetuigen en zocht contact met familieleden van de bemanning.
De realisatie van de gedenkplaat is een afsluiting van de naspeuringen en een eerbetoon aan de gesneuvelde bemanning, zij het 75 jaar later.

Maastricht,  17 oktober 2016

Pierre Swillens

Naschrift:

Begin december 2015 waren er grondwerkzaamheden in het kader van het Grensmaas-project op de plaats van de inslag. Daar men rekening hield met de mogelijke aanwezigheid van explosieven gebeurde dit door een gespecialiseerd bedrijf. Er werden delen van het verongelukt toestel naar bovengehaald, zoals een motor, propeller, benzinetank en fragmenten (zie afb. 4). Kennelijk waren deze delen door de explosie in de grond verdwenen.

knipsel-wellington-propeller

afb. 4 Opgegraven fragmenten o.a. propeller van het verongelukt toestel

Advertenties

Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect (1)

14 Jun

Wim Kuipers, 1988

Verkleinwoorden in het Limburgs dialect

Wekelijks stukje

Wim Kuipers is een midden-Limburger, geboren in Neel (Maasniel). Hij schreef tientallen jaren een stukje, getiteld LETTERBAK, in de zaterdagse bijlage van het dagblad De Limburger. Heel toepasselijk verscheen zijn eerste stukje op Sinterklaasdag in 1986.
In 1988 bundelde hij zijn, tot dan verschenen stukjes, in een boekwerkje, getiteld: Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect. Hieronder een reactie mijnerzijds op een van zijn stukjes.

Is het Limburgs dialect een dode streektaal?

Let wel! Wim Kuipers schreef zijn stukjes in de tachtiger jaren van de vorige eeuw. Hij was niet zo pessimistisch, dat het Limburgs dialect als streektaal ten dode was opgeschreven. Integendeel, hij achtte het dialect springlevend en iedere dag kwamen er nieuwe woorden bij.
Zo wijst hij op de klankverandering, die de Limburger toepast, wanneer hij of zij zoekt naar een verkleinwoord van een woord. Als voorbeeld noemt hij dat ‘sjtool’ (stoel) wordt verkleind tot ‘stjeulke’ (stoeltje). Verdere voorbeelden van klankverandering zijn: ‘bóm’ wordt ‘bumke’. ‘kat’ wordt ‘ketje’ en ‘kop’ wordt ‘kopke’.

Wim Kuipers ging op die klankverandering in verkleinwoorden letten. Zo ving hij op, dat ‘kuffeke’ werd gebruikt als verkleinwoord van ‘koffie’. Andere verkleinwoorden, die hij ontdekte, waren: ‘uiteke’ (autootje), ‘geulke’ (frommeldoelpunt), ‘meuterke’ (motortje), ‘feuteke’ of ‘feuteuke’ (fotootje) en ‘piaeneuke’ (pianootje).

Ook haalde hij aan dat Sjo Notten uit Maastricht in een boek het woord ‘denaoke’ (toetje) gebruikt, als verkleinwoord van ‘denao’ (daarna). Kuipers wijst  er fijntjes op, dat Notten zich niet houdt an de regel van klankverandering in verkleinwoorden.  Volgens hem had Notten ‘denäöke’ moeten schrijven.

Sjeng

Wat Wim Kuipers opmerkt over de klankverandering in verkleinwoorden is niet nieuws voor mij. Ruim zeventig jaar geleden hoorde ik in Beeg (Grevenbicht) een jongen, laten we hem gemakshalve Sjeng noemen, in een groep het woord voeren. Het viel mij op, dat hij dwangmatig verkleinwoorden toepaste. Zo vertelde hij, dat hij pas in dienst van de krijgsmacht was getreden. Hierbij had hij een hele uitrusting gekregen. Hij noemde achtereenvolgens op: ‘sjeunkes’ (schoenen), ‘sökskes’ (sokken), ‘breukskes’ (broeken), ‘hummekes’ (hemden). zelfs ‘e sjlipske’ (stropdas) en natuurlijk ‘e gewäërke om mit te sjeete’ (een geweertje om mee te schieten).

Daarbij was hij niet voor een gat te vangen, want als hij geen verkleinwoorden paraat had, bedacht hij ze spontaan zelf. Zo had hij het over ‘e kilukke käöreke’ (letterlijk een kilootje korentje). Twee verkleinwoorden achter elkaar. Slaat dus nergens op, maar Sjeng bedacht dit met een stalen gezicht, gedwongen door zijn dwangmatigheid om te praten in verkleinwoorden.

Epiloog

Goed beschouwd was Sjeng taalkundig bezig met het Limburgs dialect. Hij was zich dat niet bewust, want hij sprak dwangmatig. Als hij ergens geen gangbaar verkleinwoord voorhanden had, dan bedacht hij spontaan er zelf een.
Op deze wijze was hij bezig met het vormen van nieuwe woorden in het Limburgs dialect. Of zijn woorden bruikbaar waren, is vers twee. Feit is wel, dat ik ‘e kilukke käöreke’ nooit meer ben vergeten.

Pierre Swillens

Naschrift

Voor de belangstellende lezer: het boek Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect is als E-book in Pdf-formaat te downloaden vanuit de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org). Zoek hierbij naar Letterbak.

