Archief | travel RSS feed for this section

Everard t’ Serclaes

31 Mei

Grote Markt, Brussel

de Sterre (l’Etoile)

serclaes

Huis ‘de Sterre’ (l”Etoile)

Wie ooit Brussel met een bezoek heeft vereerd, heeft minstens de Grote Markt bezocht met al z’n mooie gebouwen. Als je pal voor het Stadhuis staat, heb je links van het Stadhuis de Karel Bulsstraat. Aan de ingang van deze straat bevindt zich het huis ‘de Sterre’ (l’Etoile), het kleinste maar ook een van de oudste gebouwen op de Grote Markt (op de foto geheel rechts).
‘De Sterre’ wordt ook wel aangeduid als het ‘Huis van de Amman’, ten teken dat hier vroeger de Amman resideerde. De Amman was een opperrechter, die de Hertog van Brabant verving bij de uitvoering van de hoogste jurisdictie (waarnemen van de hertogelijke bevoegdheden). Hij werd dan ook benoemd door de Hertog van Brabant.

Karel Bulsstraat

‘De Sterre’ heeft een bewogen geschiedenis. Rond 1852 besloot het stadsbestuur van Brussel om de straat, die nu Karel Bulsstraat heet, te verbreden om ze o.a. toegankelijk te maken voor omnibussen op rails. Het huis ‘de Sterre’ moest daarvoor worden opgeofferd en werd dan ook afgebroken. Velen verzetten zich daartegen, ook al vanwege de historische betekenis van het gebouw. In 1897 werd het dan ook weer in de oorspronkelijke staat opgebouwd, zij het dat men als compromis de onderste verdieping als een onderdoorgang op pilaren optrok (zie bovenstaande foto).

Wie was Karel Buls?

serclaes

Gedenkplaat ter ere van Karel Buls

Karel Buls (1837-1914) was een politicus, die het meest bekend werd als burgemeester van de stad Brussel. Zijn vader was goudsmid in de regio Mechelen. Karel volgde opleidingen in Parijs en Italië. Hij werd eveneens goudsmid en bleef in de zaak van zijn vader werken tot 1878.
in 1862 trad hij toe tot de Franstalige Vrijmetselarij. Vreemd genoeg was hij ook als ‘flamingant’ lid van twee Vlaamse organisaties.
Hij werd gemeenteraadslid (1877-1899), schepen (1879-1881) en burgemeester van Brussel (1881-1899). Als schepen was hij verantwoordelijk voor onderwijszaken. Tevens was hij volksvertegenwoordiger (1882-1896) voor de Liberale Partij.

serclaes

Het Broodhuis,Grote Markt, Brussel

Karel Buls was de drijfveer achter het herstel van historische gebouwen. Hij zorgde voor de afbouw van de restauratie van het Broodhuis op de Grote Markt. Samen met de stadsarchivaris Alphons Wauters legde hij de basis voor de inrichting van een gemeentemuseum in het Broodhuis. In 1887 werd dit museum officieel ingehuldigd.
Hij was ook de initiator tot herbouw van het huis ‘de Sterre’ in 1897, zij het met de onderdoorgang als compromis. De straat werd naar hem vernoemd en in de onderdoorgang kwam een gedenkplaat ter zijner herinnering.

Op zijn advies moesten de politieagenten in Brussel, zowel Frans als Nederlands spreken en voerde hij de tweetalige bewegwijzering in.
Hij verzette zich tegen de grootse plannen van Koning Leopold II, die architectonische vernieuwingen in Brussel wilde aanbrengen, ten koste van oude delen van de stad.
Ostentatief nam Karel Buls in 1899 afscheid als burgemeester. Hij stierf op 13 juli 1914.

Everard t’ Serclaes

serclaes

Monument van Everard t’Serclaes in de Karel Bulsstraat

In 1898 had Karel Buls aan de gemeenteraad van Brussel voorgesteld om een monument op te richten voor Everard t’ Serclaes.
Everard t’ Serclaes werd bekend toen hij op 24 oktober 1356 Brussel bevrijdde van de Vlaamse bezetting onder Lodewijk de Male. Hertog Jan III van Brabant was op 3 december 1355 overleden en opgevolgd door zijn dochter Johanna, Hertogin van Brabant. Dit was niet naar de zin van de Graaf van Vlaanderen, Lodewijk de Male. Deze bezette Brabant en Brussel, maar werd door Everard t’ Serclaes en zijn volgelingen met behulp van ambachtslieden uit Brussel verdreven.
T’Serclaes werd meerdere malen aangesteld als schepen (alderman) van Brussel. Hij kwam in conflict met Johanna van Brabant, toen deze in 1388 een aantal dorpen, die onder toezicht stonden van de Brusselse Amman, in pand wilde geven aan Sweder van Abcoude, heer van Gaasbeek. Everard t’ Serclaes werd op 28 maart 1388 overvallen door Willem van Kleef, bastaardzoon van Sweder en de baljuw van Gaasbeek. Hij werd zwaar verminkt en overgebracht naar het huis ‘de Sterre’, de ambtswoning van de Amman van Brussel. Daar stierf hij op 31 maart 1388.
De Brusselaren namen wraak en belegerden het kasteel van Gaasbeek, staken het in brand en plunderden de kippenstallen. Het verhaal gaat dat de Brusselaren hun bijnaam ‘kiekenfretters’ hieraan te danken hebben.

Monument Everard t’ Serclaes 

serclaes

Monument van Everard t’ Serclaes, Karel Bulsstraat, Brussel

Dankzij Karel Buls kwam dit monument ter ere van Everard t’ Serclaes in de onderdoorgang van huis ‘de Sterre’. Het  monument werd ontworpen aan het einde van de negentiende eeuw door de kunstenaar Julien Dillens (1849-1904). Het representeert een liggende en stervende Everard t’ Serclaes, alsmede een aantal taferelen uit het leven van hem..

Strelende handen nopen tot renovatie

serclaes

, Replica van het beeld van Everard t’ Serclaes

Toen wij er waren in maart 2011 lag T’Serclaes er nog in volle glorie bij. Als bijzonderheid geldt dat de inwoners van Brussel en later de toeristen meenden, dat aanraking van het beeld door het strijken over de arm geluk zou brengen en wensen in vervulling zou doen gaan.
Wij merkten op dat inwoners volgens een ritueel over de arm van het beeld streken, de neus aanraakten, alsmede een hond, een schild en een kinderkopje van de taferelen. De toeristen streken overal.  Door corrosie zijn beeld en taferelen zwart. Alleen de aangeraakte delen laten het oorspronkelijk brons zien, hetgeen een mooi effect aan het beeld geeft.

De aanraking heeft echter als bijkomstigheid dat schade aan het beeld ontstaat. De arm werd reeds een tiental jaren geleden gerestaureerd. De toestand van het beeld is toch zorgwekkend en het stadsbestuur heeft besloten om het beeld te restaureren. In oktober 2011 werd het beeld weggehaald door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium voor een grondig onderzoek en een analyse van de beschadigingen. Alleen het onderzoek zal al € 46.300 kosten. Men verwacht dat de restauratie 2 à 3 jaar zal duren.
Intussen heeft het stadsbestuur om de toeristen te behagen een replica in kunsthars geplaatst. Of men de replica gaat strelen is niet bekend. Wel wil men zich erover bezinnen, hoe het beeld kan worden teruggeplaatst.

Advertenties

Milaan (1)

25 Mei

Galleria Vittorio Emanuele II

gallaria

dak met koepel gallaria vittorio emanuele ii

In 1860 schreef het stadsbestuur van Milaan een wedstrijd uit hoe de ruimte moest worden opgevuld tussen de Dom op de Piazza del Duomo en de Scala Opera op de Piazza  della Scala De Bolognese architect Guiseppe Mengoni won met zijn ontwerp de competitie. Mengoni was geïnspireerd door overdekte winkelstraten in Parijs en hij stelde een overdekte winkelgalerij voor, een verbinding vormend tussen beide pleinen. Door een dwarsgalerij te projecteren, kreeg hij op het snijpunt van de galerijen een plein, dat hij overkoepelde met een immense koepel.

gallaria

fresco op gevel centraal plein gallaria vittorio emanuele ii

De eerste steen werd gelegd op 7 maart 1865 door koning Victor Emanuel II. De galerij werd ook naar hem vernoemd. De bouw verliep voorspoedig en de galerij werd op 15 september 1865 geopend.  Dat de bouw van de galerij zo snel vorderde, kwam door het feit dat het stalen geraamte voor het dak en koepel in Frankrijk in de fabriek werd voor gefabriceerd. In Milaan hoefde alleen de montage plaats te vinden. Wel heeft nog meer dan 10 jaar gewerkt aan de triomfboog, welke vanaf het Piazza del Duomo toegang gaf tot de galerij. Dit gebouw werd voltooid in december 1877, zodat een feestelijke opening van de galerij werd gepland. De opening van de galerij werd echter overschaduwd door een tragisch ongeval. Een dag voor de opening viel de architect Menzoni van een steiger bij de bouw en kwam om. Dat weerhield de Milanezen niet om de opening te laten doorgaan, waarschijnlijk uitgevoerd door Victor Emmanuel II.

