Archief | december, 2015

Limburgse dialecten (deel 2)

30 Dec

De Sittardse diftongering

Wat is diftongering in het Limburgs dialect?

In de uitspraak van midden klinkers, zoals ee, oo en eu,  hoort men in het Limburgs dialect een éénklank (monoftongering). In Sittard en gebieden erom heen, spreekt men deze midden klinkers uit als een tweeklank (diftongering) en dan wordt het ei, ou en ui.

Zo wordt in het ‘Zittesj’ (Sittards):
veer (vier) uitgesproken als veier;
beer (bier) als beier;
bloom (bloem) als bloum en
greun (groen) als gruin.

Om het moeilijk te maken, dit gebeurt niet altijd. De omzetting gebeurt alleen bij woorden, waarbij de lettergrepen met de midden klinkers worden uitgesproken met een valtoon (ook wel stoottoon genoemd). Met de midden klinkers, uitgesproken met een sleeptoon gebeurt niets.
Zo blijft in het Zittesj:
veer (wij), uitgesproken met een sleeptoon, gewoon veer;
doon (doen) blijft doon;
gedoon (gedaan), uitgesproken met een valtoon, wordt echter gedoun;
zeef (zeef), uitgesproken met een sleeptoon, blijft zeef, maar het verkleinwoord
zeefke, uitgesproken met een valtoon, wordt zeifke.

Echt moeilijk is het niet voor de Sittardenaar. Net zoals hij of zij de val- en de sleeptoon automatisch toepassen, passen ze ook de diftongering toe.

Dat automatisme wordt wel op de proef gesteld, want sommige woorden met middenklinkers, uitgesproken in een valtoon, blijven ongewijjzigd, zoals de woorden:
bees (beest); fees (feest); feertig (veertig); droog (droog); boon (boon); groot (groot); fejool (viool)) en fooj (fooi).

De Willy Dols-Stichting

Vanzelfsprekend heb ik deze informatie, ontleend aan het internet. Een van de interessantste bronnen is hierbij de website van de Wille Dols-Stichting (www.willydolsstichting.nl ). In het artikel ‘Wat is Limburgs’ steken ze zelf de draak met de Sittardse diftongering. Ze halen de spotzin aan: ‘ ‘r zit mit veier pöt beier en e kaffekuikske in ’n heukske’ (hij zit met vier potten bier en een koffiekoekje in een hoekje).
Opvallend is dat volgens de Wille Dols-Stichting heukske niet verandert in huikske. Is dit een omissie van de Willy Dols-Stichting of is het woord heukske een van de uitzonderingen, zoal ik die eerder heb genoemd.

In het Gelaens (Geleens) dialect, dat toch samen met het Zitterds dialect tot de Oost-Limburgse dialecten behoort, komt deze diftongering niet voor. In het Gelaens dialect zou de spotzin luiden: ‘hae zit mit veer pöt beer en e koffiekeukske in ’n heukske’.

In mijn volgend verhaal iets meer over de persoon Willy Dols (postuum gepromoveerd tot doctor) .

Pierre Swillens

 

 

 

 

 

Advertenties

Limburgse dialecten (deel 1)

16 Dec

Dao bön ich gebaore

Sjoon sjoon Sjeng

Om mijn kennis over Limburgse dialecten te verbreden, zocht ik hiervoor op internet. Ik kwam hierbij een artikel tegen van Wim Kuiper, dat hij in 2013 schreef onder de titel ‘Letterbak. Taalkwesties & Limburgs dialect’ (te vinden op http://www.dbnl.org). De kop ‘Dao bön ich gebaore’ is ontleend aam dit artikel.