Johan Cruijff (1947-2016)

26 Mrt

El Salvadore (De Verlosser)

El Flaco (De Magere)

Taalvernieuwer

Johan Cruijff is er niet meer. De man, die in de zeventiger jaren het Nederlands voetbal op een zodanig niveau bracht, dat er sprake was van de ‘Hollandse School’.
Let wel, dit wordt geen necrologie van Johan Cruijff. Daarvan zijn er in diverse media reeds vele verschenen. Ook geen verhaal over John Cruijff als de voetbalvernieuwer. Johan Cruijff als de uitvinder van het aanvallend voetbal.
Neen, mijn verhaal houdt zich bezig met de vraag: ‘Was Johan Cruijff een taalvernieuwer?’ Met het antwoord zal ik kort zijn. In mijn ogen niet. Hij deed wel een aantal cryptische Cruijffiaanse uitspraken. Naar de bedoeling van die uitspraken moest je dan raden. Maar moet je dat ook niet als je naar een schilderij van een bekende schilder kijkt, of een gedicht leest. Johan begreep dat en hij werd een ‘taalkunstenaar’. Zoek maar uit, wat ik bedoel.

Enige uitspraken van Johan Cruijff

Op NOS Teletekst verscheen een pagina met uitspraken van Johan Cruijff. Of de lijst compleet is, weet ik niet. De uitspraken hebben zowel betrekking op voetbal en op hemzelf. Hij was niet wars van ijdelheid. Met de Spaanse betiteling ‘El Salvadore’ (De Verlosser) zal hij wel blij zijn geweest. Met de betiteling ‘El Flaco’ (De Magere) misschien minder.

Het is natuurlijk verleidelijk om de uitspraken van Johan Cruijff te analyseren. Wat was zijn bedoeling ermee? Bedacht hij ze, of kwamen ze spontaan bij hem op.
Laat ik de uitspraken van hem met jullie doornemen en er mijn mening bij geven. Let wel, mijn mening. Wat hij werkelijk bedoelde, zullen we waarschijnlijk niet meer achterhalen.

Elk nadeel heb zijn voordeel.
Als rasechte Amsterdammer zal hij wel ‘hep’ hebben gezegd. Hij had ook ‘Elk voordeel heb zijn nadeel ‘ kunnen gezegd hebben. Maar hij zal het in een bepaalde context hebben gezegd, bijvoorbeeld dat je als voetballer uit een nederlaag de kracht kunt putten om de volgende keer beter je best te doen.

Italianen kennen niet van je winnen, maar je ken wel van ze verliezen.
Cruijff was een aanhanger van aanvallend voetbal en hij veroordeelde het Italiaanse defensieve voetbal, dat helemaal gericht was op het voorkomen van doelpunten. Als ze dan eens uit een counter scoorden, konden ze zowaar winnen.

Voetballen is simpel. Het moeilijkste wat er echter is, is simpel voetballen.
Dit vind ik een goeie. Simpel voetballen is de bal zo snel mogelijk in het doel van de tegensander leggen. Maar als dat niet zo snel gebeurt, dan blijkt simpel voetballen toch moeilijk te zijn.

Als je niet schiet, kun je niet scoren.
Ja, nogal wiedes, als je geen kip hebt, heb je ook geen ei. Johan Cruijff wil er mee benadrukken, dat alleen aanvallend spel (met veel schieten) de kans tot scoren verhoogt.

Voetbal is een spel van fouten. Wie de minste fouten maakt, wint.
Hij bedoelt hiermee, fouten die de tegenstander de kans geven om te scoren.  Wie de minste fouten maakt, houdt het langst de nul.

Ik maak eigenlijk zelden fouten, want ik heb moeite me te vergissen.
Dit is wel cryptisch. Ontstaan fouten uit vergissingen en lukt het hem niet om zich te vergissen? Wie weet.

In voetbal is het simpel; je bent op tijd of je bent het niet. Als je te laat bent, moet je zorgen, dat je op tijd vertrekt.
Ja, vóórdat je aankomt, moet je vertrokken zijn. Het lijkt mij een omslachtige manier om te zeggen, dat het voetbalspel zo snel geworden is, dat je voor het halen van een pass op tijd vertrokken moet zijn en bij het maken van een sliding deze tijdig moet hebben ingezet.

Voordat ik een fout maak, maak ik die fout niet.
Ja, voordat ze naar Parijs of Brussel reisden, reisden ze niet. Johan heeft wel fouten gemaakt, zelfs die veel geld hebben gekost.  Waarschijnlijk is hij die vergeten en wilde hij zeggen, dat wat hij als adviseur te berde bracht, zo werd doordacht, dat er geen fouten in voorkomen.

Je kunt ook goed spelen zonder de bal te raken.
Dit is Cruijffs visie op totaalvoetbal. Iedereen moet aan het spel meedoen, ook al is er geen bal in de buurt. Door gaten te trekken, verdedigers bezig te houden, zodat anderen kanssen krijgen.

Voor een slechte voetballer heeft hij een hele goede techniek, maar voor een goede voetballer heeft hij juist een slechte techniek.
Cruijffs omslachtige omschrijving van een middelmatige voetballer.

Voetbal speel je met het hoofd, want de bal is vlugger dan de benen.
Johan Cruijff bedoelt, dat je het voetbalspel moet begrijpen en dat doe je met het hoofd.  Intuïtief aanvoelen, anticiperen, inschatten en voorzien van spelsituaties maakt het voetballen mooier.  Cruijff was er een meester in.

Epiloog

Johan Cruijff is er niet meer, de eenvoudige jongen van Betondorp, die wereldberoemd werd.  Roel Wieche berekent in zijn artikel ‘In zekere zin onsterfelijk’ in het dagblad De Limburger van 25 maart jl, dat vier miljard mensen, meer dan de helft van de wereldbevolking, de naam van Johan Cruijff zouden kennen. Dat is meer dan welke andere levende staatsman, politicus, wetenschapper, kunstenaar of sporter dan ook. Hij is de beste, of één der beste voetballers aller tijden. Hij zette Nederland op de kaart en mogelijk volgt in de loop der tijd de erkenning hiervoor.

Pierre Swillens