galleria

Triomfboog aan de ingang van de galleria vittorio emanuele ii

Eerst waren de Milanezen tegen de bouw gekeerd, omdat er een stuk van de historische binnenstad tegen de vlakte ging, maar raakten snel enthousiast over de functie van de galerij. De galerij werd een ontmoetingspunt van de Milanezen.

galleria

schets van de architect Mengoni van de gallaria vittorio emanuele ii

De plattegrond van de galerij heeft de vorm van een Latijns kruis. De langste galerij is 196 m., de dwarsgalerij 105,5 m. Op  het snijpunt van de galerijen ontstaat een achthoekig plein, overdekt met een glaskoepel met een diameter van 36 m.  en een hoogste punt van 47 m.

gallaria

Triomfboog op de Piazza del Duomo als ingang van de gallaria

De ingang van de gallaria op de Piazza del Duomo is uitgevoerd als een soort triomfboog en nodigt de mensen op het plein uit om een kijkje te nemen in de galerij. Toeristen die na het bezichtigen van de Dom de Scala Opera willen bezichtigen nemen uiteraard de  Gallaria Vittorio Emanuele II.

gallaria

Embleem in mozaïek met het wapen van Turijn

De architect zocht symbolen om de eenheid van Italië te benadrukken. De vloer is helemaal gedecoreerd met mozaïek, zoals het wapen van het Huis van Savoye, alsmede emblemen, die de vier belangrijkst steden van Italië voorstellen.  Zo is er een embleem van een wolvin met Remus en Romulus voor Rome, een met de lelie voor Florence, een met een witte vlag met rood kruis voor Milaan en een met een stier voor Turijn. Dit embleem trekt sterk de aandacht van de toeristen. Er heeft eens iemand ontdekt, dat de genitaliën van de stier geluk brengen, vooral als je er driemaal met je hak over draait. Vooral vrouwen trekt dat aan en dat is te merken aan het gat in de vloer.

gallaria

Embleem in mozaïek met het wapen van het Huis van Savoye

Beelden op de gevels, vlak onder het dak, brengen hulde aan Italiaanse kunstenaars en wetenschappers. Op de gevels op het plein onder de koepel zijn mozaïeken aangebracht, voorstellend Europa, Amerika, Afrika en Azië. Deze mozaïeken zijn in 1911 aangebracht ter vervanging van de fresco’s, die reeds begonnen te vervagen.

gallaria

Restaurant Savini in gallaria vittorio emanuele ii

De galerij omvat restaurants, cafés, een hotel, alsmede talrijke winkels van bekende merken, zoals Prada, Gucci, Luis Vuitton, Swarovski etc. Zelfs McDonald’s heeft er een tent opgeslagen. De prijzen van McDonald’s zijn mij niet bekend, maar toen wij er waren, merkten wij dat de prijzen van de andere zaken aan de hoge kant waren. Als bijzonderheid geldt, dat de winkels, restaurants enz geen uitbundige reclame aan de buitenkant mochten maken. Meestal kwam het erop neer, dat men in goud op zwart marmer (zie Savini) aangaf, welke zaak er achter de gevel huisde.
Op de volgende foto van Prada is de naam Prada in het glas verborgen, ter hoogte van de handen. Ter hoogte van het gezicht is het wapen van Milaan verborgen.

gallaria

Winkel van Prada in de gallaria vittorio emanule ii

De galerij wordt nu druk bezocht door de Milanezen en toeristen. De galerij wordt in de volksmond genoemd: il salotto di Milano (de huiskamer van Milaan).
De met mozaïek ingelegde vloer werd in 1966 helemaal gerestaureerd met een zeldzame marmersoort. In Italië is daar wel aan te komen.

gallaria

Wolvin met Romus en Remulus als embleem van de stad Rome

In het embleem van de stad Rome zijn duidelijk de initialen S – P – Q – R zichtbaar. Dit is de afkorting van Senatus Populusque Romanus (De Senaat en het Volk van Rome), waarmee de macht van het Roomse Rijk werd aangegeven.

Om af te sluiten, de gallaria begint op de Piazza del Duomo, vlakbij de Dom, een schitterende kerk, waarover later misschien meer. Hier alvast een foto.

galleria

Duomo Santa Maria Nascente

Gaudi(4)

20 Mei

Sagrada Familia

gaudi

Sagrada Familia

De officiële benaming is Basilica i Temple Expiatori de la Sagrada Familia, kortweg Basiliek van de Heilige Familie. Ofschoon de bouw nog niet is voltooid, werd de kerk tot basiliek gewijd op 7 november 2010 door Paus Benediktus XVI. Dat er zolang aan de kerk wordt gewerkt, is een gevolg van het feit dat de kerk als Verzoeningskerk alleen met giften kan worden gebouwd.
La Fundació de la Junta Constructora del Temple Expiatori de la Sagrada Familia is een semi-kerkelijke organisatie, die het budget van de bouw beheert, alsmede de voortgang van de bouw regelt.
Tegenwoordig worden de entreegelden van de bezoekers (2½ miljoen per jaar) gebruikt voor de bouw. Het bouwbudget bedroeg in 2009 bijv. € 18 miljoen.
Er werken nu constant 100 mensen aan de bouw, waaronder 15 architecten. De bouw is omringd door kranen en vaak afgedekt met veiligheidsnetten. Men verwacht, dat de bouw voltooid zal zijn in 2026 (100 jaar na de dood van Gaudí), maar zeker is dat niet.

gaudi

Sagrada Familia

Historie van de bouw

In 1866 stichtte Josep Maria Bocabella i Verdaguer, een Catalaans boekhandelaar, de l’Associació Spiritual de Devots de Sant Josep. Na een bezoek in 1872 aan het Vaticaan nam Bocabella zich voor een kerk te bouwen ter ere van de Heilige Familie. Er kwamen donaties binnen en in 1881 verwierf de l’Associació een perceel in de wijk Gracia, ter grootte van 12.800 m2.
Op 19 maart 1882, een feestdag van de H. Jozef, werd met de bouw van de crypte begonnen. Als architect was aangesteld Francesc de Paula del Villar y Lozano. Hij plande de bouw van een neogotische kerk in de vorm van een Latijns kruis.
Na onenigheid met de opdrachtgever trok hij zich op 18 maart 1883 terug. Men had intussen Antoni Gaudí i Cornets aangezocht. Deze bouwde de crypte af volgens het plan van Paula del Villar, maar veranderde het concept van de bouw volledig.

gaudi

Sagrada Famila

In 1892 begon Gaudí met de oostgevel gewijd aan de Geboorte van Christus. Tussendoor werkte Gaudí ook aan andere projecten. De bouw van de Sagrada Familia kon immers alleen voortgang vinden, wanneer er giften waren binnengekomen. Na de  bouw van de La Pedrera in 1914 wijdde Gaudí zich volledig aan de bouw van de Sagrada Familia.
Op 30 november 1925 kwam de eerste klokkentoren, gewijd aan de apostel Sint Barnabé, gereed. Dit is de enige klokkentoren, die Gaudí tijdens zijn leven heeft gebouwd. Er waren er twaalf gepland, overeenkomstig het  getal van de twaalf apostelen. Gaudí toonde zich lyrisch over het resultaat van de toren. Hij vergeleek de toren met een lans, die de hemel met de aarde verbond.
In 1926 stierf Gaudí door een tragische ongeluk, waarover later meer.

In 1930 werden de vier klokkentorens van de gevel van de Geboorte afgebouwd. Een van de opvolgers van Gaudí was de architect Domènec Sugrañes i Gras. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd de crypte door brand verwoest alsmede de tijdelijke school, die Gaudí nog had gebouwd voor kinderen van de werklieden. Ook gingen door brand in bouwketen veel tekeningen, alsmede maquettes verloren.

Van 1939 tot 190 reconstrueerde de architect Francesc de Paula Quintana i Vidal de crypte, alsmede sommige maquettes van Gaudí. Hiermee zou men het werk van Gaudí kunnen voortzetten.