Wim Kuiper vergelijkt het Limburgs dialect met het Chinees in uitspraak en zangerigheid, zoals bijvoorbeeld de sj-klank in de uitspraak van Sjeng. Daarnaast kent het Limburgs dialect de stoottoon, ook  wel de valtoon genoemd, en de sleeptoon. Bij de stoottoon worden midden klinkers en tweeklanken kort uitgesproken, bij de sleeptoon is dat juist langer. Zo uitgesproken krijgt hetzelfde woord twee verschillende betekenissen. Wanneer ‘veer’ kort wordt uitgesproken met de stootton, dan betekent dit het telwoord ‘vier’, lang uitgesproken met de sleeptoon betekent dit het persoonlijk voornaamwoord ‘wij’.
De Chinees kent een klinker die op vier verschillende manieren wordt uitgesproken en derhalve vier verschillende betekenissen krijgt.

Wim Kuiper illustreert dit verder met ‘sjoon sjoon Sjeng’ (mooie schoenen Jan). Ik weet niet welk dialect Wim Kuiper hierbij aanhaalt, misschien dat van zijn geboortedorp Neel (Maasniel). In het Obbeegs (Obbichts) of Beegs (Grevenbichts) zal het eerste ‘sjoon’ (mooi) worden uitgesproken als ‘sjoan’.
In het Mestreechs (Maastrichts) zeggen ze ‘sjoen sjeun Sjeng’. Soms wordt hier nog ‘sjieke’ voorgezet. Dan krijg je vier sj’s achter elkaar.
In het Kirchröadsjer Plat (Kerkraads  dialect) is het ‘sjun sjong Sjeng’, ofschoon ze met Sjeng weinig op zullen hebben. In hun ogen is Sjengenland Maastricht.

Maastrichtse rekking

Wim Kuiper zegt in het artikel dat het Mestreechs een volkse en een deftige uitspraak heeft. In de volkse uitspraak worden de klinkers langer uitgerekt, zoals in ‘Mestreech is neet breit meh laangk’ (Maastricht is niet breed maar lang). Deze uitspraak wordt ook wel de Maastrichtse rekking genoemd.
Wim Kuiper illustreert dit weer met een raadseltje: Ken je een Maastrichts woord van 23 letters?
Oplossing: ’n Peeeeeeeee……………rd. Zolang duurt de Maastrichtse rekking nu ook weer niet.

Kirchröadsjer Plat

Ook andere dialecten worden op de hak genomen, zoals het Kirchröadsjer Plat. In Kerkrade wordt bij het begin van een woord de g uitgesproken als een j. In de Kirchröadsjer Dieksiejoneer (Kerkraads woordenboek) komt geen rubriek G voor. De rubriek J is daarentegen zeer uitgebreid.

Ook hier weer heeft Wim Kuiper een raadseltje: Het hangt boven Kerkrade en begint met drie j’s. Oplossing:
‘ein jans jroeës jewitter’ (een heel groot onweer).

Zo kent men in Kerkrade bij het aanmoedigen van de plaatselijke voetbalclub Rode de kreet: ‘Los mar jon Roda’ (vrij vertaald: Roda zet hem op, letterlijk staat er: Roda laat maar gaan). Cynici zeggen dat ze roepen: ‘Joda los mar jon’.

Onlangs hoorde ik een mopje over het Kerkraads dialect. Twee Kerkradenaren zitten op het perron te wachten op de trein. Uit verveling bedenken ze een spelletje. Noem zoveel mogelijk Kerkaardse woorden, die eindigen op ‘wajong’ (wagon). Ze komen niet ver, waarop te lange leste een zegt: ‘Hauwe vier mar jet tse piefe, wa jong’ (Hadden we maar wat te roken, nietwaar jongen). In het mopje wordt voor ‘piefe’ een ander woord gebruikt, maar dat kan ik hier niet herhalen. Daar moeten jullie maar naar raden.