In 1954 werd begonnen met de  van de westgevel, het Lijden van Christus. Gaudí had hiertoe door middel van schetsen een indruk gegeven, hoe hij deze gevel dacht te realiseren. Het voornaamste werk werd opgedragen aan de beeldhouwer Josep Maria Subirachs. Deze week in belangrijke mate af van de architectuur van de oostgevel van Gaudi. Hij maakte alles hoekig en strak. Geen tierelantijnen dus. Men zegt, dat men de architectuur van Gaudí te ingewikkeld vond en te kostbaar in de realisatie. Anderen zeggen, dat men na de dood van Gaudí beter had kunnen stoppen en de Sagrada Familia als een onafgewerkt monument kunnen beschouwen. Nu werd de kerk in verschillende stijlen afgebouwd.
Eerst in 1990 werden de eerste sculpturen van Subirachs in de westgevel aangebracht.  Nu is de westgevel, alsmede de bijbehorende vier klokkentorens, afgebouwd. Wat de gevels betreft, rest nu nog de zuidoostgevel, de gevel van de Glorie. In 2000 werd hiervoor de fundering gelegd. Deze zuidoostgevel wordt een belangrijke gevel, omdat hij ingang geeft tot het hoofdschip.

gaudi

Klokkentorens van de westgevel het Lijden van Christus

Architectuur van de bouw

De eerste architect Francesc de Paula del Villar wilde een neogotische kerk bouwen, gebaseerd op een Latijns kruis met een driebeukig schip en een enkelbeukig transept.
Nadat Gaudí de bouw had overgenomen, veranderde hij het concept dramatisch. Hij wilde een kerk bouwen, gelijkend op een kathedraal. De kerk kreeg een vijfbeukig hoofdschip en een driebeukig dwarsschip.

De crypte waar Paula de Villar reeds mee begonnen was, hield hij aan. Hij legde een spoor aan op de bouwplaats om materialen te vervoeren, bouwde kranen om zware stukken op te hijsen, alsmede bouw- en werkketen op de bouwplaats. Ook bouwde hij een tijdelijke school voor de kinderen van de werklieden. Hij maakte steeds maquettes om zijn medewerkers te laten zien, hoe hij het werk wenste te realiseren. Deze maquettes zouden ook dienstbaar kunnen zijn voor architecten, die het werk van hem zouden overnemen.
Alle berekeningen voor de bouw maakte hij zelf. Nu maken de archiecten gebruik van computers, waardoor de bouw veel sneller kan plaatsvinden.
De te verwerken stenen werden in de tijd van Gaudí op de bouwplaats in de juiste maat gekapt. Nu kan men de stenen reeds in de fabriek in de juiste afmetingen laten brengen.

gaudi

Sagrada Familia

Gaudí ontwierp drie gevels, allen gebaseerd op het leven van Christus. De oostgevel, welke hij zelf voor het grootste deel realiseerde, was gewijd aan de Geboorte van Christus. De westgevel, welke werd afgebouwd door Josep Maria Subirachs stelde het Lijden van Christus voor. De nog te bouwen derde gevel, de zuidoostgevel, zal worden gewijd aan de Glorie van Christus, de Wederopstanding.
Elke gevel zal worden uitgevoerd met drie portalen. De portalen van de oostgevel werden door Gaudí toegewijd aan de thema´s Geloof, Hoop en Liefde. Elke gevel zal tevens worden bekroond met vier klokkentorens, voorstellend de twaalf apostelen. Elke toren wordt bekroond met een ornament van mozaïek  en draagt de naam van een apostel.

Boven de apsis zal een toren verschijnen toegewijd aan de H. Maagd Maria. Deze toren zal 125 m. hoog zijn.  Het  middenschip zal worden bekroond met vier torens van 110 m. hoogte, voorstellend de vier evangelisten, met in het midden een toren van 170 m., toegewijd aan Jezus Christus. De top van deze toren zal bestaan uit een 14 m. hoog kruis van metaal en kristal. Dit kruis zal schitteren in het zonlicht en van grote afstand zichtbaar zijn.  Als bijzonderheid gold, dat Gaudí deze toren met opzet iets lager bouwde dan de nabijgelegen berg Montjuïc (173 m.), uit nederigheid ten opzichte van de schepping van God.

gaudi

Oostgevel van de Sagrada Familia

Symboliek van de bouw

De symboliek van de bouw van Sagrada Familia is enorm. De hele kerk is gewijd aan de Heilige Familie en dat komt in alle aspecten van de bouw tot uitdrukking.

Symboliek van de gevels

Guadí ontwierp drie gevels, elk met drie portalen. Misschien is dat al een verwijzing naar de H. Drieeenheid. De oostgevel werd gewijd aan de Geboorte van Christus, de westgevel aan het Lijden van Christus en de zuidoostgevel zal worden gewijd aan de Glorie van Christus.
In de oostgevel verwerkte Gaudí veel verwijzingen naar de natuur in de vorm van bloemen, planten, dieren etc. De portalen wijdde hij aan de thema’s Geloof, Hoop en Liefde.
In de gevel is een cipres te herkennen, symboliserend het leven. Een pelikaan aan de voet symboliseert de liefde. De pelikaan zou zich immers zelf opofferen, wanneer zijn jongen in gevaar zouden komen.  De top van de boom wordt gevormd door de T, de beginletter van het Hebreeuwse Tau (God) of van het Griekse Theos (God). Op de letter T staat een  de beginletter X van Xristos (Christus). Het geheel wordt afgerond door een duif met gespreide vleugels, voorstellend de H. Geest. Aldus wordt door Gaudí de H. Drievuldigheid, de Vader, de Zoon en de H. Geest weergegeven.

gaudi

Oostgevel, de gevel van de Geboorte van Christus

De scène van de Geboorte wordt omringd door engelen met bazuinen.Aan de ene zijde geflankeerd door de drie koningen, aan de andere zijde door de herders. Kolommen in het middenportaal zijn bedekt met palmbladeren en rusten aan de voet op schildpadden, symbolen van de stabiliteit van de kosmos.
Boven de scène is te zien de Aankondiging van de Onbevlekte Ontvangenis van Maria en de kroning van Maria tot Koningin van de Hemel.
De gevel is verder versierd met episodes uit het leven van Christus. Een bijbel in beelden.

Gaudí wilde een ezel bij de geboortescène vereeuwigen. De geboorte vond immers plaats in een stal. Die ezel moest zo natuur getrouw mogelijk worden weergegeven. Dus ging Gaudí op zoek naar die ezel. Toen hij de juiste gevonden had, werd de oude dame, die de ezel bezat schadeloosgesteld. Een zigeuner schoor de ezel, waarna Gaudí met gips een model van hem maakte. Zo was de ezel natuurgetrouw. Het verhaal gaat dat de ezel en de mevrouw, die aanwezig was, de operatie hadden overleefd. De ezel kreeg zelfs een stal op de bouwplaats tot zijn dood. Misschien dacht Gaudi hem nog eens nodig te hebben.
Er liepen trouwens meer dieren rond op de bouwplaats en de omgeving, zoals geiten en kippen.

gaudi

Oostgevel, gevel van de Geboorte van Chistus

Gaudí heeft ideeën nagelaten, hoe de westgevel, het Lijden van Christus en de zuidoostgevel, de Glorie van Christus eruit moesten zien. Alleen de westgevel is gereed, voornamelijk het werk van de beeldhouwer Josep Maria Subirachs. Deze gevel is strakker, de beelden hoekiger en er is minder symboliek terug te vinden, dan in de oostgevel van Gaudí.

gaudi

Westgevel, gevel van het Lijden van Christus

Gaudí had benadrukt dat in deze gevel de wreedheid van het offer van Christus tot uitdrukking moest worden gebracht. De gebeeldhouwde scènes roepen episodes op van de Calvarieberg of Golgotha van Christus. Op het laagste niveau zijn scènes van de laatste avond van Christus te zien, zoals het Laatste Avondmaal, de Kus van Judas, Ecce Homo en het proces voor de Joodse Raad. Op het middelste niveau de Calvarieberg of Golgotha van Christus, zoals de drie Maria’s, Sint Veronica, Longinus en een Hollow-Face illusie van Christus. Op het derde niveau is de begrafenis en de wederopstanding van Christus te zien. Tussen de twee torens van de apostelen Bartholomeus en Thomas is een verbindingsbrug, waarop een bronzen figuur, voorstellend de Hemelvaart van Jezus.
Bij de voorstelling van de Kus van Judas is een magisch vierkant weergegeven met vier rijen van vier cijfers. De rijen vormen verticaal en horizontaal het getal 33, de leeftijd van Christus.

gaudi

Magisch vierkant

Met de bouw van de zuidoostgevel, de gevel van de Glorie van Christus is in 2002 een aanvang genomen. Gaudí maakte een algemene schets hoe deze gevel eruit moest zien. Zeker is, dat dit de belangrijkste gevel wordt, omdat hij direct toegang geeft tot het hoofdschip.
Subirachs gebruikte, net als Gaudí overigens, het Alpha- en Omega-teken.

gaudi

Alpha- en Omegateken

Symboliek van de torens

In totaal verrijzen er 18 torens. Twaalf torens, vier per elke gevel, zijn gewijd aan de twaalf apostelen. Op elke toren is de naam van de apostel vermeld. De torens zijn bekroond met ornamenten in mozaïek.  De torens zijn rond de 100 m.

Op de apsis komt een toren, gewijd aan de H. Maagd Maria. Deze toren krijgt een hoogte van 125 m.
Centraal op het middenschip zijn er vijf torens. Vier torens van 110 m. voorstellend de vier evangelisten. Deze torens zijn elk voorzien van een symbool, een stier voor de H. Lucas, een gevleugelde man voor de H. Mattheus, een adelaar voor de H. Johannes en een leeuw voor de H. Marcus.
De meest centrale toren van 170 m. is de toren, gewijd aan Jezus Christus.

gaudi

Westgevel, gevel van het Lijden van Christus, Sculpturen van Josep Maria Subirachs.

Epiloog

In 1926 stierf Gaudí door een tragisch ongeval. Gaudí leefde de laatste weken voor zijn dood in een bouwkeet op de bouwplaats van de Sagrada Familia. Hij had zichzelf verwaarloosd. Maar hij ging elke dag naar de Vespers in de kerk van Sant Felip Neri in de binnenstad. Op een dag werd hem dat noodlottig en werd hij door een tram overreden.
Voorbijgangers dachten met een zwerver te doen hebben  en brachten hem naar het Armenziekenhuis. Hier werd hij herkend door een priester, maar binnen enkele dagen was hij dood.
Zijn begrafenis was een indrukwekkende plechtigheid. Een stoet van 1½ km. lengte volgde zijn lijkkist. Hij werd bijgezet in de crypte van de Sagrada Familia. De crypte werd hiertoe uitgebreid met een kapel, waarin een tombe voor Gaudí werd aangebracht. Zo blijft Gaudí voor eeuwig verbonden met de Sagrada Familia.

Er worden pogingen gedaan om Gaudi zalig te verklaren. Gaudí was een gelovig man en besteedde een groot deel van zijn leven aan het realiseren van een kerkelijk monument. Er gaan echter stemmen op, dat Gaudí behoorde tot de Vrijmetselarij, evenals overigens zijn mecenas Güell. Diegenen, die dat beweren menen dit af te leiden uit de symboliek, die Gaudí meermalen gebruikt. Dit zal na zijn dood niet worden opgelost. Gaudí gaf weinig uitleg over de betekenis van zijn symboliek. Daar moest men maar naar gissen.

Zijn werk wordt wel gewaardeerd door de Unesco. In 2005 werden de crypte en de Geboortegevel van de Sagrada Familia door de Unesco op de Werelderfgoedlijst geplaatst. Opvallend dus, alleen het Gaudí-deel van de Sagrada Familia.

gaudi

Tombe van Gaudí

Gaudi (3)

11 Mei

Park Güell

gaudi

Historie van Park Güell

gaudi

De historie van Park Güell begint bij Eusebi Güell i Bacigalupi (1846-1918). Eusebi Güell, een Catalaans ondernemer, werd in 1911 door zijn benoeming tot graaf in de adelstand verheven. Güell werd met zijn vermogen een mecenas op het gebied van architectuur en kunst. Güell had respect voor het werk van Gaudí en stimuleerde hem met zijn opdrachten. Beiden hadden veel gemeen, Catalaan, gelovig katholiek en liefhebber van architectuur en kunst.
Güell was een bereisd man. Op zijn reizen naar Engeland maakte hij kennis met landschapsparken en ‘garden-city’s’.  Hij bezat in Barcelona in de wijk Gracia twee grote stukken land op de Munanya Palada (kale berg), zo genoemd omdat er nauwelijks begroeiing was. Güell stelde zich voor, dat hij daar een elite-wijk in het landschap kon bouwen en gaf Gaudi in 1900 daartoe opdracht. Het hele complex zou zo worden ingedeeld, dat  er 60 woningen konden worden gebouwd op 60 percelen in pastillevorm, aangepast aan de hellingen van de heuvel.
Vanwege de vergelijking met de Engelse garden-city’s werd Park Güell met het Engelse Park aangeduid. De Catalanen bleven hardnekkig spreken van Parc Güell.

Gaudi dacht meer aan een landschapspark en concentreerde zich hierop. Hj wilde zoveel mogelijk gebruikmaken van de natuurlijke omstandigheden. Om het land te ontzien, bouwde hij viaducten om de wegen begaanbaar te maken voor koetsen. De kolommen van die viaducten bekleedde hij met stenen uit de omgeving om ze zo weinig mogelijk te laten opvallen. In totaal kwam er 3 km weg, met voor de koetsen een helling van 6% en voor de voetgangers tot 12%.

gaudi

voetgangerspad ondersteund door kolommen van natuurlijk materiaal

De verkoop van de percelen wilde niet zo vlotten. Twee percelen werden verkocht aan de Trias-familie. De familie bouwde hierop het Casa Marti Trias i Domènech. De architect was Juli Batllevell i Arús. Een perceel werd in 1904 bebouwd als modelwoning. De architect hiervan was Francesc Berenguer i Mestres. Aangezien er geen belangstelling voor was, adviseerde Güell Gaudí om het zelf te kopen. Gaudí was een verstokte vrijgezel en hij betrok in 1906 de woning, samen met zijn 93-jarige vader, die in datzelfde jaar nog stierf, en zijn nichtje Rosa Egea i Gaudí, een dochter van zijn zuster. Gaudí had zich haar lot aangetrokken, aangezien haar drankzuchtige vader niet voor haar kon zorgen. Rosa Egea i Gaudí stierf in 1916.

Waarom het niet zo lukte met de verkoop van de percelen is niet zo duidelijk. De huizen waren bedoeld voor de elite van Barcelona. Misschien hadden deze geen vertrouwen in de aanleg van de noodzakelijke voorzieningen, zoals water en elektriciteit, alsmede in de aanleg van wegen. Misschien zagen ze op tegen de moeilijke toegankelijkheid door de hellingen.  Anderen waren misschien huiverig, omdat Gaudí voor veel vreemde architectonische verrassingen had gezorgd.
In 1914 werd het project door Güell gestopt. Hij woonde in het park in La Casa Güell, dat eerder voor hem was gebouwd. Park Güell beschouwde hij als zijn tuin. La Casa Güell is nu een schoolgebouw.

Gaudí leefde in het huis tot enkele maanden voor zijn dood in 1926. Hij was bezig met de bouw van de Sagrada Familia. Dat slokte hem zo op, dat hij een werkkeet betrok op de bouwplaats.
Na zijn dood vermaakte hij het huis aan het Bestuur voor de Bouw van de Tempel van de Sagrada Familia (La Fundació de la Junta Constructora del Temple Expiatori de la Sagrada Familia). De bouw hiervan kon alleen doorgaan door giften, waarop het Bestuur het huis verkocht aan het Italiaanse echtpaar Francesc Chiappo Arietti uit Turijn. In 1960 verkocht het echtpaar het huis aan de l’Associació d’Amics del Parc Güell . Deze groep gaf het gebouw in 1963 de functie van museum. In 1992 kwam het huis weer in het bezit van het Bestuur voor de Bouw van de Tempel van de Sagrada Familia.
Het huis heet nu Casa Museu Gaudí. Het is momenteel museum van meubilair en objecten van Gaudí, alsmede objecten van een aantal van zijn medewerkers. Het huis wordt ook wel eens aangeduid als ‘La Torre Rosa’.

gaudi

Casa Museu Gaudí

Toen Güell in 1918 stierf verkochten zijn erfgenamen Park Güell aan de Stad Barcelona. Deze stelde in 1922 het park open voor het publiek. In 1969 werd Park Güell door het stadsbestuur van Barcelona als monument verklaard en opgenomen in de lijst van Historisch Patrimonium. Er was een discussie ontstaan om in het park een groot hotel te bouwen. Dit was niet naar de zin van het stadsbestuur, weshalve de verklaring tot monument.

In 1984 werd Park Güell door de Unesco opgenomen in de Werelderfgoedlijst.

Tussen 1984 en 1994 werd er in het Park een grondige restauratie doorgevoerd.

gaudi

Viaduct voor koetsen

Indeling van Park Güell

Het gehele park is omzoomd door een muur, afgedekt met trencadis (gebroken glas}. Er zijn zeven toegangspoorten. Bij de hoofdingang, gelegen aan de Carrer d’Olot, zijn twee medaillons op de muur aangebracht, waarin in trencadis  de woorden Park, respectievelijk Güell zijn gevormd.
De smeedijzeren toegangsdeur is afkomstig van Casa Vicenç en in 1965 aangebracht ter vervanging van de houten deuren.