Pierre Swillens

Sjetse van vreuger (vervolg)

11 Dec

Oet en dörp in Zuid-Limburg

Limburgse dialecten

Seè, seè, rouke

In het boekje ‘Sjetse van vreuger’, aan de hand van Hub Frenken onder het pseudoniem Bertje Op de Kamp, komt een verhaaltje in dichtvorm voor, dat hij heeft getiteld: SEÈ, SEÈ, ROUKE (pag. 67). Hij beschrijft hierin een gebruik in Obbicht, waarbij de kinderen op een bepaalde dag langs de huizen liepen onder het zingen van ‘seè, seè, rouke’, althans volgens Hub. De mensen gaven dan een appel, koekje of snoep. Boeren hadden de voorkeur, want die hadden tenminste appels.
Over dit gebruik heb ik reeds eerder op mijn weblog geschreven, omdat ik, toen ik in Obbicht woonde, als kind  aan dit gebruik had deelgenomen.

Sjef oet Cananda, oudste zoon van Hub Frenken, heeft een andere lezing over dit gebruik. Waarschijnlijk kende hij het gebruik uit zijn eigen ervaring. Hij schrijft dat ze zongen ”sjieëje, sjieëje, rowke. Wat de woorden betekenden wist hij niet, evenals zijn ouders, die hij indertijd ernaar gevraagd had. Hij meende wel dat het zingen gebeurde aan het einde van de oogsttijd. Het woord ‘rowke’ zou wel eens kunnen slaan op het verbranden van ongewenste overblijfselen van de oogst.
Wie er gelijk heeft, weet ik niet. Mogelijk dat iemand van de heemkundevereniging hierover uitsluitsel zou kunnen geven.

Limburgse dialecten

Het lezen van het boekje in Obbichts dialect deed mijn belangstelling voor het Limburgse dialect weer aanwakkeren. Een nadere studie wijst uit, dat bijna elke stad of dorp een eigen dialect hebben. Hierover wil ik in deze en volgende weblogs mijn licht doen schijnen.

Ik heb reeds eerder geschreven over de klankverschillen in de uitspraak van het dialect tussen de dorpen Obbicht en Grevenbicht. Nu wil ik het hebben over een ander kenmerk voor het dialect van deze dorpen, namelijk het rollen met de ‘rrrs’. Een verschijnsel dat zich volgens mij voordoet in de regio, die ik als ‘Maaskant’ zou betitelen. De ‘Maaskant’ strekt zich dan uit vanaf het dorp Elsloo tot en met het dorp Grevenbicht. In de plaatsen hoger of lager gelegen zouden de rollende ‘rrrs’ dan niet voorkomen.

Ofschoon ik meer dan 60 jaar in Maastricht woon, merken soms mensen op dat ik met de ‘r’ rol. Vooral door mensen, die uit de ‘Maaskant’ afkomstig zijn. Mijn kinderen plaagden mij hier wel eens mee. Dan hadden ze het over ’n grries brrook mit brreij piepe en ‘ne brreije brroene rreem (een grijze broek met brede pijpen en een brede bruine riem).  Kon ik wel om lachen.

Hae trrap ‘m toch in de rrök

Ik herinner mij wat betreft het rollen met de ‘r’ een opmerkelijk voorval. Jaren geleden bezocht ik de voetbalwedstrijd MVV – Fortuna. Ik had in het Geusselt-stadion plaatsgenomen op de toen nog staantribune aan de lange zijde. Plotseling hoorde ik iemand achter mij roepen: “Hae trrap ‘m toch in de rrök” (Hij trapt hem toch in de rug). De scheidsrechter had volgens hem niet gefloten voor een overtreding van een MVV-speler op een Fortuna-speler.
Opvallend was dat ik de rollende ”r’ herkende, maar dat ik ook de stem wist thuis te brengen. Ik keek om en, ja hoor, ik zag ‘gezette-Doar’ (kranten-Theodoor) uit Grevenbicht. Doar was een bekend figuur in Grevenbicht, omdat hij de krant rondbracht. Hij nam ook kleine advertenties aan. De overlijdensadvertenties deed de koster en dat stak hem wel. Doar was kennelijk een fervent supporter van Fortuna.
Jarenlang weg uit Grevenbicht wist ik toch de rollende ‘r’ en de stem te herkennen.

Pierre Swillens