Aan weerszijden van de toegangspoort vinden we twee door Gaudí ontworpen gebouwen met een Hans- en Grietje-uitstraling. Deze paviljoens, in gebruik voor diensten en portierswoning, werden gebouwd in 1901 en 1902. Er zit niets rechtlijnig aan deze gebouwen.
Het kleinste paviljoen (Casa de l’Atanor) is afgewerkt met een 17 m. hoge toren, waarop een vierarmig kruis.  Het grootste paviljoen (Casa l’Alquimista), de portierswoning, is afgewerkt met een koepel en schoorsteen in de vorm van een paddenstoel.

gaudi

Portiers- en dienstenwoning

Vanuit de entree komt men bij het centrale gedeelte van het park. Onderaan begint een symmetrische dubbele trap met een tweetal platforms. De trappen omsluiten drie fonteinen, de onderste in de vorm van een grot, de middelste met een Catalaans embleem en een slangenkop, de bovenste in de vorm van een hagedis. Over deze fonteinen later meer.

gaudi

Centrale ingang met zicht op de kolommengalerij (Sala Hipóstila)

Sala Hipóstila

De  Sala Hipóstila, gebouwd tussen 1907 en 1909, was bedoeld om te fungeren als markt. Het geheel bestaat uit 86 Dorische zuilen. Er ontbreken vier zuilen. Op de vrije plaatsen in het plafond vervaardigde Josep Maria Jujol vier rozetten in mozaïek met symbolische afbeeldingen. Op een ervan is een slang te herkennen.

gaudi

Rozetten in mozaïek aan de hand van Josep Maria Jujol

De kolommen zijn aan de onderzijde bedekt met mozaïek, aan de bovenzijde met steenkleurig mortel. De buitenste kolommen zijn schuin geplaatst, omdat dit beter de krachten opvangt en de massaliteit een minder streng karakter geeft.  Nu wordt de ruimte van de Sala Hipóstila gebruikt door muzikanten. Het mozaïekwerk in het plafond is van Josep Maria Jujol.

gaudi

Dorische kolommen in de Sala Hipóstila

Plaça del Teatre Grec

De kolommen dragen het Grieks theater (Plaça del Teatre Grec). Dit is een onverhard plein, gedeeltelijk rustend op de 86 Dorische zuilen en op een verharding in de heuvel. De oppervlakte van het Grieks theater is dus groter dan de oppervlakte van de Sala Hipóstila.

gaudi

Grieks theater, als dak van de Sala Hipóstila

Het meest kenmerkend op het plein van het Grieks theater is de 110 m. lange bank. Deze met bogen naar binnen en bogen naar buiten slingerende bank omzoomd de hele voorkant van het plein. De bank is uitgevoerd in mozaïek  van gebroken tegels en glas en is voornamelijk het werk van Josep Maria Jujol. De buitenste bogen worden ondersteund door kolommen (zie voorgaande foto). De oppervlakte van het plein is 3000 m2.
Een andere bijzonderheid is, dat het plein een functie vervult in de watervoorziening van het park.  Het regenwater wordt onder de onverharde bovenlaag verzameld en via de Dorische zuilen, die hol zijn uitgevoerd, in een bekken van 1200m3 onder de Sala Hipóstila opgevangen. Dit opgevangen regenwater dient voor de fonteinen en voor de bevloeiing van het park.
De bank is over de hele lengte uitgevoerd met hobbels. Het verhaal gaat dat Gaudi een naakte werkman had laten plaatsnemen in natte klei. Zijn afdruk was de mal voor deze hobbels. De hobbels hebben waarschijnlijk een functie om het regenwater van de banken af  te voeren naar gaten, die uitmonden in waterspuwers.

gaudi

Mozaïek bank rond het Grieks theater

Turo de les tres Creus

Op het hoogste punt van de heuvel staat een monument. Het is een ronde berg stenen, met wederzijds trappen, geïnspireerd door de vondst van historische grotten op het terrein. Op de top van de berg staan drie kruizen, een groot en twee  kleine. De oorspronkelijke kruizen werden in de Spaanse burgeroorlog vernield.

Pórtico de la Lavendera

Dit is een lange zuilengang met de beeltenis van een wasvrouw aan het begin. De hele gang, inclusief de schuine kolommen, is gemaakt van materialen verkregen uit de omgeving. De gang heeft het karakter van een kloostergalerij.

gaudi

Zuilengang van de wasvrouw

Symboliek van Park Güell

Gaudí had oorspronkelijk voor de entree een poort gemaakt, bediend door twee mechanische gazellen. De gazellen verwezen naar de jonkgeliefden in de Joodse poëzie, gehanteerd in de streek Catalonië. Deze poort werd tijdens de Spaanse burgeroorlog vernield en in 1965 vervangen door de smeedijzeren poort, afkomstig uit Casa Vicenç.

gaudi

Smeedijzeren toegangsdeur, afkomstig uit Casa Vincenç

De portiersloge (Casa de l’Alquimista) is bekleed met een schoorsteen in de vorm van een paddenstoel. Sommigen menen dat Gaudí hiermee verwees naar de hallucinogeen zwam de ‘Amamita’, die hij had ontdekt op zijn lange bergwandelingen. Gebruik van de zwam kon een veranderde staat van bewustzijn en een overgang naar een andere realiteit veroorzaken. Bevond Gaudí zich in een dergelijke staat bij het ontwerpen van zijn kunstwerken.
De dienstenwoning (Casa de l’Atanor) is bekroond met een toren met een vierarmig kruis. Dit kruis stelt de vier windstreken voor.

gaudi

Portiers- en dienstenwoning

Boven de fonteinen staat een driepoot structuur met binnenin een ruwe ongepolijste steen. Deze opstelling verwijst naar de smeltoven in de alchemie.
Over die fonteinen valt meer te vertellen. Het zijn er drie boven elkaar, die elk verwijzen naar Catelaanse gebieden. De onderste naar het zuidelijk-Catelaanse gedeelte in Spanje, de middelste naar Catelonië, en de bovenste naar het noordelijk-Catelaanse gebied in Frankrijk.
De onderste fontein is uitgevoerd als een grot met de symbolen van een kompas en een cirkel, respectievelijk verwijzend naar de architectuur en de wereld.

gaudi

Onderste fontein in de vorm van een grot

De middelste fontein in de vorm van een cirkel, verwijst naar het Catalaans wapen, omringd door bloemen en zaad van eucalyptus. In het midden is een slangenkop, waarvan men aanneemt dat deze verwijst naar de bronzen slang, die Mozes met zich meevoerde bij zijn tocht met de Joden door de woestijn. Deze slang moest de Joden beschermen tegen giftige slangen.

gaudi

Fontein met Catalaans wapen en slangenkop

De bovenste fontein is uitgevoerd in de vorm van een hagedis als symbool van de stad Nîmes, de stad waarin Güell opgroeide. De hagedis zou een verwijzing kunnen zijn naar Python de bewaker van de onderaardse wateren. De hagedis spuwt water vanuit een bekken onder de Sala Hipóstila.

gaudi

Fontein in de vorm van een hagedis

De Dorische zuilen van de Sala Hipóstila verwijzen naar de Dorische zuilen van de Tempel van Apollo uit Delphi. In het plafond van de Sala Hipóstila is een medaillon met een symbool van Amra, een logo gebaseerd op de Keltische spiraalmotieven. en een medaillon van Jujol in het plafond verbeeldt een slang.

Het dak van de Sala Hipóstila (Plaça del Teatre Grec) verwijst naar het Grieks theater. De kronkelige bank wordt in verband gebracht met een zeeslang.

Gaudí bouwde om het terrein beter begaanbaar te maken voor koetsen viaducten elk met een eigen stijl. Als bijzonderheid geldt dat de kolommen zijn bekleed met stenen uit de omgeving, waardoor zij in het  landschap opgenomen lijken. De kolommen lijken op palmbomen, die uit de grond ontspringen.
Het laagste viaduct (Viaducto del Museo) is in gotische stijl; het middelste viaduct (Viaducto del Algarrobo) is in barok stijl en het bovenste viaduct (Viaducto de las Jardineras) is in romaanse stijl. Het laatste viaduct is misschien wel het mooiste.

Langs de Rozenkransweg liggen bollen, die verwijzen naar de kralen van de rozenkrans.

De berg op het hoogste punt met de drie kruizen (Les tres Creus) verwijst naar de Mont Calvari (Berg van Calvarie).

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Gaudi (2)

6 Mei

La Pedrera (Casa Milà)

gaudi

Historie van het gebouw

gaudi

Antoni Gaudí i Cornets

In 1905 kocht het echtpaar Pere Milà i Camps en Roser Segemón i Artells een perceel grond van ruim 1800 m2, gelegen op de hoek van de Passeig de Gracia en de Carrer de Provença. Het perceel was bebouwd met een woonblok van drie huizen en een tuin. Het was de bedoeling dat de huizen werden gesloopt en op die plaats een nieuw appartementencomplex zou worden gebouwd, waarin ook de familie Milà zou gaan wonen.
Pere Milà was gecharmeerd door de bouw/renovatie van Casa Batlló (zie vorige post) door Gaudí. Casa Batlló lag iets verderop, in de richting van de binnenstad, aan de Passeig de Gracia.
In 1906 kreeg Gaudí de opdracht tot de bouw van het appartementencomplex.

Gaudi bouwde van 1905 tot 1912 het gewenste appartementencomplex, zij het met enige complicaties, waarover later meer. In 1911 betrok de familie Milà een volledige verdieping van het gebouw. De rest van de appartementen zou worden verhuurd, wanneer het volledige gebouw gereed was. Dit gebeurde in oktober 1912.

gaudi

La Pedrera

Het verhuren ging niet al te voorspoedig, want de potentiële huurders werden afgeschrikt door de uitzonderlijke bouw, niets was rechttoe-rechtaan. Zij waren bang, dat zij daardoor hun meubels niet kwijt konden.
Gaudí had op verzoek van de familie, wellicht tot hun eigen genoegen, de bouw toegankelijk gemaakt voor koetsen. Later werden de koetsen vervangen door motorvoertuigen, zodat we misschien van de eerste parkeergarage kunnen spreken.

gaudi

La Pedrera bij avondlicht

In 1946 verkocht Roser Segimón, inmiddels weduwe, het complex aan Inmobiliaria Provença. Deze firma gaf in 1953 opdracht tot de bouw van 13 appartementen in de vliering.

Op 30 oktober 1962 wordt La Pedrera door de Stad Barcelona opgenomen op de lijst van artistieke erfgoederen.
De regering van Spanje volgt door op 20 augustus 1962 La Pedrera te erkennen als een ‘historisch-artistiek monument van nationaal belang’.
Uiteindelijk neemt de Unesco op 2 november 1984 La Pedrera op in de lijst van Werelderfgoederen.

gaudi

Dak van La Pedrera

In 1986 neemt de bank Caixa Catalunya La Pedrera over van Inmobiliaria Provença en beluit tot grootscheepse restauratie.  Het gebouw was nmiddels danig verouderd. De bank is van plan om van La Pedrera een cultureel centrum te maken ten dienste van de stad Barcelona.
In 1987 wordt het dakterras reeds opengesteld voor het publiek.

In juli 1992 wordt het appartement op de eerste verdieping, alwaar de familie Milà had gewoond, in gebruik genomen als tentoonstellingsruimte voor wisselende exposities.
De voormalige garage (koetshuis) wordt in 1994 omgebouwd tot een ruimte ten behoeve van de activiteiten van het Caixa Catalunya’s Social Work.

gaudi

Schoorstenen op het dak van La Pedrera, die er uit zien als krijgers

Het totale restauratiewerk eindigt in juni 1996. Op de vliering wordt het Espai Gaudí geopend, een tentoonstelling gewijd aan het leven en werk van Gaudí.
Uiteindelijk werd in juli 1999 het La Pedrera Appartement geopend, waarvan de inrichting met oorspronkelijke elementen werd teruggebracht naar de tijd van Gaudí.
De bank heeft sinds 1988 meer dan 48 milj. euro in de restauratie gestoken. Zij krijgt hiervoor erkenning van de Asociación Catalunya de Criticos de Arte (1996) en van de Generalitat de Catalunya (1997).

Pere Milà i Camps en Roser Segimón i Artells.

Pere Milà en Roser Segimón trouwden in 1905. Pere Milà was een succesvol zakenman in onroerend goed. Roser Segimón was een steenrijke weduwe, getrouwd geweest met de ‘indiano’  José Guardiola. ‘Indiano’ werd de Catalaan genoemd, die in Noord- of Zuidamerika schatrijk was geworden en vervolgens naar Barcelona was teruggekeerd.

Zoals reeds gememoreerd kocht het kersverse echtpaar in 1905 een lap grond ter grootte van 1835 m2 op de hoek van de Passeig de Gracia en de Carrer de Provença. De bestaande bebouwing op het complex werd gesloopt en Gaudí werd opdracht gegeven om er een appartementencomplex te bouwen, waarin zij ook konden wonen. De vergunning werd aangevraagd en met de bouw werd reeds begonnen. Door strubbelingen, waarover later meer, werd de vergunning eerst officieel in juli 1910 verleend.

gaudi

Overzicht dak La Pedrera met trappenhuizen en schoorstenen

Eind december 1911 signeerde Gaudí een certificaat vermeldende dat de bouw van de eerste verdieping ten behoeve van de familie Milà was voltooid. In oktober 1911 betrokken de Milàs het appartement.
In oktober 1912 signeerde Gaudí een certificaat, waarin hij verklaarde dat de bouw volgens plan was voltooid en dat de rest van de appartementen kon worden verhuurd.

In 1940 stierf Pere Milà. In 1946 verkoopt de weduwe Roser Segimón het complex aan Inmobiliaria Provença. De kosten van het onderhoud van het complex waren haar te hoog geworden. Zij bleef wel in het  complex wonen tot haar dood in 1964.

gaudi

Certificaat van Gaudí aangevende dat de bouw van het appartementencomplex is voltooid.

Kenmerken van de bouw

Gaudí moest bij de bouw rekening houden met de voorschriften, die golden voor een bouw in de wijk l´Eixample.  Het ontstaan van de wijk l´Eixample is reeds uitgelegd in de vorige post over Casa Batlló. Op de hoek van de straten moest de gevel afgeschuind zijn (te zien op de volgende luchtfoto).

gaudi

luchtfoto van La Pedrera

Gaudí paste bij de bouw het ‘Plan Libre’ toe. Dit ging er vanuit dat de krachten niet zouden worden opgevangen door dragende muren, maar door kolommen van steen en ijzer. De gevel werd daardoor ontlast en kon naar vrijheid worden ontworpen. Gaudí gebruikte zandsteen als bekleding van de gevel. De zandsteen werd gedolven in de buurt van Barcelona en ter plaatse in de gewenste vorm gemodelleerd. Hierdoor ontstond een lichtgolvende gevel (zie ook de luchtfoto).

gaudi

Gevel van La Pedrera

De bouw van zes verdiepingen omvatte eigenlijk twee appartementencomplexen binnen één gevel. De appartementen waren hierbij gebouwd rond twee patio’s. Hierdoor was het mogelijk, dat het daglicht doordrong tot alle inpandige appartementen. Op de luchtfoto zijn die twee patio’s duidelijk te zien.

gaudi

Balkons La Pedrera

De verdiepingen kwamen uit op balkons in de voorgevel, die afgewerkt werden met een smeedijzeren balustrade. Gaudí kreeg bij de bouw assistentie van Josep Maria Jujol, die we ook al tegenkwamen bij de renovatie van Casa Battló. Jujol ging zich bezig houden met de balkons, die allemaal verschillend werden uitgevoerd.  Gaudí, zelf zoon van een kopersmid, had echter het eerste model ontworpen en zelf gesmeed. Het is aan te nemen dat het smeedwerk werd uitgevoerd door de gebroeders Badia, die reeds op jeugdige leeftijd bij Gaudí in de leer waren gekomen. De gebroeders Badia smeedden ook de grote toegangsdeuren tot de appartementencomplexen.
Gaudí moest ook rekening houden met de wens van de opdrachtgever, dat de appartementen per koets inpandig bereikbaar waren. Iets wat in veel gebouwen toepasbaar was.

gaudi

Smeedijzeren balustrade op balkons

Op de vliering bouwde Gaudí cilindervormig parabole boogconstructies van steen om het dak te ondersteunen. Het dak werd uitgevoerd in verschillende niveaus. Vanaf het dak kon men in de patio’s kijken.
Alle delen van het dak, zoals trappenuitgangen, ventilatiekanalen en schoorstenen werden verborgen in morfologische figuren. De zes trappenuitgangen werden bekleed met scherven keramiek (trencadis) met een egale lichtgrijze kleur. Eén van trappenhuizen werd uitgevoerd met het bekende vierarmige Gaudiaans kruis.
Het lijkt alsof de ventilatie- en schoorsteenkanalen een helm dragen, vandaar dat men het dak wel eens de ‘tuin van de krijgers’ noemt. De kanalen hebben allemaal een egale lichtbruine kleur. Een aantal kanalen zijn aan de top bekleed met scherven van lege champagneflessen. Het verhaal gaat dat Gaudí hiervoor de lege champagneflessen gebruikte, overgebleven na de feestelijke opening.

gaudi

De tuin van de krijgers op het dak van La Pedrera

De bouw werd uiteindelijk beschouwd als een voorbeeld van de Art-nouveaustijl. In de volksmond werd het gebouw al snel ‘La Pedrera’ (steengroeve) genoemd, omdat het gebouw op geen enkele wijze beantwoordde aan de gangbare architectuur.

Geschillen tijdens de bouw

Het begon al bij de opdracht. Mevrouw Roser Segimón was niet gecharmeerd van Gaudí, maar ze legde zich bij de beslissing van haar man neer. Maar toen Gaudí in 1926 stierf was mevrouw Roser Segimón er als de kippen bij om de inrichting van hun appartement te wijzigen en het meubilair naar haar smaak aan te passen.

Nadat de bouw twee jaar aan de gang was, kregen de Milàs c.q. Gaudí heibel met het stadsbestuur. De vergunning was nog steeds niet verleend en werd opgehouden, omdat Gaudí  met een kolom een meter over het voetgangersgedeelte kwam. Gaudí zei tegen het stadsbestuur, dat hij de kolom wel wilde afzagen, maar dat hij er een bord bij zou zetten, waarom dit was gebeurd. Toen het stadsbestuur de aanmaning aanbood aan de familie Milà op hun vakantieverblijf in Reus, werd de brief niet door het personeel aangenomen. De zaak bloedde een beetje dood.

gaudi

Trappenhuis, bekleed met trencadis

Een half jaar later was er opnieuw onenigheid met het stadsbestuur. Nu verweten ze de Milàs c.q. Gaudi, dat zij zich niet hielden aan de bouwvoorschriften, zoals die golden in de wijk l’Eixample. De bouw was te hoog, het volume overschreed de normen. Een ‘welstandscommissie’ boog zich over de bezwaren en kwam tot de conclusie, dat de architectonische uitstraling van het gebouw meer waarde had, dan het handhaven van een aantal voorschriften.
Het duurde tot juli 1910 voordat de vergunning uiteindelijk werd verleend.

gaudi

Smeedijzeren toegangsdeur appartementencomplex

Gaudí kreeg ook een geschil met de Milà-familie. Gaudí was een gelovig man. Hij was reeds bezig met de bouw van de Sagrada Familia. La Pedrera zou zijn laatste klus worden voor een privé-persoon. Na de bouw van La Pedrera ging hij zich volledig wijden aan de bouw van de Sagrada Familia.
Gaudí wilde de La Pedrera kronen met een beeldengroep van 4½ meter hoog met de H. Maagd Maria, geflankeerd door de aartsengelen Gabriël en Michaël. Onduidelijk is of hij een beeldengroep prominent op de top van de gevel wilde plaatsen of een 4½ m. hoog medaillon in de voorgevel.
Het feest ging echter niet door en wel om twee redenen. De beeldhouwer Carles Mani (1866-1911) was reeds begonnen om Gaudí’s idee uit te werken. Hij ontwierp een model van de H.Maagd, maar dat werd door de Milàs afgekeurd. Bovendien ontstonden in die tijd onlusten in Barcelona, toen Spaanse soldaten moesten gaan vechten in Marokko. De soldaten kwamen in conflict met de werkende klasse. Anarchisten, socialisten, republikeinen en antimilitaristen zagen hun kans schoon om aan de rellen mee te doen. Het gevolg was dat in de laatste week van juli1909 een aantal kerken in brand werd gestoken. Deze week werd later de Setmana Tràgica (Tragische Week) genoemd.
De Milàs waren nu bang, dat wanneer hun huis met een dergelijk opvallend religieus werk zou worden getooid, dit ook wel eens een doelwit bij onlusten zou kunnen worden.
Gaudí zag uiteindelijk van zijn plan af.

gaudi

Trencadis op trappenhuis

De verhouding van Gaudí met de Milà-familie werd er niet beter op. Na oplevering van de bouw kreeg Gaudí een geschil met de familie over de betaling van zijn honorarium. Uiteindelijk krijgt Gaudí in 1916 gelijk van de rechter. De Milàs moesten een hypotheek op het gebouw nemen om aan Gaudí een bedrag van 105.000 peseta’s te betalen. Toentertijd een behoorlijk bedrag.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

GAUDI (1)

2 Mei

(klik op de afbeelding voor een groter formaat)

gaudi

Gaudi

Bovenstaande informatie is ontleend aan de website www.magicphotoworld.com/reisverhaal/specials/5/46/antoni-gaudi.

Casa Batlló

De volgende informatie is grotendeels afgeleid van de website www.casabatllo.es.

Uitbreiding van de stad Barcelona met een nieuwe wijk l’Eixample (Plan Cerda)

Casa Batlló ligt aan de Passeig de Gracia, vroeger een verbindingsweg tussen de oude binnenstad en het plaatsje Gracia. Passeig is Catalaans voor promenade of avenue. Het belang van deze weg nam toe, toen het stadsbestuur aan Ildefons Cerda, stadsplanner, in 1860 opdracht gaf om de stad naar het Noorden uit te breiden met een nieuwe wijk.  Hiertoe had het stadsbestuur in 1841 een wedstrijd uitgeschreven. De woonruimte in de binnenstad werd te krap en er moest uitbreiding komen. Cerda won de wedstrijd met zijn ontwerp.
Volgens zijn ontwerp had de nieuwe wijk een ruitjespatroon van straten, waarbinnen de huizen in blokken werden gebouwd. De huizen op de hoeken van een blok werden afgerond, waardoor er op de kruispunten pleintjes ontstonden. Parken en tuinen werden binnen de blokken opgenomen. De bananenboom werd geïntroduceerd. De huizen mochten niet hoger zijn dan 16 m. Uiteindelijk werd er aan het plan gesleuteld, maar de opzet van blokken bleef bestaan. Dat is in het huidige Barcelona duidelijk te zien.
De Passeig de Gracia nam in belangrijkheid toe en werd een brede weg met aan weerszijden grote huizen, die gebouwd werden door rijke mensen, die de binnenstad ontvluchtten.

gaudi

Dat Gaudí veelzijdig was. dat is bekend. Zo ontwierp hij naast gebouwen lantaarns voor het Plaza Real. Misschien minder bekend is, dat de tegels in de trottoirs van de Passeig de Gracia naar een ontwerp van Gaudí zijn.

gaudi

Lantaarns van Pere Falquès

Langs de Passeig de Gracia staan mooie lantaarns met aan de onderkant bankjes met mozaïek (trencadis). Deze lantaarns worden vaak abusievelijk aan Gaudí toegeschreven, omdat ze de kenmerken van de “modernista” hebben. Zij zijn echter aan de hand van de architect Pere Falquès.

Een huis dat een kunstwerk werd.

De oorsprong van Casa Batlló gaat terug tot 1877. Toen bouwde Emilio Sala Cortés een huis aan de Passeig de Gracia. In 1903 werd dit huis eigendom van Josep Batlló y Casanovas, een rijke industrieel. Hij gaf Gaudí, toentertijd een bekend architect in Barcelona, opdracht het huis te verbouwen. Oorspronkelijk wilde men het gehele huis afbreken, maar uiteindelijk koos men voor een grondige verbouwing.
Gaudí leefde zich tussen 1904 en 1907 uit om van het gebouw van binnen en van buiten een kunstwerk te maken. Hij genoot van zijn opdrachtgever alle vrijheid bij het ontwerp en ondervond geen financiele beperking bij de uitvoering.
Gaudí gold als een “modernista”. Hij bouwde niets rechttoe rechtaan. Hij maakte veel gebruik van organische elementen en hij schuwde niet naar voorbeelden te werken vanuit de natuur, dan wel vergelijkingen te zoeken met allegorische voorstellingen. Zo zien velen in de dakconstructie de bovenrug van een draak met schubben. Terwijl het torentje de lans van Sint Joris voorstelt. Vandaar de lokale benaming Casa del Drac (huis van de draak).  In de volksmond wordt Casa Batllò ook wel aangeduid als Casa dels ossos (huis van de beenderen). De fragiele zandsteenzuilen in de voorgevel van het gebouw suggereren de vorm van een skelet.
Gaudí maakte veel gebruik van gebroken keramiek (trencadis) en glas als mozaïek. De geheimen van zijn ontwerpen werden door Gaudí nooit prijsgegeven.
Natuurlijk werkte Gaudí niet alleen. Hij werkte niet volgens tekening, maar volgens door hem gemaakte schetsen en modellen. De rest had hij in zijn hoofd. Hij moest dus voortdurend bij de bouw aanwezig zijn. Hij had wel drie vaste assistenten, die werk van hem overnamen. Verder werkte hij samen met Josep Maria Jujol, een beeldhouwer, die vooral meewerkte aan de voorgevel.
Tegenwoordig is Casa Batlló eigendom van de familie Bernat (bekend van de ChupaChup-lollies). In 2002 werd het gebouw opengesteld voor het publiek.
In 2003 heeft de familie het pand wegens bedrijfsverliezen met een hypotheek moeten belasten. De geschatte waarde van het pand is 70 miljoen.

gaudi

Topgevel met dak en toren

De belangrijkste kenmerken van het gebouw

De voorgevel

gaudi

Voorgevel van Casa Batlló

De onderste drie verdiepingen hebben een uitbouw van zandstenen sculpturen en kolommen. Het zandsteen was afkomstig van de Montjuich.  De kolommen lijken op een skelet, vandaar de volksbenaming Casa dels ossos. Het Bestuur van Barcelona was niet al te gelukkig met het ontwerp. Gaudí werkte niet volgens tekening en dat maakte de aanvraag voor een vergunning moeilijk.  De bouw werd zelfs stilgelegd, omdat de vergunning ontbrak. Maar het werk was al zover gevorderd, dat Josep Batlló vergunning vroeg om de benedenverdieping te verhuren aan een antiquair. De derde en vierde verdieping waren beschikbaar voor huurders.

gaudi

Verdieping van de Sala Planta Noble

De eerste verdieping, de Sala Planta Noble, was in gebruik als woonruimte voor de familie Batlló. De voorgevel wordt gekenmerkt door een groot centraal raam. Ook al weer omrand door zandstenen sculpturen.
De tweede verdieping werd gebruikt als slaapruimte voor de familie Batlló. Nu is deze verdieping aangeduid als Sala Jujol in gebruik als museum van Gaudí meubelen.
Over de derde en vierde verdieping hebben we al gehad. De voorgevel van deze verdiepingen wordt gekenmerkt door het gebruik van gebroken gekleurd glas en polychrome keramieke schijven. Vanaf de straatkant geeft dit mooie effecten. De effecten worden bovendien nog versterkt door de gewelfde constructie van de gevel, aangebracht met behulp van mortel. Het verhaal gaat dat Gaudí vanuit de straatzijde aanwijzingen gaf, hoe het gekleurd glas en de polychrome schijven diende te worden aangebracht.

De voorgevel sluit af met de zolder en het dak. Op de zolder zijn boogconstructies aangebracht om het dakterras te ondersteunen. Deze bogen varieren in grootte, zodat het dakterras verschillende niveaus heeft. Op het dakterras zijn de schoorstenen bekleed met mozaïek van gebroken keramiek en glas (zie foto).

gaudi

Schoorstenen op dakterras

Het interieur

Wanneer men de hal betreedt, dan valt meteen de slingerende trap naar de eerste verdieping op. De trap verdwijnt in een schelpvormig plafond. De overige verdiepingen zijn overigens ook voorzien van mooie trappen.
De eerste verdieping, de Sala Planta Noble, was de woonruimte van de familie Batlló. Gaudí is hier royaal te werk gegaan. Het centrale raam aan de voorzijde is voorzien van gekleurd glas, dat naarmate het daglicht vordert verschillende effecten heeft. De deuren en kozijnen zijn van bewerkt hout. In het plafond een mooie lamp van metaal en glas (zie foto).
De volgende verdieping was voor de slaapruimten van de familie. Nu wordt die verdieping aangeduid als Sala Jujol en is in gebruik als museum. Beide verdiepingen zijn opengesteld voor het publiek. De volgende verdiepingen zijn in gebruik van huurders en niet voor het publiek toegankelijk.

gaudi

Ornamentale lamp

Een belangrijk aspect aan de bouw is, dat Gaudí midden in het gebouw een lichtschacht ontwierp in de vorm van een patio, aan de bovenzijde afgedekt met twee lichtkoepels. De hele schacht is betegeld met boven donkerblauwe tegels. Naar beneden toe worden de tegels steeds lichter, tot uiteindelijk wit. Zo wordt het licht binnen het gebouw het beste gereflecteerd. Elke verdieping kijkt door ramen uit op deze patio. Van boven naar beneden worden de ramen per verdieping steeds groter om zoveel mogelijk licht binnen te krijgen. Gaudí dacht aan alles.

Manzana de la Discòrdia

gaudi

Casa Lleò Morera

De huizenblok langs de Passeig de Gracia, waarin Casa Batlló is opgenomen, wordt aangeduid als ‘Manzana de la Discòrdia’ (huizenblok van de verscheidenheid). Dit omdat er diverse huizen zijn opgenomen die door drie verschillende architecten zijn gebouwd of gerenoveerd. Elk gebouw in een andere stijl, vandaar de verwijzing naar de verscheidenheid. Op Passeig de Gracia 35  is de Casa Lleò Morera gevestigd, gebouwd door de architect Domènec i Montaner (zie foto). Iets verderop, naast Casa Batlló, ligt de Casa Amatller, ontworpen door de architect Puig i Cadafalch. Toen wij in 2009 in Barcelona waren, stond de voorgevel van dit huis helaas in de steigers.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Tahal (Spain)

24 Apr

Tahal

tahal

Vlag van Tahal

Tahal lag op de weg naar Macael (zie vorige Post). Wij maakten er een stop om even in het plaatsje rond te kijken.  Tahal is een klein pittoresk plaatsje in de provincie Almeria (Andalucia). In 2005 was het inwonertal 383, begin 2012 393, een grote aanwas kun je het niet noemen. Overigens wordt op een andere internetsite een aantal van 439 inwoners genoemd. Dus kennelijk zijn ze moeilijk te tellen. Niet zo verwonderlijk want het gebied van Tahal is best groot, nl. 94.82 km2. Dat levert een inwoneraantal van 4,6 personen per km2 op.

Tahal ligt op een hoogte van 1.011 m. Toen wij er waren in februari 2007 lagen er nog restanten van sneeuw. Het weer was reeds aangenaam en de stratenmakers waren actief. Daarover later meer. Door de ligging op een grote hoogte in een bergachtig gebied (Sierra de los Filabres)  is er geen vlakke straat te bekennen. Het is dus zaak om goed op de handrem te letten, anders vind je de auto een stuk lager terug.

tahal

Doorkijk naar het dal

Toch heeft Tahal al een oude geschiedenis. In de buurt zijn in grotten rotstekeningen gevonden, die wijzen op de neolithic periode. En de Moren brachten Tahal tot bloei. Het inwonertal bedroeg toen 3.000. Daar kwam aan het einde van de 15e eeuw een einde aan door de gevechten van de Moren met de Spaanse koningen. Die brachten de Christenen weer terug, die uiteindelijk de plaats bedachten met de naam Tahal. Aan het einde van de 16e eeuw heeft men getracht het inwoneraantal op te vijzelen door er 45 families heen te verhuizen. Maar uiteindelijk heeft dit ook geen soelaas geboden.

Een bekend punt in Tahal is de kerk, de Inglesia Santo Christo de Consuela. Een hele mond vol. Deze kerk werd in de 19e eeuw gebouwd op de ruïnes van een  kerk, die in de 16e eeuw door brand werd verwoest.

tahal

Inglesia Santo Christo de Consuela

Ook een bekend punt is de ruïne van het Castillo de los Estévez uit de 16e eeuw. De Moren trachtten Tahal te beschermen door op het hoogste punt een kasteel te bouwen. Met hoge torens, waardoor men de vijand zag naderen vanuit het dal. Deze ruïne ligt buiten het plaatsje, zodat we hier geen foto van hebben.

Wel hebben we een foto van het Ayuntamiento (gemeentehuis). Elke plaats in Spanje heeft wel een Ayuntamiento en ook wel een burgemeester.

tahal

Ayuntamiento (gemeentehuis)

Zoals ik reeds vermeldde zijn de straten in Tahal nergens vlak en vaak moeilijk te asfalteren. Vandaar dat er veel werk is voor stratenmakers. Wij merkten er een groep op, waarbij de stenenleggers twee vrouwen waren en drie mannen voornamelijk toekeken. Kennelijk was dat de meest geschikte taakverdeling.

tahal

Stratenmaaksters op zee - show

In de buurt van het Ayuntamiento vonden we een cafeetje. Het enige in die buurt misschien. De kleine ruimte, de bar nam de grootste plaats in, hing vol spullen. Het was duidelijk een plek waar de lokale bevolking elkaar trof. Niet op het tijdstip dat wij er waren, maar het was nog vroeg. De barjuffrouw had een Moors uiterlijk.

tahal

Bar met memorabilia

Toen wij naar onze auto’s terugliepen, om de weg naar Macael te vervolgen, waren de stratenmaaksters nog bezig. Aan de taakverdeling was niets gewijzigd.

Belangstelling voor overige foto’s, zie fotogalerij.